Agenda

Digitalis Almere: hoe een school stap voor stap uitgroeide tot een groene leerplek

Basisschool Digitalis in Almere is een Gezonde School met meerdere certificaten, waaronder het thema Milieu & Natuur. De school werkt al jarenlang met een groene leeromgeving en ziet natuur als een essentieel onderdeel van kansengelijkheid en brede ontwikkeling. Directeur Monique van Zandwijk vertelt hoe het ooit begon met één simpele stap naar buiten en hoe dat uitgroeide tot een schoolbrede aanpak die inmiddels stevig verankerd zit in de cultuur van Digitalis.

De eerste stappen richting het thema Milieu & Natuur kwamen voort uit eerdere Gezonde School-thema’s bij Digitalis. Digitalis werkte al met de Gezonde School-thema’s Sport & Bewegen en Voeding. De leerlingen hadden behoefte aan beweging, merkte het team, en de school wilde meer doen dan alleen gymuren aanbieden. Toen voeding erbij kwam, begon het idee te groeien dat gezond leren veel breder is dan eten en bewegen alleen.

“We realiseerden ons dat kinderen niet alleen gezonder worden van sporten,” vertelt Van Zandwijk. “Ze worden ook rijker in taal en ervaring wanneer ze dingen écht zien, ruiken en voelen.”

De school ligt midden in een wijk met 43 culturele achtergronden, waar veel kinderen thuis weinig Nederlands spreken. Buiten leren bleek ineens veel meer dan natuuronderwijs: het werd een kans om woordenschat, begrip en zelfvertrouwen te versterken.

In de directe omgeving van de school ligt het Koggepark, een groene plek die al snel een logische verlenging werd van het klaslokaal. De eerste uitstapjes daarheen lieten direct zien wat buiten leren kan betekenen. Kleuters verzamelden bladeren en bloemen, onderzochten kleine insecten en ontdekten woorden en begrippen die binnen moeilijk tot leven komen.

Voor de middenbouw werd het Tiny Forest een waardevolle aanvulling. De Tiny Forest is aangelegd in samenwerking met onder andere scholen, buurtbewoners en de gemeente en biedt een compacte maar rijke leeromgeving. Leerlingen leren er onderzoeken, observeren en determineren. Vaardigheden die ze vervolgens weer in de klas gebruiken.

Ook in de schooltuinen merkten leerkrachten hoe leerlingen reageerden op het werken met echte materialen. Soms waren er praktische drempels, bijvoorbeeld wanneer leerlingen kleding of schoenen droegen die thuis nodig zijn om netjes te blijven. Digitalis zocht daarvoor een passende oplossing: met behulp van subsidie werden laarzen en overalls aangeschaft, zodat alle kinderen zonder zorgen volledig konden meedoen.

Collega’s zagen al snel dat buitenlessen motiverend werken, vooral voor leerlingen die binnen moeite hebben om op gang te komen. “Je ziet dat het iets doet met kinderen,” zegt Van Zandwijk. “Ze worden nieuwsgieriger en soms ook meer betrokken dan in een klassikale setting. Ze krijgen bovendien een stukje verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld voor een plantje of een klein onderzoekje, en dat maakt ze zichtbaar trots.”

Van losse momenten naar een gedeelde aanpak

Toen de natuuractiviteiten steeds vaker terugkeerden, merkte Digitalis dat het niet langer ging om losse lessen of projecten. Het thema begon een vaste plek te krijgen in de manier waarop de school naar leren en ontwikkelen kijkt. Dat leidde tot een helder uitgangspunt: ieder kind moet de kans krijgen om natuur te ervaren, ongeacht achtergrond of woonomgeving.

Hoewel Almere rijk is aan parken en bossen, komen veel leerlingen daar niet vanzelf. Voor sommige kinderen is het schoolplein de belangrijkste buitenruimte. Door natuur structureel te integreren in het onderwijs wilde Digitalis hen toegang geven tot ervaringen die anders makkelijk ontbreken.

Samenwerking met Stad & Natuur Almere

De groene ontwikkeling van Digitalis staat niet op zichzelf. De school werkt hierbij samen met verschillende externe partners, waaronder Stad & Natuur Almere. Via deze samenwerking maakt Digitalis gebruik van expertise en ondersteuning rondom natuur- en milieueducatie. Zo is de jaarplanning voor de schooltuinen opgesteld met input van Bert Iedema (Amsterdamse Schooltuinen) en sluit de school aan bij kennis en materialen van onder andere IVN en Wageningen Universiteit. Deze verbinding met lokale en landelijke organisaties helpt Digitalis om natuuronderwijs duurzaam en inhoudelijk sterk te verankeren in het curriculum.

Hoe het leeft in het ritme van de school

Wie vandaag door Digitalis wandelt, ziet dat natuur een vanzelfsprekend onderdeel is van de dagelijkse schoolpraktijk. Buiten worden regelmatig kleine ontdekkingen gedaan die direct onderdeel worden van de les: een insect dat wordt bestudeerd, bladeren die worden verzameld of een paddenstoel die tot vragen leidt.

Ook in de klaslokalen is de buitenwereld zichtbaar. Kinderen nemen materialen mee, verzorgen plantjes of verwerken hun observaties in opdrachten. De schooltuinen in het Koggepark en de nabijgelegen Tiny Forest zijn inmiddels vaste leerplekken waar groepen door het jaar heen terugkomen om te zaaien, te onderzoeken of om veranderingen te volgen. Natuuractiviteiten zijn zo geen losse projecten meer, maar onderdeel van een doorgaande leerlijn die elk jaar opnieuw wordt doorlopen.

Advies aan andere scholen

Terugkijkend ziet Van Zandwijk dat de ontwikkeling vooral gebaat was bij kleine, haalbare stappen en het benutten van wat er al in de omgeving aanwezig is. Volgens haar helpt het wanneer scholen zich realiseren dat een park, grasveld of zelfs een enkele boom al een waardevolle leerplek kan zijn. Ook benadrukt ze hoe belangrijk het is om het thema niet afhankelijk te maken van één collega, maar het organisatorisch te borgen en praktisch planbaar te maken. “Zo hebben wij ook in ons team een pedagogische duizendpoot,” vertelt Van Zandwijk. “Iemand die leerkrachten kan ondersteunen bij de voorbereiding, uitvoering en organisatie van de activiteiten.

Daarnaast ziet zij dat leerlingen meer betrokken raken wanneer zij zelf verantwoordelijkheid krijgen, bijvoorbeeld door een plant te verzorgen of een plek in de buurt te volgen. En bovenal, zegt ze: het begint vaak gewoon met dóen, een eerste wandeling, een eerste plantje, een eerste moment buiten de klas. Vanaf daar kan het groeien.

