Het ministerie van OCW wil de middelen voor School & Omgeving, Schoolmaaltijden en de Brugfunctionaris bundelen. Dit gebeurt vanaf 2029 in één structurele aanvullende bekostigingsregeling. De regeling is bedoeld voor scholen met veel leerlingen in een financieel kwetsbare omgeving. Het bijbehorende wetsvoorstel lag tot en met 11 september in internetconsultatie.
Het wetsvoorstel heet Aanvullende bekostiging gelijke leer- en ontwikkelvoorwaarden (GLO) en verduidelijking van het onderwijsachterstandenbeleid. OCW wil scholen hiermee meer ruimte geven. Zij kunnen dan samen met hun lokale omgeving werken aan gelijke leer- en ontwikkelkansen. Ook moet de samenwerking tussen gemeenten, schoolbesturen en andere partijen structureler worden georganiseerd.
Voor GDO is vooral de toekomst van de Verrijkte Schooldag binnen School & Omgeving relevant. Onze reactie is opgesteld samen met enkele leden van ons netwerk. We vragen hierin aandacht voor vier punten.
Maak natuur, buiten onderwijs en voedseleducatie zichtbaar
De Verrijkte Schooldag wordt breed omschreven. Activiteiten kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en het welzijn van leerlingen. Ze kunnen ook bijdragen aan sociale cohesie. GDO vindt het belangrijk dat die brede ruimte behouden blijft. Natuur, buiten leren en voedseleducatie moeten daarin expliciet herkenbaar zijn. Gelijke ontwikkelkansen gaan immers over meer dan taal- en rekenprestaties. Ze gaan ook over welbevinden en sociaal-emotionele ontwikkeling. En over kennis van de wereld en ervaringen die kinderen niet altijd vanuit huis meekrijgen.
Investeer in een sterke lokale infrastructuur
Een duurzame Verrijkte Schooldag vraagt om sterke samenwerking. Scholen, gemeenten en lokale maatschappelijke en educatieve partners moeten hierin samen optrekken. Voor natuur- en duurzaamheidseducatie is die infrastructuur niet overal even sterk georganiseerd.
Er zijn veel NDE-centra, schooltuinen, stads- en kinderboerderijen en andere groene educatieve plekken. Zij werken al samen met scholen. Maar waar NDE lokaal minder sterk georganiseerd is, ontstaat een risico. Natuur, buiten leren en voedseleducatie worden dan minder vanzelfsprekend meegenomen.
GDO vraagt daarom om landelijke ondersteuning ook te benutten voor de lokale infrastructuur. NDE-organisaties moeten herkenbaar in beeld komen als inhoudelijke en verbindende partners.
Benut de LEA voor duurzame samenwerking
Ook de Lokale Educatieve Agenda (LEA) kan een belangrijke rol spelen. Niet alleen door achterstanden en belemmeringen te bespreken. Maar ook door in beeld te brengen welke organisaties, programma’s en ontwikkelplekken lokaal beschikbaar zijn. En hoe meer kinderen daar toegang toe kunnen krijgen. Ook lokale NDE-organisaties en groene ontwikkelplekken verdienen hierbij een herkenbare positie. Zij verbinden op veel plekken onderwijs, leefomgeving en maatschappelijke opgaven. Die rol wordt echter nog niet altijd gezien.
Maak buitenactiviteiten ook praktisch mogelijk
Ruimte voor buiten onderwijs op papier is niet genoeg. Activiteiten buiten de school kunnen in de praktijk vastlopen. Denk aan begeleiding, verantwoordelijkheid, vervoer en organisatie. GDO vraagt daarom om bij de verdere uitwerking ook aandacht te hebben voor deze praktische randvoorwaarden. Alleen dan kunnen kinderen daadwerkelijk buiten de school leren en ervaren.
Gelijke ontwikkelkansen vragen niet alleen om het wegnemen van belemmeringen. Ze vragen ook om toegang tot plekken en ervaringen. Die helpen kinderen zich breed te ontwikkelen. Een sterke lokale infrastructuur kan hieraan bijdragen. Zeker als NDE daarin herkenbaar is georganiseerd en betrokken. Zo wordt een rijke leef- en leeromgeving bereikbaar voor meer kinderen.