Q&A Combinatiefunctie NDE: van aanbieder naar partner

Q&A Combinatiefunctie NDE: van aanbieder naar partner

Op 16 april organiseerde Vereniging GDO een online vragenuur over de Combinatiefunctie Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE). Professionals van Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem deelden hun ervaringen uit de pilot en gingen in gesprek met het netwerk over rolontwikkeling, positionering en samenwerking met onderwijs en gemeenten.

De rode draad van de bijeenkomst: de pilot draait niet alleen om een functie, maar vooral om de vraag hoe NDE-organisaties zich verhouden tot hun omgeving. Hoe beweeg je van aanbieder naar partner? Hoe versterk je je positie richting scholen en gemeenten? En wat vraagt dat concreet van je organisatie?

Kon je er niet bij zijn, maar ben je wel nieuwsgierig naar wat we hebben besproken? Lees hieronder de belangrijkste inzichten uit het vragenuur.

Q: Maken we met ons huidige aanbod voldoende impact?

A: Er is veel waardering voor het aanbod van NDE-organisaties, maar tegelijk leeft de vraag of de impact groot genoeg is als leerlingen vaak maar één keer in hun schoolloopbaan met NDE in aanraking komen. De opgave is daarom niet alleen om goed aanbod te verzorgen, maar ook om steviger in gesprek te komen met onderwijs en gemeenten over de structurele betekenis van NDE.

Q: Waar zit de sleutel in het gesprek met scholen?

A: De kern ligt in goed luisteren naar wat er op scholen speelt en daarop aansluiten. Stel niet het aanbod centraal, maar voer het gesprek over wat scholen nodig hebben en hoe NDE kan bijdragen aan het curriculum, teamontwikkeling en de brede ontwikkeling van kinderen.

Q: Hoe ga je om met de verschillen tussen gemeenten?

A: Veel organisaties werken in meerdere gemeenten met elk hun eigen beleidskaders, financieringsvormen en prioriteiten. Dat geldt overigens ook binnen grotere gemeenten. Het vraagt om maatwerk en actief relatiebeheer: per gemeente, en soms zelfs per afdeling, kijken wie je tegenover je hebt, wat daar speelt en hoe je daarop aansluit.

Q: Hoe kom je van aanbieder naar partner of regisseur?

A: Dat begint bij de manier waarop je organisatie wordt gezien. Als NDE alleen als aanbieder in beeld is, blijf je buiten het strategische gesprek. De stap naar partnerschap vraagt om een sterk verhaal over de betekenis van NDE voor jeugd, onderwijs, gezondheid en leefomgeving.

Q: Hoe maak je je meerwaarde als professionele organisatie duidelijk?

A: Door kwaliteit en pedagogische deskundigheid te benadrukken. Een losse activiteit van een vrijwilliger kan waardevol zijn, maar een professionele NDE-organisatie onderscheidt zich door didactische kwaliteit, een goede aansluiting op het onderwijs en professionele begeleiding van de uitvoering. Zo profileer je je als organisatie die structureel bijdraagt aan onderwijs, in plaats van incidenteel aanbod levert.

Q: Is er perspectief op opname van NDE in de Brede Regeling Combinatiefuncties?

A: Op dit moment nog niet. Er zijn eerste gesprekken gevoerd, maar de landelijke context is lastig door bezuinigingen, de evaluatie van de regeling en terughoudendheid om nieuwe domeinen toe te voegen. De grootste kansen liggen voorlopig op lokaal niveau. In sommige gemeenten wordt NDE al gekoppeld aan sport en cultuur als onderdeel van brede ontwikkeling, en dat biedt aanknopingspunten.

Q: Wat kun je doen als gemeenten weinig ruimte voelen?

A: Blijven investeren in relaties en op meerdere plekken zaadjes planten. Soms ontstaat beweging via scholen of schoolbesturen die zich uitspreken. Ook bestaande routes, zoals handreikingen of overlegstructuren, kunnen helpen om op het vizier te komen.

Q: Hoe belangrijk is het eigen verhaal van je organisatie?