Ga zelf aan de slag met milieu en natuur

Geïnspireerd om ook aan de slag met het thema milieu en natuur? Binnen Gezonde School is Vereniging GDO themahouder van Milieu en Natuur en brengt zij expertise, inspiratie en praktijkervaring samen. De Gezonde School-aanpak helpt je daarbij stap voor stap.

Willemijn de Vries, expert van GDO

Willemijn de Vries is adviseur educatie bij Vereniging GDO, kennispartner van Gezonde School voor het thema milieu en natuur. Zij bezoekt regelmatig scholen voor audits en adviseert scholen over hoe je met het thema Milieu en natuur aan de slag kunt gaan.   

Klimaatadaptatie in de wijk: hoe krijg je bewoners mee?

Je kent het vast: op papier staat alles klaar voor klimaatadaptatie. De kaarten kleuren rood en blauw, de ambities zijn uitgesproken, de plannen liggen in de la. Maar zodra je de wijk in loopt, blijkt iets anders: bewoners zijn druk met heel andere dingen. De hitte van de afgelopen zomer? “Ach, dat hoort erbij.” Wateroverlast? “Dat zien we dan wel.”

Precies daar ontstaat de kloof. Want de plek waar klimaatproblemen het meest voelbaar zijn, de straat, de tuin, de stoep, is vaak juist de plek waar het voor bewoners nog voelt als iets abstracts. Iets wat niet direct raakt aan de hectiek van alledag. Hoe krijg je hen dan toch in beweging?

Veel gemeenten merken hoe lastig die vertaalslag is. Wat voor beleidsmakers een helder verhaal is over hitte, wateroverlast of droogte, voelt voor bewoners vaak als iets abstracts, iets wat zelden raakt aan hun dagelijkse leven. Tegelijkertijd gebeurt het echte werk juist op straat: daar waar de stoep blank kan staan, waar tuinen veranderen in hitte-eilanden, waar schaduw opeens waardevol blijkt te zijn.

Hoe breng je die twee werelden, de urgentie van het beleid en de werkelijkheid van de straat, op een natuurlijke manier bij elkaar?

Bewonersparticipatie als sleutel, niet als bijzaak

Bij Huurders op Groen zien we dat de sleutel tot succesvolle klimaatadaptatie begint bij de bewoners zelf. Niet door ze te informeren of te overtuigen met abstracte verhalen, maar door ze actief te betrekken bij concrete stappen in hun eigen straat. Waar kun jij vandaag mee aan de slag in je eigen tuin? Waar loop je tegenaan? Wie is er bereid de buren te helpen? Wat begint met een gezamenlijk gesprek, groeit uit tot een buurtproject waarin lokale betrokkenheid, eigenaarschap en plezier centraal staan.

In Hardenberg worden tuinen van huurders groener gemaakt. Om huurders te helpen hun leefomgeving te vergroenen heeft de Woonbond samen met Groene Huisvesters, SME en GDO het project Huurders Op Groen opgezet. De huurders kunnen met hulp van lokale natuur- en milieu-organisaties en met ondersteuning van wooncoöperaties hun tuin groener maken.

De Huurders op Groen aanpak

Huurders op Groen biedt gemeenten een praktische, sociale én duurzame manier om hun klimaatdoelstellingen te realiseren. Geen kort project van buitenaf, maar een aanpak die een lokaal netwerk opbouwt van bestaande partijen in de wijk: woningcorporaties, NDE-centra, huurdersverenigingen, welzijnsorganisaties en bewoners zelf. Samen werken zij aan vergroening en klimaatadaptatie in de straat, buurt of wijk.

Projectteams die meedoen krijgen twee jaar lang begeleiding van de landelijke projectorganisatie, toegang tot een netwerk van experts en concrete ondersteuning bij het betrekken van bewoners. Samen wordt een wijkgerichte aanpak ontwikkeld die past bij de lokale context én aansluit bij bewonersbehoeften. Zo komt beleid letterlijk tot bloei op straatniveau.

Huurders op Groen bouwt voort op een succesvolle pilot die liet zien dat collectieve vergroening in corporatiebuurten méér doet dan stenen vervangen door groen: het brengt bewoners bij elkaar, vergroot hun betrokkenheid bij de wijk en maakt klimaatadaptatie tastbaar en leuk. Ook bewoners die normaal gesproken weinig mogelijkheden of middelen hebben om hun leefomgeving te vergroenen, worden actief ondersteund om mee te doen.

Waarom dit werkt

  • Van signalen naar actie: bewoners herkennen de problemen in hun buurt en voelen zich serieus genomen.
  • Dubbele winst: vergroening én verbinding. Een groene buurt is een fijne buurt.
  • Bewezen aanpak: uit de eerste lichting blijkt dat de kracht zit in lokaal eigenaarschap en samenwerking.
  • Praktische ondersteuning: je staat er niet alleen voor. Teams krijgen workshops, materialen en landelijke zichtbaarheid.

Wil je werk maken van klimaatopgaven, maar krijg je graag ondersteuning om samen met lokale partners en bewoners aan de slag te gaan? Overweeg dan deelname aan de tweede lichting van Huurders op Groen, die begin volgend jaar van start gaat! Meer weten of direct aanmelden? Neem contact op via info@huurdersopgroen.nl of ga naar www.huurdersopgroen.nl

Terugblik Kennisdag en Algemene Ledenvergadering 2025

De jaarlijkse Kennisdag van GDO was ook dit jaar weer een succes: een reünie, een studiedag en vooral héél veel inspiratie. Op 13 november verzamelden ruim 90 projectmedewerkers, leidinggevenden van NDE-centra en ambtenaren met de NDE-portefeuille zich in Utrecht.

Netwerkcoördinator Arjan Klopstra trapte de dag af met de vraag: gaan NDE-centra eigenlijk bij elkaar op bezoek? Zo’n 80% van de handen ging omhoog, een mooi bewijs dat het netwerk volop van elkaar leert, en dat er onderling veel contact is om successen, aanpakken en ervaringen uit te wisselen.

Inspirerende pitches voor de Innovatie & Impactprijs

Voor de elfde keer werd dit jaar de Innovatie & Impactprijs uitgereikt. Dit jaar waren er acht inzendingen, die ’s ochtend werden gepresenteerd aan de collega’s. Dat zorgde voor merkbare energie in de zaal: telefoons gingen omhoog voor foto’s, notitieboekjes klapten open, en hier en daar fluisterde iemand: “Oh, dat moeten wij ook gaan doen.”

