Agenda

Meld je aan voor de eerste gezamenlijke netwerkdag van vSKBN & Vereniging GDO

Graag nodigen we je uit voor de eerste gezamenlijke netwerkdag van vSKBN en Vereniging GDO op vrijdag 19 juni bij Vogelpark Avifauna in Alphen aan den Rijn.

Waarom deze netwerkdag?

De samenwerking tussen Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland en Vereniging GDO krijgt steeds verder vorm. We komen elkaar vaker tegen: op locaties, in projecten en tijdens bijeenkomsten. Met deze netwerkdag brengen we onze netwerken voor het eerst samen op één gezamenlijke ledendag.

Wat kun je verwachten?

De dag staat in het teken van ontmoeten, uitwisselen en samen vooruitkijken. We nemen jullie mee in de ontwikkeling van het meerjarenplan voor de samenwerking tussen vSKBN en GDO en horen daarbij graag jullie ideeën en feedback. Daarnaast zijn er verschillende informatietafels waar initiatieven en projecten uit ons netwerk zich presenteren:

  • Je maakt kennis met voorbeelden uit het netwerk rond samenwerking met bedrijven, lokale partners en buurtinitiatieven.
  • Je kunt je vragen stellen of praktische informatie krijgen over het Kwaliteitsbewijs voor kinderboerderijen.
  • Er komen onderwerpen langs zoals Eco-Schools, duurzaamheid in de nieuwe kerndoelen en het leertraject rond rolontwikkeling van NDE-organisaties.
  • Verschillende leden laten voorbeelden zien van educatie en participatie in de praktijk.
  • Daarnaast kun je in gesprek gaan met collega’s en bestuursleden van GDO en vSKBN over de lopende ontwikkelingen, over verschillende projecten binnen de verenigingen en horen we graag jullie feedback op de eerste contouren van het meerjarenplan.

Het is ook mogelijk om zelf materiaal of een project te presenteren. Geef dit aan bij je aanmelding (er is beperkt ruimte, dus we bekijken wat mogelijk is).

Praktische informatie

Datum: vrijdag 19 juni
Locatie: Avifauna, Alphen aan den Rijn
Tijd: 09.30 tot 13.30 uur

Programma

09.30 – 10.00 Inloop
10.00 – 10.30 Plenair welkom, presentatie eerste contouren van het meerjarenplan en terugkoppeling ledenpeiling (hier krijgen jullie binnenkort bericht over)
10.30 – 12.00 Open beursvloer
12.00 Vegetarische lunch
12.30 Rondleiding door Avifauna (optioneel)
13.30 Einde programma en gelegenheid om zelf verder het park te bezoeken

Voor de kosten van de dag (zaalhuur, entree Avifauna, koffie/thee en lunch) vragen wij een bijdrage van €20 per persoon voor leden en €50 per persoon voor niet-leden, excl. btw. Bij afmelding na 1 juni worden de deelnamekosten alsnog in rekening gebracht. Na aanmelding ontvang je nadere informatie over de locatie en het programma.

Kortom: dit wordt een dag om elkaar te ontmoeten, inspiratie op te doen en samen verder te bouwen aan onze netwerken. Wil jij daarbij zijn? Meld je aan via het onderstaande formulier. Hopelijk tot ziens op 19 juni!

Naam
Ik meld me aan voor de rondleiding door Avifauna (12.30 – 13.30 uur)
Het is mogelijk om zelf materiaal of een project te presenteren, we reserveren hiervoor enkele tafels. Wil je iets laten zien?
Gegevens voor het sturen van de factuur
Voor de kosten van de dag (zaalhuur, entree Avifauna, koffie/thee en lunch) vragen wij een bijdrage van €20 per persoon voor leden en €50 per persoon voor niet-leden, excl. btw. Bij afmelding na 1 juni worden de deelnamekosten alsnog in rekening gebracht.
Contactpersoon factuur
Ik wil graag de nieuwsbrief ontvangen

Samen naar buiten op Buitenlesdag: van schoolplein tot campus

Binnen het netwerk van Vereniging GDO zien we hoe het schoolplein, de buurt en andere groene leeromgevingen bijdraagt aan rijk en betekenisvol onderwijs. NDE-centra, gemeenten en scholen werken op veel plekken samen om natuur en leefomgeving dichter bij kinderen te brengen en het leren meer te verbinden met de wereld om hen heen. De Buitenlesdag van IVN Natuureducatie is daarvan een mooi en zichtbaar initiatief waar we vanuit ons netwerk ook graag onderdeel van zijn. Sinds 2016 stimuleert deze dag leerkrachten om het buitenlokaal bewust in te zetten: niet alleen voor natuuronderwijs, maar ook voor taal, rekenen, geschiedenis en techniek. Buiten leren biedt daarbij meer ruimte voor beweging, verwondering en ervaring, en draagt zo bij aan de brede ontwikkeling van leerlingen.

Primair onderwijs: ontdekken en onderzoeken

In het primair onderwijs is buiten leren een krachtige manier om kinderen te laten ervaren dat zij onderdeel zijn van de natuur. Buitenles vergroot de betrokkenheid en motivatie, stimuleert samenwerking en zorgt voor frisse energie in de klas. Dat buitenonderwijs steeds meer ingeburgerd raakt, blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies (2025), uitgevoerd in opdracht van IVN: 77% van de leerkrachten geeft weleens buiten rekenles en 65% buiten taalles.