A: Heel belangrijk. Een helder en herkenbaar verhaal helpt om partners aan je te binden en als organisatie consistent zichtbaar te zijn. Het helpt bovendien als dat verhaal zo veel mogelijk a-politiek is geformuleerd, zodat het ook bij wisselende coalities overeind blijft. Vier praktische tips kwamen naar voren:

  1. Weet waar je voor staat. Formuleer scherp wat je kern is, bijvoorbeeld: bijdragen aan een gezonde, groene en duurzame samenleving, en verbind daar partners aan.
  2. Werk waar mogelijk a-politiek. Gemeentelijke contexten veranderen elke vier jaar. Een inhoudelijk en breed gedragen verhaal zorgt voor meer continuïteit.
  3. Gebruik je netwerk actief. Kom je ergens niet binnen, zet dan bestaande relaties en samenwerkingspartners in.
  4. Sluit aan bij je doelgroep. Vertaal je verhaal steeds naar de belevingswereld van onderwijs, gemeente, bedrijfsleven of andere partners.

Q: Moet NDE zich alleen richten op educatie?

A: Nee. Hoewel sommige trajecten vooral over educatie gaan, werd benadrukt dat NDE-organisaties in de praktijk vaak ook breder actief zijn, bijvoorbeeld op participatie, bewonersinitiatieven en maatschappelijke betrokkenheid. Die bredere rol moet zichtbaar blijven.

Q: Heeft de Lokale Educatieve Agenda (LEA) waarde als route?

A: Dat verschilt per gemeente. Soms is de LEA beperkt relevant, maar op andere plekken biedt deze wel degelijk kansen om NDE inhoudelijk op de agenda te zetten. Het blijft daarom een route om serieus te verkennen.

Q: Helpt het om gemeenten te vragen om apart NDE-beleid?

A: Dat verschilt per gemeente, maar vaak werkt het beter om niet te vragen om een apart beleidsdossier, maar aan te sluiten bij bestaande gemeentelijke opgaven. De vraag wordt dan: hoe kan NDE bijdragen aan doelen rond jeugd, gezondheid, kansengelijkheid of leefomgeving?

Q: Wat zijn randvoorwaarden om een meer verbindende rol te vervullen?

A: De belangrijkste randvoorwaarde is tijd: tijd om relaties op te bouwen en tijd om partnerschappen te ontwikkelen. Als die tijd er niet is, kun je alsnog stappen zetten door in elk contactmoment je verhaal strategisch te vertellen, actief haakjes te benoemen (bijvoorbeeld beweging, gezondheid of gedrag) en je positie subtiel maar consequent te versterken. Daarnaast is het belangrijk om jezelf te zien als middel: aansluiten bij andere agenda’s, maar wel je eigen verhaal blijven inbrengen.

Q: Moet elke NDE-organisatie dezelfde rol ambiëren?

A: Nee. Niet iedere organisatie hoeft partner of regisseur te worden. Het is ook waardevol om simpelweg een heel goede en onmisbare aanbieder te zijn. Binnen een regionaal netwerk kunnen organisaties verschillende rollen vervullen en elkaar aanvullen.

Q: Hoe kijken we naar ontwikkelingen rond techniekeducatie?

A: Dat verschilt per regio. Soms biedt het kansen om duurzaamheid, techniek en voeding meer in samenhang aan te bieden en zo scholen te ontzorgen. Tegelijk moet NDE niet onnodig concurreren met bestaande techniekprogramma’s. De opgave is vooral om adaptief te blijven, nieuwe ontwikkelingen tijdig te signaleren en waar passend samenwerking te zoeken. Vanuit GDO wordt verkend waar NDE al betrokken is bij Techkwadraat en hoe die voorbeelden gedeeld kunnen worden.

Tot slot

Wat uit het vragenuur vooral duidelijk werd, is dat de weg van aanbieder naar partner geen kwestie is van één beslissing of één nieuwe functie. Het is een proces van positioneren, relaties opbouwen, goed luisteren en je verhaal consequent vertellen, afgestemd op wie er tegenover je zit. Niet elke organisatie hoeft dezelfde rol te ambiëren, maar elke organisatie heeft baat bij een scherp eigen verhaal en een stevig netwerk.

De ervaringen van Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem laten zien dat het loont om kleine stappen te blijven zetten, ook als de landelijke context ingewikkeld is. Door te blijven investeren in relaties met scholen, gemeenten en andere partners, en door aan te sluiten bij bredere opgaven rond jeugd, gezondheid, kansengelijkheid en leefomgeving, komt NDE steeds meer in beeld als een logische partner in plaats van een losse leverancier.

Wil je aan de slag met de inzichten uit de pilot? Neem dan contact op met Anouk Haverkamp via a.haverkamp@vereniginggdo.nl of bekijk de handreiking Combinatiefunctie NDE voor meer praktische handvatten.

Website gerealiseerd door Daily Creative Agency