Workshop: Combinatiefunctionarissen als bruggenbouwers

Deelnemers konden meedoen aan diverse workshops, rond participatie en educatie, vrzorgd door collega’s van onze partner SME. Tijdens de workshop over de GDO-pilot Combinatiefunctionarissen deelden Natuurcentrum Arnhem en Utrecht Natuurlijk hun eerste ervaringen. De metafoor viel meerdere keren: een combinatiefunctionaris kijkt niet alleen naar de dagelijkse praktijk, maar stijgt erbovenuit om scholen, partners, wijkinitiatieven en groene plekken met elkaar te verbinden. Een rol die vraagt om overzicht, strategisch denken, geduld én de kunst om relaties op te bouwen. Dit gaat over bruggenbouwers.

In de pilot staan een paar grote vragen centraal:

  • Hoe word je een echte partner voor scholen, in plaats van alleen een aanbieder?
  • Hoe borg je duurzaamheidseducatie structureel in het curriculum?
  • En hoe zorg je dat samenwerking duurzaam wordt, in plaats van projectmatig?

Beide combinatiefunctionarissen benadrukten dat het belangrijk is te weten hoe scholen werken, wat er speelt in een team, welke druk er op leerkrachten ligt en welke toon aansluit bij verschillende leeftijden. Juist door die kennis kunnen NDE-centra maatwerk leveren en voorkomen dat ze “de zoveelste organisatie zijn die iets van de school wil.”

Workshop: Voedseleducatie

Na de lunch stonden de ALV en de workshop voedseleducatie op het programma. Tijdens de workshop deelden leden uit het netwerk hun ervaringen en voorbeelden:

Stad & Natuur Almere – twee locaties voor schooltuinieren, ruimte voor acht klassen, een lesprogramma dat aansluit op de kerndoelen, en inmiddels een erkende interventie. Veel losse activiteiten, maar samen een stevig verhaal van grond tot mond.
Natuurcentrum Arnhem – veertig schooltuinen, met een doorlopende lijn van klas tot tuin. Het programma Mooi Voedsel Natuurlijk laat kinderen zaaien, wieden en oogsten en een deel van de opbrengst gaat naar de voedselbank.

Code Groen Educatie & Jong Leren Eten – bewegend leren, veel opgeleide “handjes” die docenten kunnen inzetten, én een droom: moestuincoaches koppelen aan alle NDE-centra. De Week van de Schooltuin met als thema bodem vindt weer plaats in het voorjaar.

Uitreiking Innovatie & Impactprijs 2025

Daarna was het tijd voor de feestelijke uitreiking van de GDO Innovatie & Impactprijs. De jury had warme woorden en uitgebreide complimenten voor alle genomineerden. Maar er moesten natuurlijk winnaars gekozen worden… of eigenlijk: winnaars. Want ook de aanwezigen mochten hun stemmen.

De winnaars:

Juryprijs
De Groene Belevenis: Klimaat Doedag

Vijf jaar geleden gestart om leerlingen uit groep 7 te laten ervaren dat klimaat en duurzaamheid niet alleen grote-mensen-thema’s zijn, maar juist iets waar zij zélf invloed op hebben. In 14 workshops ontdekken kinderen praktische, leuke manieren om mee te bouwen aan een leefbare wereld.

Publieksprijs
Omgevingsdienst Regio Utrecht – Circulaire producten ‘Afval of toch niet? De keuze is aan jou!’

Met speelse, laagdrempelige materialen zoals een praatpot en een verjaardagskalender wordt circulariteit toegankelijk gemaakt. Niet goed of fout, maar laten zien dat er altijd meer opties zijn dan je denkt.

Publieksprijs
Utrecht Natuurlijk – Boerderijkaarten

Bij de Utrechtse stadsboerderijen kunnen kinderen sparen voor speciaal ontworpen Boerderijkaarten. Een vrolijke, speelse manier om hen te enthousiasmeren voor het werken op de boerderij én om te leren over dieren, dierhouderij en het boerenleven.

Afscheid en welkom

Tot slot namen we afscheid van vier vertrouwde gezichten: voorzitter Jacqueline van Dongen (wethouder gemeente Zwijndrecht), penningmeester Paul Duijsings, algemeen bestuurslid Sytske Romijn (NME Amstelveen) en Conny Taheij, communicatie en bureau. Het was warm, persoonlijk en vol dankbaarheid. Ook was er tijdens de ALV een warm welkom voor de nieuwe voorzitter Ron van der Jagt en penningmeester Astrid Verblakt-Schmeits van CNME Maastricht.

Studenten testen tijdens hun onderzoekstage the Whole School Approach

Hoe veranker je duurzaamheid in alle facetten van het onderwijs? Samen met SPARK the Movement, Coöperatie Leren voor Morgen, Duurzame PABO en SME ontwikkelde Vereniging GDO de toolkit behorend bij de Whole School Apparoach: de WSA Toolkit Nederland.

De toolkit biedt ondersteuning aan onderwijsprofessionals die duurzaam doen en denken integraal in de school willen verankeren. ‘Het is een praktisch hulpmiddel dat de focus legt op 6 verschillende domeinen: curriculum, pedagogiek en didactiek, gebouw en bedrijfsvoering, professionele ontwikkeling, omgeving & visie.

Studenten van RUG | Campus Fryslân onderzochten afgelopen jaar de bruikbaarheid van de toolkit. Hun proeflocatie: het Mariënburg College in Leeuwarden. Het onderzoek en de samenwerking leverde waardevolle inzichten op over hoe scholen duurzaam denken en doen kunnen verbinden in de praktijk.

Van visie naar dialoog
Voor rector Cees Vogelvanger van het Mariënburg College is duurzaamheid meer dan alleen zonnepanelen op het dak plaatsen of afval scheiden in de kantine. “Bij ons gaat duurzaamheid over relaties, hoe we met elkaar omgaan als collega’s, met leerlingen en binnen de schoolgemeenschap,” vertelt hij. De Whole School Approach Toolkit bood volgens hem een manier om dat gesprek op een goede manier met elkaar te voeren. “De toolkit helpt om onze visie tastbaar te maken en door te vertalen naar alle lagen in de organisatie. De vragen en werkvormen uit helpen om structureel het gesprek met elkaar te blijven voeren over wat duurzaamheid voor onze school betekent.”  

Studentenonderzoek in de praktijk
Yaniek, student Global Responsibility & Leadership bij RUG | Campus Fryslân, werkte vanuit zijn onderzoeksstage bij SPARK the Movement mee aan het testen van de WSA-toolkit. “Het was heel leerzaam om de toolkit in een echte schoolsituatie te gebruiken,” vertelt hij. “Vooral het kaartspel bleek een krachtig middel. Eerst dacht iedereen: we zitten wel op één lijn. Maar al snel ontdekten teams dat ze duurzaamheid allemaal net anders interpreteerden. Dat leverde open gesprekken op, precies wat je nodig hebt om verder te komen.”