Hoger onderwijs: verdiepen en verbinden

Ook in het hoger onderwijs groeit de aandacht voor leren in de buitenlucht. Tijdens More Nature, Deeper Education nr. 4 op de Wageningen University & Research campus wordt aangesloten bij de Buitenlesdag met een buitenlesmarathon. Bezoekers kunnen vrij deelnemen aan inspirerende sessies waarin docenten laten zien hoe buitenonderwijs in de praktijk werkt.

Een bijzonder moment is de feestelijke opening van drie buitenklaslocaties door decaan Onderwijs Dick de Ridder. Deze locaties zijn vanaf 7 april beschikbaar en te reserveren voor onderwijs, een mooie stap in de verdere verankering van natuurinclusief onderwijs.

Aan de slag met je eigen lessen

Buitenlesdag is hét moment om naar buiten te gaan, maar hoe vertaal je dat naar je dagelijkse onderwijs? Het Collectief Natuurinclusief ontwikkelde een reeks visuals die laten zien hoe je natuur en duurzaamheid kunt verbinden met de kerndoelen in het primair onderwijs.

De visuals geven per leergebied concrete voorbeelden. Zo kun je binnen taal buiten een gedicht schrijven of een verhaal maken vanuit het perspectief van een dier, terwijl leerlingen bij rekenen data verzamelen over vogels of afval en dit verwerken in grafieken. Ook bij burgerschap, digitale geletterdheid en mens & natuur zijn er volop mogelijkheden om de omgeving als leerplek te gebruiken.

De kracht: het gaat niet om iets extra’s, maar om anders kijken naar wat je al doet in de klas. Bekijk de visuals en laat je inspireren.

Tip

Op de website van IVN vind je daarnaast een uitgebreide databank met buitenlessen en lespakketten over de natuur. Lees meer op de website en ontdek hoe je zelf eenvoudig met je klas naar buiten kunt!

Online vragenuur Combinatiefunctie NDE: stel je vragen aan Utrecht en Arnhem

Binnen het GDO-netwerk is er behoefte aan ruimte om vragen te stellen over de combinatiefunctie Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) in de praktijk. Hoe werkt deze rol precies? Wat vraagt het van je organisatie? En hoe geef je de samenwerking met onderwijs en gemeente concreet vorm?

De pilot Combinatiefunctie NDE draait niet alleen om een functie, maar vooral om rolontwikkeling en positionering. Hoe beweeg je als NDE-organisatie van aanbieder naar partner? Hoe versterk je je rol richting scholen en gemeenten? En wat betekent dat in de dagelijkse praktijk?

Daarom organiseren we een online bijeenkomst van anderhalf uur voor ons netwerk. Tijdens deze bijeenkomst presenteren we de belangrijkste lessen en inzichten uit de pilot en delen we voorbeelden uit de handreiking. Aansluitend is er volop gelegenheid om vragen te stellen aan professionals die vanuit de combinatiefunctie werken bij Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem. Zij delen hun ervaringen, afwegingen en praktische leerpunten.

Werk je aan structurele samenwerking met het onderwijs, of verken je de mogelijkheden van de combinatiefuncties voor jouw organisatie, NDE of gemeente? Dan nodigen we je van harte uit om aan te sluiten.

De bijeenkomst vindt online plaats op 16 april en duurt van 13.30 tot 15.00 uur. Aanmelden kan via onderstaand formulier.

Naam
Ik wil graag de nieuwsbrief ontvangen

Nieuwe handreiking: zo werk je met nieuwe rollen aan natuur en duurzaamheid in het onderwijs

Hoe geef je natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE) een structurele plek in het onderwijs? En wat vraagt dat van de rol van NDE-organisaties richting scholen, gemeenten en lokale partners?

Met de nieuwe publicatie Met nieuwe rollen werken aan natuur en duurzaamheid in het onderwijs biedt Vereniging GDO samen met Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem een praktische handreiking voor rolontwikkeling en samenwerking.

De handreiking is gebaseerd op de pilot Combinatiefunctie NDE en bundelt praktijkervaringen, inzichten en concrete tips. Centraal staat de beweging van NDE-organisaties van aanbieder naar strategisch partner in de driehoek van school, gemeente en lokale partners.

Veel NDE-organisaties zijn van oorsprong aanbieder: zij verzorgen lessen, projecten of activiteiten rond natuur en duurzaamheid. Die rol blijft belangrijk. Tegelijkertijd laat de praktijk zien dat losse activiteiten vaak niet genoeg zijn om natuur en duurzaamheid echt terug te laten komen in het dagelijks onderwijs. Scholen hebben te maken met volle roosters, druk op basisvaardigheden en wisselende personele bezetting. Dat vraagt om andere vormen van ondersteuning en samenwerking.

Daarom beschrijft de publicatie verschillende rollen die een NDE-organisatie kan vervullen. Soms ligt de nadruk op het uitvoeren van goed educatief aanbod. In andere situaties treedt een organisatie op als makelaar die scholen verbindt met lokale partners en subsidiemogelijkheden. Er zijn ook situaties waarin een NDE-organisatie samen met een school werkt aan visie en samenhang, als partner die meedenkt over curriculum, schoolontwikkeling of een groen schoolplein. Of zij neemt tijdelijk een deel van het onderwijs op zich als groene (leer)kracht, bijvoorbeeld bij personeelstekorten of thematisch onderwijs.

