De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs.
Vandaag gingen we in gesprek met Sylvia Terpstra die vertelt over de eerste sessie.
Wie is de deelnemer?
Sylvia Terpstra is coördinator van het NDE-centrum, Groene Weelde onderdeel van Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden, in de fusiegemeente Vijfheerenlanden. Na ruim dertig jaar in het onderwijs, voornamelijk op vrijescholen, maakte ze langzaam de overstap naar cultuur- en natuureducatie. Ze werkte als leerkracht, mediacoach en cultuurcoach en zette vijf jaar geleden de eerste stappen richting een eigen initiatief voor NDE.
Drie jaar geleden leidde dat tot de oprichting van het huidige NDE-centrum. Sindsdien bouwt Sylvia, samen met vrijwilligers, ZZP’ers en een actief bestuur, aan een centrum dat in korte tijd enorm gegroeid is. Waar in het eerste jaar vijf scholen werden bereikt, zijn dat er inmiddels 25 van de 33. De interesse neemt toe, het aanbod groeit, en de zichtbaarheid in de gemeente wordt steeds groter.
Naast haar werk runt Sylvia met haar partner ook een voedselbos op het familieland in Leerdam. Op vrijdag werkt ze daar met vrijwilligers; het is zowel een inspiratiebron als praktijkplek voor educatief aanbod.

Afbeelding 1: Sylvia Terpstra coördinator Groene Weelde naast de wethouder Duurzaamheid.
De leervraag van het leertraject
De groei van het NDE-centrum brengt nieuwe vraagstukken met zich mee. Sylvia voelt dat het centrum op een kantelpunt staat. De pioniersfase; hard ontwikkelen, pilots draaien, fondsen werven, leerlijnen bouwen, ligt achter haar. De centrale vraag nu is: hoe word je een structurele en betrouwbare partner voor scholen, gemeenten en inwoners?
Haar belangrijkste leervraag gaat over professionalisering en positionering:
Hoe maak je de stap van initiatiefnemer naar een stevig ingebed NDE-centrum met duurzame samenwerkingen? Daarbij speelt ook de vraag hoe het centrum minder afhankelijk kan worden van losse projecten en meer kan aansluiten bij beleidsdoelen van de gemeente. Het vooruitzicht van een structurele plek in de gemeentelijke begroting, waarover nu gesprekken lopen, maakt die professionaliseringsslag urgenter en relevanter.
Daarnaast wil Sylvia beter begrijpen hoe ze scholen kan begeleiden richting duurzame verankering van NDE. Niet meer alleen losse lessen, maar een bredere, structurele samenwerking vanuit een gedeelde visie.

Afbeelding 2: Buitenles over wormen bij Groene Weelde
Sessie 1: NDE-centra in ontwikkeling
In de eerste sessie stond de transitiegedachten centraal, hiervoor werd de X-curve gebruikt. Ze vond het ongelooflijk interessant, maar tegelijkertijd riep deze oefening ook verwarring op, en precies dat hielp haar verder.
In eerste instantie vroeg ze zich af: “Waar zitten wij eigenlijk op die curve? We zijn gestart, we groeien… maar wat betekent dat voor wat we vasthouden en wat we moeten loslaten?”
Die vraag bracht haar terug naar de essentie van de X-curve: je kunt niet op alle fronten tegelijk doorgaan. Als een organisatie nieuwe functies, rollen of samenwerkingen wil opbouwen, moet er aan de andere kant ruimte ontstaan.
Voor Sylvia betekende dat inzicht het volgende:
- het centrum kan niet eindeloos educatie blijven ontwikkelen;
- er is behoefte aan stabiliteit in het aanbod;
- de volgende stap is het versterken van relaties, niet het maken van nieuwe producten;
- ruimte maken voor verbreding naar biodiversiteit, participatie en klimaatopgaven;
- professionalisering vraagt om heldere keuzes: wat hoort bij de toekomst van het centrum, en wat niet?
Ze ontdekte dat haar organisatie veel lijkt op anderen in dezelfde transitie. Grotere NDE-centra herkennen dezelfde spanning: wanneer stop je met pionieren en wanneer zet je de stap naar duurzame samenwerking met scholen en gemeenten?
De X-curve gaf Sylvia een taal om dit intern te bespreken; met haar bestuur, vrijwilligers en straks ook met schooldirecties. Het helpt haar mensen mee te nemen in het verhaal dat het centrum niet “meer moet doen”, maar “anders moet gaan doen”.
Daarnaast merkte Sylvia dat het leertraject ook de waarde heeft van onderlinge herkenning. Het besef dat ook andere centra worstelen met groei, positionering, zichtbaarheid en samenwerkingen, geeft steun en richting. “We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden,” zegt ze.

Afbeelding 3: De X-Curve van Drift-methodiek biedt een krachtige structuur om veranderingsprocessen binnen organisaties in kaart te brengen en te sturen
Betekenis voor de NDE-sector
Sylvia’s verhaal laat zien hoe sterk de NDE-sector in beweging is. De vraagstukken die zij tegenkomt; groei, professionalisering, positionering richting gemeente, samenwerken met scholen, een bredere rol in participatie, zijn herkenbaar voor veel centra in het land.
De X-curve biedt een gedeelde taal voor deze transitie. Het ondersteunt NDE-centra de ontwikkeling te maken van aanbieder van natuureducatie naar andere rollen, gezamenlijke bouwen van een beweging waar onderwijs, inwoners en beleid samenkomen.
Voor de sector betekent haar ervaring:
- NDE-centra ontwikkelen zich van aanbieders naar strategische partners;
- samenwerking met scholen gaat steeds vaker over jaarplannen, thema’s en duurzame educatie, niet alleen losse lessen;
- gemeenten zien NDE-centra meer en meer als partner in biodiversiteit, participatie en klimaatopgaven;
- het netwerk (GDO en de leertrajecten) wordt steeds belangrijker om ervaringen te delen en niet telkens opnieuw te hoeven beginnen.
Sylvia benadrukt dat het leertraject ook bestuurders en gemeentelijke partners moet meenemen in deze beweging. Het gesprek over transitie gaat tenslotte niet alleen over het centrum zelf, maar over het hele netwerk waarin het centrum opereert.
Met haar verhaal illustreert Sylvia precies waar de sector staat: midden in een gezamenlijke beweging richting meer impact, meer samenwerking en meer herkenbaarheid.