Win-winsamenwerking
Zowel de studenten die het onderzoek deden als de school merkten dat het waardevol is om begeleiding te hebben bij het inzetten van de toolkit. “De website is overzichtelijk en gebruiksvriendelijk,” zegt Yaniek, “maar duurzame verandering vraagt tijd, kennis en aandacht”. “De toolkit ondersteunt het goede gesprek. Maar het inbedden van leren voor duurzame ontwikkeling is mensenwerk en vraagt dat je hier samen steeds over na blijft denken” vult Cees mooi aan. Iemand met inhoudelijke kennis over het leren voor duurzame ontwikkeling die dit onderlinge gesprek begeleidt, draagt bij aan dit proces. Zowel SPARK the Movement als Coöperatie Leren voor Morgen en SME kunnen deze ondersteuning bieden.

De samenwerking tussen SPARK the Movement, de studenten en de school werd door Comenius Mariënburg en de studenten van RUG | Campus Fryslân als zeer positief ervaren. Cees zegt hierover: “Voor ons was het inspirerend om studenten te begeleiden en tegelijk zelf nieuwe inzichten op te doen.” Yaniek vertelt dat het voor hen als studenten ook een belangrijke ervaring was. “Wij kregen de kans om buiten de muren van de universiteit te kijken en de praktijk te ervaren. Daardoor zagen we de impact van ons onderzoek direct terug. Ook zagen we de meerwaarde dat de school door ons een frisse blik van buitenaf kreeg.”

De kracht van natuur in het onderwijs: zo geef je invulling aan het thema Milieu en Natuur

Een groen schoolplein, frisse lucht in de klas en leerlingen die met hun handen in de aarde zitten. Het zijn enkele voorbeelden van zaken die een positieve invloed hebben op het welzijn en het gedrag van leerlingen. Maar waarom is aandacht voor milieu en natuur zo belangrijk? En hoe pak je dit als school aan? We spraken hierover met Willemijn de Vries, adviseur educatie bij Vereniging GDO, kennispartner van Gezonde School.

“In deze tijden van prestatiedruk, klimaatverandering en veelvuldig schermgebruik, is het superbelangrijk om de connectie met de natuur te maken”, vindt Willemijn. “Het is de bron van alles”. Ze benadrukt dat contact met de natuur stress vermindert, het concentratievermogen verhoogt en het geluksgevoel vergroot. Gelukkig ziet Willemijn dat het thema milieu en natuur steeds meer aandacht krijgt op scholen, onder andere door het groeiende aantal groene schoolpleinen. Veel gemeenten stimuleren dit en bieden hulp om dit voor elkaar te krijgen. 

Toch mag het thema wat haar betreft nog veel meer aandacht krijgen. De focus ligt vaak op rekenen en taal, terwijl die vakken ook buiten kunnen plaatsvinden. “Ga bladeren tellen voor rekenen of geef een dictee in de moestuin”, tipt Willemijn. Zo eenvoudig kan het zijn. Onderzoek van Janette Prins, onderzoeker bij de onderzoeksgroep Natuur en Ontwikkeling Kind van Hogeschool Leiden, laat zien dat een natuurrijke speel- en leeromgeving een positieve invloed heeft op de taalontwikkeling van jonge kinderen. 

Betere kwaliteit van leven

De aanpak voor milieu en natuur gaat verder dan aandacht tijdens de lessen. Het gaat ook over een gezond binnen- en buitenmilieu. Willemijn raadt scholen aan om te starten met kleine stappen, zoals het plaatsen van planten in de klas of het meten van het binnenklimaat. Hoe is de luchtkwaliteit, de temperatuur en het geluid in de lokalen? Is er genoeg ventilatie aanwezig? Het positieve effect van groen is wetenschappelijk aangetoond. Leerlingen zijn veerkrachtiger en hebben een betere kwaliteit van leven. “Ook ervaren leerlingen minder hyperactiviteit nadat ze in aanraking komen met natuur”, betoogt Willemijn. “Spelen en leren op een groen schoolplein vermindert ook pestgedrag”, gaat ze verder. Ook fysiek zijn er voordelen: buitenonderwijs versterkt het afweersysteem, vermindert astma en stimuleert gezond eetgedrag.  

Tip van de expert

Ga met je taal- of rekenles naar buiten. Het hoeft niet groots te zijn. Willemijn: “Je kunt een dictee geven in de moestuin, met koolrabi, radijsjes of komkommer.” 

Een vaste plek in het curriculum

“Bij het thema mlieu en natuur vinden we het – naast dat een school meedoet aan een erkende gezonde school activiteit – belangrijk dat het thema ook een plek krijgt in het beleid van de school”, aldus Willemijn. Een belangrijke stap is visieontwikkeling: hoe wil de school dit thema uitdragen? Willemijn: “Het is leuk als het thema een plek krijgt in de schoolgids. En dat je echt kunt laten zien dit is waar wij als school voor staan!” De grootste valkuil? “Dat het blijft bij losse acties, zoals alleen een moestuin,” zegt Willemijn. “Je bereikt pas echt iets als wat je doet ook een vaste plek krijgt in het curriculum.” 

Leerlingen aan het stuur met Eco-Schools

Een voorbeeld van een erkende Gezonde school-interventie waarmee je invulling kunt geven aan het thema milieu en natuur  is het programma Eco-Schools; een programma van SME (partnerorganisatie van Vereniging GDO). Eco-Schools werkt samen met lokale begeleiders die zijn aangesloten bij een NDE-centrum of bij IVN natuureducatie. Leerlingen vormen een eco-team en werken samen met docenten aan verduurzaming. “Bij Eco-Schools staan leerlingen echt centraal,” legt Willemijn uit. Met behulp van zeven stappen onderzoeken zij hun eigen school en bedenken ze acties om deze te verduurzamen. Bijvoorbeeld door het schoolplein groener te maken of afval te verminderen. 

Hoe betrek je collega’s en ouders?

Draagvlak creëren is cruciaal als je met het thema aan de slag gaat. Zeker met de huidige werkdruk onder leraren. “Een project moet niet aanvoelen als het project van één collega, maar echt als een mooi project dat je doet als school”, zegt Willemijn. Volgens haar begint dat met delen: “Vertel in een teamvergadering of weekopening waar je mee bezig bent.” Als het schoolbreed wordt gedeeld sluiten collega’s automatisch meer aan. “En kijk waar de energie zit!”, tipt Willemijn. “Als een collega het leuk vindt om in de moestuin te werken, geef diegene dan een rol in dat project.” Ook ouders kun je betrekken door ze mee te nemen in het proces. “Blijf hen informeren over wat je allemaal doet met het thema”, zegt Willemijn. “Op die manier vergroot je de betrokkenheid”.  