Door deze rollen naast elkaar te zetten, wordt duidelijk dat het niet gaat om één vaste functie, maar om een manier van werken die meebeweegt met wat een school nodig heeft. De handreiking helpt om bewuste keuzes te maken: welke rol past bij onze context, onze capaciteit en onze ambitie?

Naast deze duiding biedt de handreiking praktische handvatten voor samenwerking en voor het versterken van de interne organisatie. Daarmee is het document niet alleen inspirerend, maar ook direct toepasbaar in de lokale praktijk.

De publicatie is bedoeld voor NDE-organisaties die willen werken aan onderwijs waarin natuur en duurzaamheid vanzelfsprekend meedoen, in samenwerking met scholen, gemeenten en andere educatieve partners. Download de handreiking hier:

Vakvernieuwing aardrijkskunde: actualiteit en samenhang vanuit vraagstukken

De actualisatie van de examenprogramma’s is in volle gang, ook bij aardrijkskunde. Twee leden van de subcommissie aardrijkskunde gaan met een lid van de advieskring in gesprek over de voortgang en de keuzes die nu op tafel liggen. Tussen februari en april vindt de laatste advieskringperiode plaats, een belangrijk moment om als docent via het KNAG invloed uit te oefenen. 

De subcommissie aardrijkskunde is onderdeel van de vakvernieuwingscommissie mens en maatschappij en bestaat uit docenten, vakexperts en curriculumontwikkelaars. Onder leiding van een procesregisseur werken zij sinds september 2024 toe naar nieuwe, toekomstbestendige examenprogramma’s voor vmbo, havo en vwo. 

De advieskring aardrijkskunde, met vertegenwoordigers uit het veld, waaronder het KNAG, geeft in drie rondes advies over de tussenproducten van de vakvernieuwingscommissie. De advieskringleden halen daarvoor feedback op bij de achterban. Deze wordt gebundeld en besproken met de vakvernieuwingscommissie. Komende zomer worden de examenprogramma’s aardrijkskunde in concept opgeleverd.

Inhoudelijke herijking

Actualisatie van de examenprogramma’s aardrijkskunde is hard nodig. ‘We werken nu nog met programma’s die ruim vijftien jaar geleden werden vastgesteld’, aldus Ronald van Leeuwen, als docent lid van de subcommissie. ‘Met thema’s die toen maatschappelijk relevant waren, maar waarvan een deel nu minder goed aansluit op de wereld waarin onze leerlingen leven.’ Neem het thema globalisering, dat in de huidige programma’s op de havo en het vwo een belangrijk domein vormt. Van Leeuwen: ‘Toen dat geschreven werd, begin deze eeuw, lagen de mondiale verhoudingen anders dan nu. Internationale machtsverhoudingen en de politieke situatie tussen landen zijn inmiddels sterk gewijzigd. Er zijn nieuwe oorlogen, handelsconflicten en spanningen. Dat vraagt om een inhoudelijke herijking, zodat het schoolvak aardrijkskunde weer relevant voelt voor leerlingen.’

Ook tussen schoolsoorten liggen er uitdagingen. ‘Bij havo horen we vaak dat het programma te overladen is’, zegt Van Leeuwen. ‘Terwijl het vmbo kampt met een opzet die voor leerlingen wat willekeurig aanvoelt. Daar werken we met Nederland als basis, plus telkens twee vergelijkingsgebieden elders in de wereld. Maar leerlingen vragen zich af: waarom moet ik dit weten over Duitsland, Spanje of China? Die relevantie moet beter voelbaar worden.’

Vraagstukkenbenadering

Een andere belangrijke stap is samenhang creëren in de conceptexamenprogramma’s aardrijkskunde via actuele vraagstukken. ‘We willen af van de losse thematiek’, zegt Frederik Oorschot, die de vakvernieuwingscommissie als curriculumontwikkelaar vanuit SLO versterkt. ‘Voor deze adviesronde hebben we de eerste drie domeinen uitgewerkt: vaardigheden, geologie en voedsel. Daarbinnen koppelen we kennis en vaardigheden nauwer aan elkaar.’ Docent Van Leeuwen: ‘We willen dat leerlingen leren redeneren en argumenteren vanuit het oplossen van vraagstukken.’ Die zogeheten vraagstukkenbenadering vormt de kern van de nieuwe programma’s. ‘Door met vraagstukken te werken, leren leerlingen geografisch te denken’, licht Oorschot toe. ‘Ze onderzoeken bijvoorbeeld op welke locaties voedsel wordt geproduceerd en hoe het in de winkel terechtkomt. Is het logisch om sperziebonen uit Kenia te importeren? Welke gevolgen heeft dat daar en voor wie? Zo worden problemen en oplossingen vanuit verschillende perspectieven, ook buiten het westerse kader, onderzocht. Dat past beter bij de wereld van nu.’

Van Leeuwen geeft nog een ander voorbeeld van de vraagstukbenadering. ‘Hoe een vulkaan werkt is interessant. Op de uitbarsting heeft de mens geen invloed, wel op hoe we er daarna mee omgaan. Hazard management kan op verschillende manieren plaatsvinden, door verschillende betrokkenen en op verschillende schaalniveaus.’