Een mooi praktijkvoorbeeld uit Almere

Een inspirerend voorbeeld vindt Willemijn basisschool Digitalis in Almere, een Gezonde School. Daarwerkt een leerkracht die iedere middag met een klas naar buiten gaat. Soms voor een gewone les over de natuur, soms naar de schooltuinen of naar het Tiny Forest van IVN natuureducatie. “Binnen hebben ze overal kamerplanten staan van het ‘BinnenBos’ van IVN. En kweken ze plantjes, met hun handen in de modder”. Ook doen ze aan nationale dagen mee, zoals de Bijentelling. Willemijn: “De leerkracht zei dat ze echt verschil zag en dat de kinderen rustiger waren in de klas.” Gepassioneerd besluit ze: “Die kinderen leren van jongs af aan hoe belangrijk de natuur is!” 

Over de expert

Willemijn de Vries, expert van GDO

Willemijn de Vries is adviseur educatie bij Vereniging GDO, kennispartner van Gezonde School voor het thema milieu en natuur. Zij bezoekt regelmatig scholen voor audits en adviseert scholen over hoe je met het thema Milieu en natuur aan de slag kunt gaan.   

Ga zelf aan de slag met milieu en natuur

Geïnspireerd om ook aan de slag met het thema milieu en natuur? Binnen Gezonde School is Vereniging GDO themahouder van Milieu en Natuur en brengt zij expertise, inspiratie en praktijkervaring samen. De Gezonde School-aanpak helpt je daarbij stap voor stap.

Huurders op Groen 2.0 van start: samen werken aan sociale, gezonde en groene wijken

Na een succesvolle eerste lichting gaat Huurders op Groen een nieuwe fase in. Op 18 september vond de online-bijeenkomst “De Huurders op Groen-aanpak voor een sociale, gezonde, groene wijk” plaats, waar ervaringen en lessen uit het eerste traject werden gedeeld. Tijdens deze bijeenkomst werd ook de nieuwe ronde aangekondigd. En nu is het zover: de aanmeldperiode voor Huurders op Groen 2.0 is geopend!

Waarom Huurders op Groen?

Meer groen in onze leefomgeving heeft talloze voordelen voor natuur, klimaat én gezondheid. Toch is de helft van de Nederlandse tuinen grotendeels betegeld, samen goed voor een oppervlak van ruim 550 km², ongeveer tien keer de Veluwe. Vooral in corporatiebuurten ligt hier een enorme kans.

Huurders op Groen richt zich daarom op het vergroenen van deze wijken, met nadruk op de tuinen van huurders en de directe leefomgeving. De aanpak draait om langdurige bewonersparticipatie, waarbij lokale behoeften en expertise centraal staan. Zo sluit de vergroening echt aan bij wat bewoners nodig hebben en ervaren zij direct de voordelen van een groener en gezonder leefklimaat.

“Eigenlijk ben je sociaal aan het vergroenen.” – Ketenregisseur Sociale Innovatie, deelnemende woningcorporatie

Wat houdt deelname in?

Huurders op Groen 2.0 is een tweejarig traject (februari 2026 – januari 2028) waarin gemeenten, woningcorporaties en lokale partners samenwerken aan vergroening, klimaatadaptatie en sociale versterking. Deelnemende projectteams krijgen begeleiding van de landelijke projectorganisatie, met onder meer:

  • Workshops en bijeenkomsten over bewonersbehoeften en groene interventies
  • Ondersteuning bij bewonersparticipatie, educatie en communicatie
  • Toegang tot kennis, beeldbank, stappenplannen en een landelijk netwerk
  • Start- en evaluatiebijeenkomsten op maat

Het resultaat: een duurzame samenwerking in jouw gemeente waarin lokale partijen en bewoners samen werken aan sociale, gezonde en groene wijken.

Voor wie is Huurders op Groen 2.0 bedoeld?

De aanpak richt zich op lokale projectteams die samen werken aan een groene, gezonde en sociale wijk. Zo’n team bestaat minimaal uit een gemeente, een woningcorporatie en een Natuur- en Duurzaamheidseducatiecentrum (NDE-centrum). Naarmate het traject vordert, kunnen ook huurdersverenigingen, bewonersinitiatieven, welzijnsorganisaties en buurthuizen aansluiten om de samenwerking verder te versterken.

Praktische informatie

Aanmeldperiode: 13 oktober – 13 december 2025
Selectiegesprekken: tweede helft november 2025
Bekendmaking deelnemers: december 2025
Start traject: februari 2026
Looptijd: 2 jaar (gemiddelde tijdsinvestering: 2 uur p.m. – 2 uur p.w.)
Kosten: €12.500 per jaar per projectteam (onder voorbehoud, te verdelen over partners)
Ruimte voor: 5 tot 10 lokale projectteams

Goed nieuws: dankzij een mogelijke landelijke subsidie ontvangen de eerste vijf aanmeldingen met een volledig ingevuld aanmeldformulier een flinke korting op hun deelname.

Meld je aan

Benieuwd naar wat de aanpak voor jouw gemeente of corporatie kan betekenen? Meld je nu aan via het aanmeldformulier. Voor vragen of overleg over je lokale situatie kun je altijd contact opnemen met het projectteam via info@huurdersopgroen.nl.

Huurders op Groen is een project van Vereniging GDO, Woonbond en SME, ondersteund door de ministeries van LNV en I&W, de Van Dijk Nijkamp Stichting en het Cultuurfonds. Meer informatie: www.huurdersopgroen.nl

Doe mee met de allereerste Week van de Participatie!

Met plezier kondigen we de allereerste Week van de Participatie aan! Van 10 t/m 13 november 2025 staan vier dagen lang inspirerende sessies op het programma over hoe jouw NDE-organisatie kan bijdragen aan een inclusieve en duurzame samenleving. Deze week sluit aan bij de Week van het Duurzaam Onderwijs en krijgt dit jaar voor het eerst een eigen vervolg binnen het netwerk van GDO.

Waarom een Week van de Participatie?

Participatie is de sleutel tot duurzame verandering. NDE-organisaties werken behalve met het onderwijs ook steeds vaker samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners aan thema’s als energie, klimaatadaptatie, biodiversiteit, voedsel en circulaire economie.

Tijdens de Week van de Participatie laten we met collega’s van onze partner SME zien hoe die samenwerking in de praktijk werkt én wat we van elkaar kunnen leren. We bieden ruimte om kennis te delen, inspirerende voorbeelden te horen en nieuwe verbindingen te leggen binnen het netwerk van natuur- en duurzaamheidseducatie en -participatie.

Wat kun je verwachten?

Online inspiratiesessies
Op maandag 10, dinsdag 11 en woensdag 12 november organiseren we korte, interactieve online sessies. We laten praktijkvoorbeelden zien uit het netwerk rond energie en klimaatadaptatie, telkens met participatie als sleutel. Daarnaast is er een verdiepende sessie over het hoe en waarom van participatietrajecten: wat maakt ze succesvol, en wat kun jij daarvan leren?

Maandag: Participatie: van filosofie naar praktijk

Wat wordt er eigenlijk met ‘participatie’ bedoeld? En hoe vertaal je dat naar de praktijk? En waarom is dat zo belangrijk in ons werk? In deze sessie kijken we samen naar de filosofie en praktijk van participatie. Van betekenis en vormen tot praktijkvoorbeelden en tips. We praten over hoe participatie verder gaat dan ‘een vinkje zetten’: het gaat ook om een gevoel van eigenaarschap en verbinding.

Dinsdag: Groenparticipatie voor een klimaatbestendige leefomgeving

Hoe betrek je inwoners bij het vergroenen van hun eigen leefomgeving? En hoe draagt die betrokkenheid bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en sociale verbinding?

In deze sessie laten we zien hoe groenparticipatie bij kan dragen aan een klimaatbestendige wijk. Aan de hand van inspirerende voorbeelden, zoals Huurders op Groen en National Park City, verkennen we hoe bewoners, corporaties en gemeenten samen impact kunnen maken. Daarnaast delen leden van ons netwerk hun ervaringen met het opzetten en begeleiden van lokale initiatieven.

Woensdag: Energieparticipatie voor iedereen 

De energietransitie raakt iedereen, maar niet iedereen op dezelfde manier. Terwijl sommige bewoners investeren in zonnepanelen, een warmtepomp of isolatie, worstelen anderen met de hoge energierekening. Bewoners betrekken bij energievraagstukken is daarom van groot belang. Denk naast het verduurzamen van de woning ook om grotere projecten, zoals aardgasvrije wijken en zonneparken.

In deze sessie bespreken we hoe participatie in de energietransitie hand in hand kan gaan met sociale vraagstukken. Aan de hand van praktijkvoorbeelden uit SME-projecten en ervaringen van NDE-centra bespreken we hoe je bewoners actief betrekt bij plannen voor energie en tegelijk oog houdt voor de verschillen tussen buurten en huishoudens.
Hoe kun je als lokale NDE-organisatie bijdragen aan bewustwording, gedragsverandering en inclusieve participatie? En wat kun je doen om bewoners met beperkte middelen tóch een stem te geven in de energietransitie?

Afsluitende bijeenkomst tijdens de GDO Kennisdag
Op donderdag 13 november sluiten we de week af met een live sessie tijdens de GDO Kennisdag voor NDE-centra in Utrecht (10.00 – 16.00 uur). Samen onderzoeken we hoe we participatie nog beter kunnen verankeren in onze dagelijkse praktijk en in de samenwerking met onze omgeving.

Doe mee en denk mee!

De Week van de Participatie maken we graag samen met het netwerk. Wil jij een inspirerend voorbeeld delen, een vraag voorleggen aan collega’s of meedenken over de invulling van het programma? Stuur een bericht naar info@vereniginggdo.nl.

Niets missen? Meld je dan via deze pagina aan voor onze nieuwsbrief.

Veertig leerkrachten, één gedeelde missie

“Is er nog iemand in de zaal die niet overtuigd is van het belang van natuuronderwijs? Nee? Niemand?”

Op Stadsboerderij de Korenmaat kwamen in september veertig leerkrachten en directeuren uit het Arnhemse basisonderwijs samen. Niet voor een studiedag vol sheets, maar voor echte inspiratie: tastbaar, buiten, samen. Ze gingen met elkaar in gesprek over hoe natuur, duurzaamheid en klimaat structureel plek kunnen krijgen in hun lessen. Ze deelden ervaringen, ontdekten nieuwe mogelijkheden en inspireerden elkaar met wat er al wél kan.

De middag leverde veel ideeën op: van schooltuinieren tot een tweedehands kledingmarkt op het schoolplein. In Arnhem is schooltuinieren overigens al op veel plekken een vaste waarde: ongeveer een derde van de scholen heeft het structureel onderdeel gemaakt van hun onderwijs.

Zo verbindt leerkracht Esther Wessels van basisschool De Witte Vlinder het moestuinieren met thema’s binnen wereldoriëntatie. Leerlingen meten afstanden in de tuin, leren over tijd en groei, en verwerken hun ervaringen in taal- en rekenopdrachten. In de schoolgang hangt een doorlopende collage met foto’s van de oogst, recepten en woordenschat rond gezonde voeding en landbouw. “Zo ging het echt leven in de school, ook bij andere groepen en ouders,” vertelt Esther.

Inspirerend waren ook de ervaringen uit het project Rijnreizigers, waarin vakken creatief worden verbonden met praktijkopdrachten in de natuur. Het resultaat: leerlingen die met meer plezier én meer betekenis leren. “Een van mijn leerlingen heeft normaal gesproken veel moeite om zich te concentreren. Maar aan het einde van het project presenteerde hij zijn kennis alsof hij een volleerd pabostudent was. Dat is zoveel meer dan leuk onderwijs, hier gebeurt echt iets moois,” vertelt directeur Ronny ten Brinke van de Pastoor van Arsschool.

Deze bijeenkomst is geen losstaand moment, maar onderdeel van een bredere beweging. Een beweging waarin Natuurcentrum Arnhem optrekt als partner van het onderwijs: niet alleen als aanbieder van waardevolle lessen, maar ook als aanjager van verandering en sparringpartner voor scholen die natuur- en duurzaamheidseducatie een vaste plek willen geven.

Hoe natuur en duurzaamheid een vaste plek krijgen in de klas

Leerkrachten willen onderwijs geven dat ertoe doet: lessen die aansluiten bij wat kinderen bezighoudt en hen voorbereidt op de toekomst. Natuur en duurzaamheid zijn geen ‘extra thema’s’, maar de wereld waarin kinderen opgroeien.  Ze dragen bij aan de brede ontwikkeling van leerlingen en vormen een natuurlijke brug naar andere vakken: van bewegen en gezondheid tot kunst, cultuur, ICT en techniek.