Verdeling SE-CE

In de nieuwe opzet worden de inhouden anders verdeeld over het schoolexamen (SE) en het centraal examen (CE). ‘We willen dat leerlingen in zowel SE als CE kunnen laten zien dat ze complexe vraagstukken kunnen doorgronden’, zegt Van Leeuwen. ‘Bijvoorbeeld: hoe beïnvloeden klimaatverandering en bevolkingsgroei elkaar in een specifieke regio? Dat vraagt om meer dan feitenkennis alleen. Het evalueren van scenario’s en welke belangen er spelen bij diverse actoren, kan in het CE. Hoe je jezelf daartoe verhoudt en hoe je tegen het onderwerp aankijkt, past in het SE.’ 

Vertaalslag praktijk

De actualisatie van de examenprogramma’s is een intensief traject waarin het onderwijsveld nadrukkelijk meepraat. ‘De subcommissie aardrijkskunde bestaat uit een team van negen mensen, van wie er zeven ook voor de klas staan’, vertelt Van Leeuwen. ‘Uitspraken als “dat staat wel heel ver van de leefwereld van onze leerlingen”, “dat wordt te veel” en “dat kunnen ze wel!” houden ons als commissie bij de les. Bovendien bevragen we ook leerlingen in twee panelbijeenkomsten.’

In het begin was het wel zoeken. ‘We startten vrij abstract, met een beschrijving van de karakteristiek van het vak. Op papier mooie woorden, maar nog ver van de klas. De uitdaging is steeds: wat betekent dit concreet voor de leerling? Hoe landt dit in het lokaal?’ Om die vertaalslag te maken, werkt de commissie sinds kort in domeinteams met inhoudelijke expertise op een onderwerp, en functieteams. ‘Ik zit in het functieteam LAVA’, lacht Van Leeuwen. ‘Dat staat voor de leraren die “met de voeten in de klei” staan. Wij kijken hoe het programma er straks in de klas uitziet. Collega’s met een meer conceptuele blik zorgen voor de theoretische verankering. Dit werkt goed.’

Brede advieskring

De advieskring aardrijkskunde fungeert als spiegel voor de vakvernieuwingscommissie. De kring is breed samengesteld. Zo vertegenwoordigt het KNAG de leraren in het werkveld en zitten er daarnaast vertegenwoordigers in van de Landelijke Vereniging voor Geologische Activiteiten, Vereniging GDO en de Atlantische Onderwijscommissie. Ook worden Cito en CvTE om advies gevraagd.

Adviseur Anouk Haverkamp, is lid van de advieskring namens Vereniging GDO: ‘Het is waardevol dat we zo veel invalshoeken meenemen.’  Ze legt uit: ‘Vanuit Vereniging GDO brengen wij het perspectief in van onderwijs dat leerlingen helpt zich te ontwikkelen tot bewuste burgers die gefundeerde keuzes kunnen maken. Wat kun je als burger zelf doen in een maatschappelijk vraagstuk? Dat vinden we belangrijk.’ De vakvernieuwingscommissie heeft veel aan alle input, aldus Van Leeuwen: ‘Er komen praktische suggesties uit die we soms bijna letterlijk kunnen overnemen. De advieskring benoemt vaak precies de dilemma’s waar wij als commissie intern ook over discussiëren.’ Oorschot: ‘De bijeenkomsten met commissie en advieskring samen zijn echt een dialoog. Het is: “hoe kunnen we dit samen beter maken?” Dat zorgt voor draagvlak, wat cruciaal is bij een vernieuwing die straks alle scholen raakt.’

Balans

Een grote uitdaging blijft de balans tussen diepgang en uitvoerbaarheid. Haverkamp: ‘In de tweede adviesronde zagen we dat veel van de opmerkingen van de advieskring waren verwerkt (zie tweede adviesronde). Dat is prettig, want er zit zo veel expertise in onze gezamenlijke achterban. We gaven onder meer aan dat er voor het vmbo toch te veel stof voorzien was. Ook vonden wij het verschil tussen havo en vwo te klein. Bovendien vroegen we ons af of een onderwerp als vulkanen voor vmbo basis/kader niet juist interessant is en daarom gehandhaafd moet blijven. Of moeten we het toch meer zoeken in onderwerpen uit de eigen omgeving van leerlingen? De kunst is om aardrijkskunde niet alleen uitdagend te houden, maar ook haalbaar.’ Oorschot: ‘We actualiseren de examenprogramma’s van alle schoolsoorten tegelijkertijd. Dat zorgt voor meer samenhang, maar betekent ook dat we moeten nadenken over differentiatie. Hoe kunnen leerlingen makkelijker doorstromen? Dat raakt immers direct aan kansengelijkheid.’

Doorlopende leerlijn

Ook de aansluiting op de vernieuwde kerndoelen mens en maatschappij en mens en natuur (zie Geografie 2025-1) is essentieel. Van Leeuwen: ‘Wat we nu vaak zien, is dat de onderbouw eigenlijk het bovenbouwprogramma light is. Dat moet beter. Sommige thema’s zijn in de onderbouw al sterk uitgewerkt, zoals watersystemen. Daarop bouwen we in de bovenbouw voort, in plaats van te herhalen.’ Zo ontstaat een doorlopende leerlijn die leerlingen stap voor stap helpt complexe vraagstukken te analyseren en vanuit diverse perspectieven te benaderen. ‘Leerlingen moeten de klas verlaten met een besef dat alles met elkaar samenhangt. En met het idee dat zij niet de enigen zijn op aarde. Er is al ruimte voor systeemdenken, maar het mag nog prominenter’, stelt Haverkamp.

Samen bouwen

Het overleg tussen commissie en advieskring verloopt volgens alle betrokkenen constructief. Haverkamp: ‘Iedereen heeft hetzelfde doel: moderne en relevante examenprogramma’s waar leerlingen echt iets aan hebben.’ Oorschot: ‘Er zijn in Nederland zo’n 1800 leraren aardrijkskunde actief in de bovenbouw. We hopen dat via het KNAG zo veel mogelijk docenten meedoen aan de derde adviesronde tussen 9 februari en 22 april. Dat is, samen met de fase van beproeven in 2027-2028 op scholen, hét moment om je invloed uit te oefenen.’ Haverkamp: ‘Wie nu aanhaakt, heeft nog de kans bij te dragen aan een programma dat straks vastligt. Dus laat je horen via je vakvereniging of straks bij de fase van beproeven.’

Vanuit Vereniging GDO kijken wij in het bijzonder naar de rol van duurzaamheid en handelingsperspectief binnen het nieuwe examenprogramma. Aardrijkskunde is bij uitstek het vak waarin mondiale vraagstukken (zoals biodiversiteitsverlies, klimaat, voedselvoorziening en grondstoffengebruik) in samenhang worden bekeken.

Wat ons betreft blijft het niet bij analyseren alleen. Leerlingen zouden ook moeten oefenen met het wegen van belangen, het begrijpen van systeemrelaties én het verkennen van hun eigen rol als burger. Juist die combinatie van geografisch denken en actief burgerschap maakt het vak toekomstgericht en betekenisvol. Met ons netwerk kunnen wij scholen, in het basis- en in het voortgezet onderwijs, ondersteunen bij actief en integraal onderwijs.

Dank aan geografie.nl voor het interview en artikel.

Vereniging GDO sluit zich aan als partner van Groenpact: samen bouwen aan toekomstbestendige groene sectoren

Vereniging GDO en Groenpact versterken vanaf 2026 officieel hun samenwerking. Met de start van het nieuwe Groenpact-convenant ‘Groen van Onschatbare Waarde’ 2026–2035 wordt Vereniging GDO samenwerkingspartner in een brede beweging die onderwijs, overheid en het groene werkveld dichter bij elkaar brengt. De samenwerking past naadloos bij onze lokale inzet op het gebied van educatie en participatie voor een duurzame leefomgeving.

Als jongeren niet van de natuur leren houden, zullen ze ook geen beroep in de groene sector kiezen. Laten we jongeren vanaf het basisonderwijs de liefde voor natuur meegeven. – Hak van Nispen tot Pannerden, directeur Vereniging GDO

Waarom Vereniging GDO aansluit

In ons netwerk werken we met een groot aantal partners samen aan het betrekken van jongeren bij een groene, gezonde en toekomstbestendige samenleving. We doen dat zowel landelijk als lokaal. Met de samenwerking binnen Groenpact verbinden we onze activiteiten sterker met het groene onderwijs en met praktijkgericht onderzoek. Daarmee kunnen we jongeren, professionals en gemeenten nog beter voorbereiden op de complexe maatschappelijke opgaven waarvoor we staan.

Betekenis van het partnerschap

Met de nieuwe samenwerking wordt Vereniging GDO onderdeel van een netwerk dat de koers van de groene sector mede vormgeeft. Als samenwerkingspartner levert Vereniging GDO een inhoudelijke bijdrage en werkt ze actief mee aan projecten en programma’s die voortkomen uit de werkagenda.

Met Groenpact laten we zien dat leren en werken in het groene domein leuk én belangrijk is.– Christiaan Loef, Programmacoördinatie Groenpact (Ministerie van LVVN)

Samen werken aan duurzame generatiekracht

Door aan te sluiten bij Groenpact onderstreept Vereniging GDO dat duurzame ontwikkeling begint bij leren, ervaren en doen. Samen met onderwijsinstellingen, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties werken we aan een groene, gezonde en toekomstbestendige samenleving.

Hoe Utrecht Natuurlijk de makelaarsrol in de praktijk brengt

Veertien partners uit het Utrechtse netwerk rondom natuur- en duurzaamheidseducatie schuiven op 25 november aan bij Utrecht Natuurlijk. De vraag die boven de bijeenkomst hangt is helder: hoe maken we het scholen makkelijker om hun weg te vinden in het groeiende aanbod rond duurzaamheid?

Scholen willen wel aan de slag met natuur en duurzaamheid, maar zien door het groeiende en diverse aanbod vaak door de bomen het bos niet meer. Ze hebben geen losse initiatieven nodig, maar samenhang, kwaliteit en aansluiting bij hun onderwijspraktijk.

Waar de eerste partnerbijeenkomst nog vooral plaatsvond binnen de “groene bubbel”, vertelt organisator Wietske (Utrecht Natuurlijk) hoe anders de sfeer nu is: “Deze keer keken we veel nadrukkelijker vanuit de onderwijsbehoefte. Wat helpt een school echt?”