Maar hoe geef je dat vorm in een overvolle agenda, met beperkt tijd en soms te weinig collega’s? Lokale NDE-centra kunnen hierbij een belangrijke rol spelen, wanneer zij de tijd en ruimte hebben om zich verder te ontwikkelen dan hun traditionele rol als aanbieder van natuur- en duurzaamheidseducatie. Steeds vaker nemen zij andere rollen op zich richting het onderwijs: 

  • Groene leraar: springt ad hoc of structureel in met inspirerend natuur- en duurzaamheidsonderwijs, juist in tijden van lerarentekorten.
  • Makelaar: helpt scholen wegwijs maken in het diverse aanbod rond natuur en duurzaamheid.
  • Aanjager en strategisch partner: denkt proactief mee met scholen, helpt een visie te ontwikkelen en verankert duurzame thema’s in het curriculum en in andere domeinen van de school.

Deze aanpak helpt leerkrachten om duurzaam onderwijs niet te zien als extra last, maar als kans. Een kans om thema’s als natuur, klimaat en leefomgeving op een vanzelfsprekende manier te verweven met hun lessen. Zo ervaren leerlingen natuur en duurzaamheid niet als losse onderwerpen, maar als iets wat overal in terugkomt. In de klas, op het schoolplein en in hun eigen leefwereld. Dit is waar Natuurcentrum Arnhem, en met hen vele andere NDE-centra in Nederland, aan werken. Samen met leerkrachten, schoolleiders en bestuurders.

Pilot combinatiefunctie NDE

De bijeenkomst in Arnhem is een voorbeeld van hoe NDE-centra, wanneer ze meer ruimte krijgen om hun rol te verbreden, kunnen uitgroeien tot waardevolle partner voor natuur- en duurzaamheid in het onderwijs.

Natuurcentrum Arnhem en Utrecht Natuurlijk hebben dit jaar die ruimte gekregen in de Pilot Combinatiefunctie NDE, waarin zij experimenteren met nieuwe rollen richting het onderwijs en deze versterken. De pilot is opgezet samen met Vereniging GDO, die de leerervaringen ophaalt en landelijk deelt, en sluit aan bij de landelijke beweging van de Interdepartementale Werkgroep Duurzame School.

De ervaringen laten nu al zien dat het onderwijs openstaat voor deze versterking vanuit de NDE-organisaties. Door lokaal op te trekken met directies, leerkrachten én beleidsmakers, kunnen NDE-centra bijdragen aan structurele verandering. Het vraagt om investeren in relaties, positie en kennis, maar levert veel op:

  • Meer leerlingen die leren over én met de natuur
  • Meer leerkrachten die zich gesteund voelen bij duurzaam onderwijs
  • Meer scholen die natuur en duurzaamheid structureel willen opnemen in hun onderwijsvisie

Lees meer over de pilot combinatiefunctie NDE op deze pagina. Bekijk ook de LinkedIn-post van Natuurcentrum Arnhem.

Luisteren, verbinden & vergroenen: het geheim van een bloeiende wijk in Hardenberg

65 tuinen groener, 325 planten rijker en volop inspiratie voor de toekomst. In de wijk Norden-Hazenbos zette het Huurders op Groen-project ook in Hardenberg de wijk tot bloei.

In de wijk Norden-Hazenbos in Hardenberg konden 65 huurders vorige maand hun tuin vergroenen met een gratis pakket vol inheemse planten. Daarmee kwam niet alleen meer kleur en leven in de tuinen, maar ook meer voedsel voor bijen en vlinders.

Weten wat er speelt in de wijk
In aanloop naar de actie ging het lokale projectteam langs de deuren, organiseerde een bewonersavond en zette een Rad van Fortuin neer bij de buurtsupermarkt. Op deze manier haalden zij de wensen en behoeften van de huurders in de wijk op. Wat bleek? Veel bewoners hadden interesse om hun tuin te vergroenen, maar liepen tegen praktische drempels aan: gebrek aan tijd, kennis of fysieke mogelijkheden. Zoals een bewoner het verwoordde: “Tuinieren is voor mij meer een verplichting dan een hobby.” Een ander vertelde: “Een groene tuin maakt me blij, vooral als er bloemen in staan.”

In deze eerste onderzoekende fase van hun deelname aan de Huurders op Groen pilot zochten Vechtdal Wonen en De Koppel samenwerking met lokale welzijnsorganisatie De Stuw. Deze krachtenbundeling is essentieel gebleken. “De Stuw kent veel wijken en buurten goed en weet daar ook informeel de weg te vinden”, legt Wendy Langemaat van Natuuractiviteitencentrum De Koppel uit.

Buurtmiddag met een groen randje
Gebaseerd op de wensen van bewoners in de buurt werd een buurtmiddag georganiseerd, slim gecombineerd met de Nationale Buitenspeeldag. Daardoor waren er veel kinderen met hun ouders op straat, wat zorgde voor een levendige sfeer. Wendy Langemaat: “Het was heel leuk en super succesvol. De mensen waren enthousiast, de kinderen hielpen mee en de groencoaches gaven iedereen handige tips.”

Vooraf ontvingen huurders een brief met informatie en de mogelijkheid zich aan te melden voor een gratis plantenpakket. Naast de inheemse en biologische planten, bekostigd door Vechtdal Wonen, kregen bewoners ook ‘tweede kans’-planten, geschonken door een lokaal tuincentrum Jurrie Baas. Daarnaast kregen bewoners biologische potgrond en maakten velen kans op een gratis regenton. Met de Tegeltaxi van de gemeente werden verwijderde tegels opgehaald.

Voor de bewoners die aangaven graag te willen vergroenen, maar weinig kennis hierover te hebben, stonden tijdens de middag de groencoaches van Natuuractiviteitencentrum De Koppel klaar om advies te geven over het onderhoud.

Inheemse planten en minder tegels
Veel bewoners verwijderden direct tegels uit hun tuin om ruimte te maken voor hun nieuwe planten. Anderen kozen ervoor om hun pakket tussen de bestaande planten te zetten. In totaal gaven maar liefst 27 huishoudens aan tegels te verwijderen, en dus bij te dragen aan een groener en koeler Hardenberg!

Wendy zag hoe trots mensen waren: “Iedereen wilde graag op de foto met hun tuin. De fotograaf is zelfs mee de wijk in geweest om voor- en na-foto’s te maken.” Een nieuwe bewoner uit de buurt met een kale tuin ging met volle handen naar huis én won ook nog de regenton.

De kracht van lokale samenwerking
De actie was een samenwerking van Natuuractiviteitencentrum De Koppel, Woningcorporatie Vechtdal Wonen, welzijnsorganisatie De Stuw, Gemeente Hardenberg, Huurdersorganisatie Vechtdal, de Groene Loper Vechtdal en betrokken bewoners. Dankzij de korte lijntjes konden ook praktische zaken, zoals het ophalen van verwijderde tegels, snel geregeld worden. Een belangrijke les volgens Wendy: “Het helpt enorm om een contactpersoon bij de buitendienst van de gemeente te hebben. Dan kun je snel schakelen en voorkom je dat tegels dagenlang blijven liggen.”