Het antwoord werd steeds duidelijker: de behoefte aan een sterke makelaarsfunctie in de stad. Een rol die scholen helpt hun vraag te verhelderen, overzicht biedt in het aanbod en partijen met elkaar verbindt.

Een makelaarsfunctie draait om het samenbrengen van vraag en aanbod, het voorkomen van versnippering en het zorgen voor samenhang en kwaliteit. Niet door nieuw aanbod te creëren, maar door slim gebruik te maken van wat er lokaal al is.

Van losse initiatieven naar gezamenlijke ambitie

De opkomst bij de partnerbijeenkomst in Utrecht is groot: aanbieders als Funghi Factory, Tommy Tomato, Boer in de Klas, Mad Science, 52weken duurzaam, Jong Leren Eten en Technotrend staan zij aan zij met partners uit de Brede School, Cultuur op School en het team van Utrecht Natuurlijk. Iedere partij brengt eigen expertise mee, van techniek tot voedsel en van gezondheid tot biodiversiteit.

Maar de gezamenlijke droom is dezelfde: een duurzaam vaardige leerling, die met verwondering en eigenaarschap over drempels durft te stappen.

Bestoken we scholen niet te veel?

In de gesprekken duikt een herkenbare zorg op: bestoken we scholen niet te veel? De realiteit is dat scholen steeds vaker zoeken naar aanbod dat past binnen hun bestaande onderwijs, bijdraagt aan taal, rekenen en burgerschap, en aansluit op hun eigen visie. Een losstaande “groene les” is niet genoeg.

Partners noemen voorbeelden uit andere sectoren, zoals Cultuur op School. Toen scholen daar zelf het culturele aanbod moesten organiseren, raakten ze overweldigd. Pas toen een makelaarsrol werd ingericht, met een platform, consulenten en een kwaliteitskader, kwam er rust en kwaliteit terug.  

Die vergelijking maakt duidelijk wat een makelaarsrol kan betekenen:, het voorkomt dat scholen verdwalen, maakt slim gebruik van lokale kracht en helpt partners om samen meer te betekenen dan afzonderlijk.

De bijeenkomst van november maakt zichtbaar hoe waardevol het zou zijn om dit structureler, constanter en gezamenlijk vorm te geven.

Vervolgstappen

In de plenaire terugkoppeling wordt de kern dan ook steeds scherper. Er zijn vervolgvragen die de makelaarsrol verder vormgeven:

  • Kunnen we leren van landelijke initiatieven zoals Muziek in de Klas?
  • Hoe betrekken we de schoolbesturen, die nog geen natuur- of duurzaamheidscoördinatoren kennen?
  • En hoe vertalen we dit alles constructief naar de gemeente?

Pilot combinatiefunctie NDE

Aan dit soort vragen werken Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem binnen de Pilot Combinatiefunctie NDE. Door deze pilot hebben zij de ruimte gekregen om te experimenteren met nieuwe rollen richting het onderwijs en deze versterken, zoals de rol van lokale makelaar. De pilot is opgezet samen met Vereniging GDO, die de leerervaringen ophaalt en landelijk deelt, en sluit aan bij de landelijke beweging van de Interdepartementale Werkgroep Duurzame School.

De ervaringen laten zien dat het onderwijs openstaat voor deze versterking vanuit de NDE-organisaties. Door lokaal op te trekken met andere partners rondom NDE, met schooldirecties, leerkrachten én beleidsmakers, kunnen NDE-centra bijdragen aan structurele verandering.

Het vraagt om investeren in relaties, positie en kennis, maar levert veel op:

  • Meer leerlingen die leren over én met de natuur
  • Meer leerkrachten die zich gesteund voelen bij duurzaam onderwijs
  • Meer scholen die natuur en duurzaamheid structureel willen opnemen in hun onderwijsvisie

Wil jij als NDE-centrum doorgroeien naar een rol als makelaar, partner of aanjager van duurzaam onderwijs? Lees meer over de pilot op deze pagina of blijf op de hoogte van de rolontwikkelingen via onze nieuwsbrief en GDO-evenementen.

Lancering position paper voor een generatie die opgroeit in natuurverbondenheid

Stel je een kind voor dat buiten leert, met modder aan de handen en zon op het gezicht, terwijl het ontdekt hoe alles met elkaar samenhangt. In de natuur komt leren tot leven. Daar groeit nieuwsgierigheid, concentratie en verwondering. Daar leren kinderen niet alleen over de wereld, maar ook hun plaats daarin. En buitenschools leren in de natuur versterkt bovendien andere vakken: taal, rekenen en sociaal-emotionele ontwikkeling krijgen er een stevige impuls door.

Toch brengen kinderen en jongeren steeds minder tijd door in de natuur. Klassen worden voller, agenda’s drukker, speelplaatsen grijzer. Terwijl juist nu in een tijd van mentale druk, gezondheidsuitdagingen en een groeiende afstand tot de leefomgeving de natuur een onmisbare leermeester is.

Daarom bundelen wij als organisaties onze krachten. Met Jeugd & Natuur verbinden we onderwijs, natuur, gezondheid en jeugdbeleid door een samenwerking op te bouwen waarin bestaande netwerken elkaar versterken en gezamenlijk werken aan gelijke toegang tot natuur voor álle kinderen en jongeren. Want wat nieuw is in deze beweging is niet de inhoud, maar vooral de gezamenlijkheid: we bouwen aan een structuur waarin we ervaringen delen, elkaar versterken en samenwerken aan systeemverandering die verder gaat dan losse initiatieven.

Wij geloven dat ieder kind de kans verdient om op te groeien in verbinding met de natuur. Want wie de natuur ervaart, leert zorg dragen: voor zichzelf, voor elkaar en voor de aarde. Dat vormt de basis voor een toekomst waarin duurzaamheid geen lesstof is, maar een vanzelfsprekendheid.

Deze position paper is het eerste gezamenlijke product van de werkgroep Jeugd & Natuur binnen het Collectief Natuurinclusief. Samen ontwikkelen we strategieën, oplossingen en samenwerkingen die jeugd structureel verbinden met natuur. Daarmee bouwen we voort op de ambities van actielijn 5 uit het domein Onderwijs in de Agenda Natuurinclusief 2.0: het versterken van de ondersteuningsstructuur voor natuur- en duurzaamheidseducatie.

Binnen het Collectief Natuurinclusief werken maatschappelijke partners, onderwijsinstellingen en overheden samen aan een beweging die versnippering overstijgt en perspectieven verbindt. We putten uit een rijke traditie van natuureducatie en geven die een nieuwe betekenis voor de uitdagingen van vandaag.

Samen maken we natuur tot een vanzelfsprekend onderdeel van onderwijs en opvoeding.

De position paper Jeugd & Natuur is ondertekend door:  Vereniging GDO · IVN Natuureducatie · Natuurmonumenten · Landschappen NL · Natuur- en Milieufederaties · vSKBN · VSC-netwerk · Natuurmuseum Brabant · Utrecht Natuurlijk · Gemeente Breda · Yuverta · Natuurcentrum Arnhem.

Van tegelcultuur naar toekomstbestendige wijk

In sommige huurderswijken ligt meer steen dan groen. “Huurders van woningcorporaties doen steeds vaker melding van hitteklachten en wateroverlast door extreme buien,” meldt Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties. Gemeenten en corporaties weten: juist in deze buurten is vergroening het hardst nodig, maar ook het moeilijkst te realiseren. Hoe doorbreek je de ‘tegelcultuur’ en maak je samen een toekomstbestendige wijk?

Meer dan een klimaatprobleem: verborgen drempels

Achter die stenen schuilt meer dan alleen een klimaatprobleem. Verstening hangt vaak samen met een gebrek aan financiële middelen, stress of weinig vertrouwen in eigen kunnen. Vergroenen voelt dan niet als een prioriteit, maar als extra gedoe. Uit gesprekken met corporaties en bewoners blijkt steeds dat vergroening nauwelijks lukt zonder hulp. Niet omdat bewoners niet willen, maar omdat regels onduidelijk zijn, materialen of kennis ontbreken en buren elkaar weinig kennen. Daardoor komen gezamenlijke acties moeilijk op gang. Tegels blijven dus liggen, niet uit weerstand, maar uit gebrek aan mogelijkheden.

Waarom juist hier de grootste winst te behalen valt


Versteende corporatiebuurten bieden juist de kans om veel te winnen. Door steen te vervangen door groen vermindert hittestress, wordt water beter opgevangen en ontstaat ruimte voor biodiversiteit.

Groen in deze versteende buurten zorgt bovendien voor ontmoetingen in de buurt en geeft bewoners meer trots en eigenaarschap over hun straat. Vergroening draagt dus niet alleen bij aan klimaatadaptatie, maar ook aan gezondheid, leefbaarheid en verbinding tussen buren.

Samen doorbreek je de tegelcultuur – groen is besmettelijk


De sleutel ligt, zo hebben wij gezien tijdens de pilot van Huurders op Groen, in samenwerking: gemeente, corporatie, welzijnsorganisaties, groenpartners en bewoners moeten elkaar vinden.

Huurders op Groen laten zien hoe dit werkt. Straat voor straat worden interventies uitgevoerd die aansluiten bij de specifieke context en de lokale behoeften van bewoners. Praktische hulp, van materialen en workshops tot doe-dagen en coaching, geeft bewoners net dat zetje dat ze nodig hebben. Door hen te betrekken bij keuzes en uitvoering, ervaren zij dat hun mening ertoe doet en groeit de motivatie om mee te doen.

Dat verschil is groot. “We zagen altijd dezelfde drie mensen op activiteiten. Tot we de aanpak veranderden en de wijk écht gingen betrekken,” vertelt een projectleider.“Toen gebeurde er iets: mensen kwamen uit hun huizen, deden mee en waren trots dat hun straat groener werd.” Vaak volgt navolging al snel: één geveltuin kan binnen enkele weken leiden tot meerdere groene plekken in de straat. Groen blijkt besmettelijk, maar iemand moet de eerste stap faciliteren.

Van tegels naar toekomst: doe mee met Huurders op Groen 2.0


Versteende corporatiebuurten zijn een van de lastigste klimaatopgaven, maar ook de plekken waar je de grootste impact kunt behalen. Niet door bewoners simpelweg te vragen “meer groen aan te leggen”, maar door tijd, ruimte en ondersteuning te bieden om dit samen te doen. Zo ontstaan wijken die klimaatbestendig, leefbaar en sociaal verbonden zijn.