De actie werd enthousiast ontvangen door bewoners in de buurt. “Meer groen in de wijk is alleen maar positief,” aldus Hans (79), die al 55 jaar in de wijk woont. Een andere bewoonster noemt het een leuk initiatief, maar benadrukt dat betaalbaarheid en toezicht op verwaarloosde tuinen niet uit het oog verloren mogen worden. Leefbaarheidscoördinator Anneke Schottert van Vechtdal Wonen: “We zijn erg blij met het Huurders op Groen project. Minder tegels in de tuin is goed voor de waterafvoer, helpt tegen de hitte én zorgt voor meer verbinding in de buurt.”

Ook in Hardenberg wordt er nagedacht over hoe het project na de pilot kan worden voortgezet: “We zijn een hecht team geworden en er komen via Groene Loper Vechtdal ook wijken op ons pad die we samen kunnen aanpakken. Meerdere wijkbewoners hebben aangegeven elkaar te willen helpen, dus wij willen iets verzinnen om hen te koppelen aan de buren die wel hulp kunnen gebruiken”.

Huurders op Groen
De Huurders op Groen aanpak in Hardenberg laat zien dat vergroenen belangrijk is voor de natuur en verbindt. Wil jij ook jouw wijk of gemeente groener maken in samenwerking met lokale organisaties en bewoners? Binnenkort start er een nieuwe lichting van lokale projectteams.

Kijk op www.huurdersopgroen.nl of meld je hier aan voor de online bijeenkomst ‘De Huurders op Groen aanpak voor een sociale, gezonde, groene wijk’.

Groene impuls in Rijsenhout: samen werken aan tuinen én toekomst

Sinds het besluit in 2023 dat er geen nieuwe start- en landingsbaan bij Schiphol komt, waait er een frisse wind door Rijsenhout in de gemeente Haarlemmermeer. Jarenlang lagen plannen voor de openbare ruimte stil, wat zijn weerslag had op bewoners: waarom zou je investeren in een tuin, als je niet weet wat de toekomst brengt?

Maar nu is het tijd voor een groene herstart en die begint gewoon in de eigen tuin. In het kader van het landelijke Huurders op Groen project worden bewoners gestimuleerd om hun tuin of directe leefomgeving groener, klimaatvriendelijker en leefbaarder te maken. Dit gebeurt door praktische ondersteuning, inspirerende voorbeelden en samenwerking binnen de wijk.

Inspireren met beelden en gesprekken
Tijdens de eerste fase van Huurders op Groen werd er actief geluisterd naar de wensen en ideeën van bewoners. Dit leidde tot een tweedelige aanpak: eerst inspireren, dan samen aan de slag.

Het lokale projectteam, bestaande uit NMCX Centrum voor Duurzaamheid, woningcorporatie Ymere, de Vereniging Huurders Haarlemmermeer en de Dorpsraad Rijsenhout, trapte af in maart met een inspiratiemiddag. Bewoners konden binnenlopen om ideeën op te doen, vragen te stellen en ervaringen uit te wisselen. Grote fotowanden toonden allerlei soorten tuinen, van modern en strak tot weelderig en toekomstbestendig.

De uitnodiging ging via een brief van Ymere en de Facebookgroep van Rijsenhout. Die middag werden maar liefst dertig gesprekken gevoerd over de betekenis van een tuin: hoe groen kan helpen bij hitte of wateroverlast, en hoe je zelfs zonder eigen tuin toch kunt bijdragen aan een groene buurt. De kracht van de inspiratiemiddag zat in de herkenbare en herhaalbare voorbeelden. Juist de simpele ideeën gaven bewoners het gevoel dat ze meteen konden beginnen.

“Nu zie ik dat een paar kleine aanpassingen al veel verschil maken.”

De diversiteit aan stijlen hielp bewoners hun eigen smaak te herkennen én nieuwe ideeën op te doen. Wie daarna nog zin had in wat lekkers, haalde buiten een portie poffertjes. Ondertussen ging het team langs de deuren om ook bewoners te bereiken die niet vanzelf langs zouden komen.

“Heel leuk om langs de deuren te kunnen gaan,” vertelt Anneke van Gijzen, projectleider Klimaatadaptatie bij NMCX. “Je krijgt een veel beter beeld van wat er speelt in een wijk.”

De persoonlijke gesprekken leverden waardevolle inzichten op. Door gewoon aan te bellen en te luisteren, ontstond nieuw contact. Veel bewoners wilden wel vergroenen, maar liepen aan tegen praktische drempels: geen idee waar te beginnen, een gebrek aan spierkracht of het ontbreken van goede voorbeelden.

Van inspiratie naar actie: de Tuinen Doe-dag
Eind mei was het tijd voor gezamenlijke actie tijdens de Tuinen Doe-dag. In drie straten gingen bewoners, jong en oud, samen aan de slag met het vergroenen van hun tuin. Binnen één dag waren de eerste zichtbare resultaten al een feit.

NMCX zorgde voor gratis planten en tuinaarde en Ymere schakelde hoveniers in. In zonnige tuinen op het zuiden werd gewerkt met droogtebestendige planten, terwijl bewoners met natte tuinen tips kregen voor een betere waterdoorlatendheid. De hoveniers hielpen actief met snoeien, tegelwippen en het aanleggen van nieuwe plantenborders. Ook gaven ze tips voor onderhoud aan bewoners. In meerdere tuinen werden tegels verwijderd, soms met hulp die hard nodig was.

“Bewoners waren heel blij met hulp,” aldus Anneke van Gijzen. “Want hoe krijg je de tegels eruit als je ze wel heel graag eruit wil, maar het zelf niet meer kunt?”

Samen maken we de buurt groener én leefbaarder
Naast hulp bij het vergroenen werd er ook aandacht besteed aan tuinen die al langere tijd weinig onderhoud hadden gehad. Vanwege de grote belangstelling staan er al vervolgbezoeken gepland. Ook bewoners die in mei niet aan de beurt kwamen, krijgen binnenkort hulp om hun tuin op te knappen.

De eerste successen smaken naar meer en bieden waardevolle inzichten voor andere buurten. Wil je meer weten over de aanpak van Huurders op Groen en de lessen uit bijvoorbeeld Dordrecht? Schrijf je in voor de geleerde lessen bijeenkomst op 18 september.

Website gerealiseerd door Daily Creative Agency