Daarom start nu Huurders op Groen 2.0. Gemeenten en corporaties kunnen zich samen met lokale partijen die de wijk al kennen aanmelden om samen met bewoners aan de slag te gaan. Daarbij krijgen zij ondersteuning, materialen en een aanpak die werkt in buurten waar vergroenen niet vanzelf gaat.

De aanmeldperiode is geopend. Meer informatie vind je hier.

Zo veranker je het thema Milieu en Natuur in je school

Steeds meer scholen maken werk van Milieu en Natuur. Soms begint dat met iets kleins, zoals planten die door leerlingen worden verzorgd of een leerkracht die de klas meeneemt naar buiten voor een les. Veel scholen merken dat dit goed werkt. Leerlingen zijn geconcentreerder, er is vaker een rustige sfeer en ze tonen meer belangstelling voor wat er om hen heen gebeurt. Maar vrijwel elke school herkent ook de andere kant. Hoe zorgen we dat het niet blijft bij losse initiatieven?

Hoe voorkom je dat de moestuin stilvalt zodra een enthousiaste collega vertrekt, of dat het groene schoolplein na een paar jaar zijn glans verliest? Het antwoord ligt in verankering. Wanneer Milieu en Natuur een plek krijgt in visie, beleid, curriculum en teamcultuur wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van de school. In dit artikel lees je hoe dat eruit kan zien en hoe je ermee kunt beginnen.

Een gedeelde visie als vertrekpunt


Een thema blijft beter overeind wanneer het niet hangt aan één persoon, maar past bij waar de school voor staat. Veel scholen beginnen daarom met het formuleren van een korte en duidelijke visie. Niet als verplicht document, maar als richting voor het team en voor ouders. Die visie beschrijft wat de school belangrijk vindt voor de leerlingen en waar het naartoe wil groeien. Sommige scholen willen dat kinderen dagelijks in aanraking komen met natuur omdat dit bijdraagt aan meer concentratie en het stress vermindert.

Op basisschool Digitalis in Almere is dat goed zichtbaar. De school heeft een groen plein, ze beschikken over een moestuin en een tiny forest en binnen staan planten op bijna elke plek. Ook gaan leerlingen regelmatig naar buiten. De school heeft dit niet alleen praktisch geregeld, maar ook vastgelegd in afspraken en in de manier waarop lessen worden vormgegeven. Daardoor is het verankerd in de school

Een coördinator die het team bij elkaar brengt


Een coördinator geeft richting en helpt om de stappen overzichtelijk te houden. Dat werkt vooral goed wanneer deze persoon ruimte krijgt om het onderwerp op de agenda te zetten en collega’s te betrekken. Veel scholen kiezen ervoor om een klein team te vormen. Daarin zitten mensen die vanuit verschillende rollen meekijken. Dat maakt het makkelijker om ideeën te bespreken en uit te voeren. Tip: leerlingen kunnen hier ook deel van uitmaken! Zij brengen hun eigen ervaringen mee, komen vaak met praktische suggesties en het draagt bij aan meer bewustwording, omdat ze hier zelf over nadenken..

Het onderwerp verbinden aan lessen


Wanneer leraren ontdekken dat het onderwerp past binnen hun dagelijks werk, ontstaat vanzelf meer betrokkenheid. Een activiteit hoeft niet groot te zijn. Een les taal kan buiten plaatsvinden. Tijdens een biologieles kan de groep de omgeving rondom de school onderzoeken.

Scholen die dit doen, merken dat leerlingen actief worden en dat het onderwerp minder voelt als iets extra’s. Het sluit aan bij wat ze al leren.

Een omgeving die bijdraagt


De fysieke omgeving is een belangrijk onderdeel van verankering. Een lokaal met planten voelt anders aan en veel leerlingen vinden het prettig om verantwoordelijkheid te dragen voor kleine onderhoudstaken. Ventilatie, frisse lucht en aandacht voor temperatuur helpen ook om de dag aangenamer te maken. Buiten geldt hetzelfde. Een groene plek, hoe klein ook, nodigt uit tot ontdekken en bewegen. Veel scholen beginnen met een hoekje dat eenvoudig te onderhouden is en breiden dit later uit.

Afspraken vastleggen voor continuïteit


Scholen die Milieu en Natuur stevig verankeren leggen afspraken vast. Dat kan in de schoolgids, een jaarplan of in een document dat voor het team toegankelijk is. Daarin staat wie welke taak heeft, wanneer er momenten zijn om het onderwerp te bespreken en welke activiteiten jaarlijks terugkeren. Zo blijft het onderwerp zichtbaar, ook wanneer het team verandert. Het zorgt voor rust en geeft duidelijkheid aan collega’s, leerlingen en ouders.

Stap voor stap verder gaan


Verankeren is geen proces dat in korte tijd klaar is. Het werkt goed om jaarlijks een beperkt aantal doelen te kiezen. Veel scholen delen hun ervaringen met collega’s en ouders. Dat helpt om de aandacht vast te houden en te laten zien wat het oplevert. Door regelmatig te evalueren, groeit het onderwerp mee met de school. Zo ontstaat een aanpak die past bij de eigen identiteit van de school.


Vereniging GDO ondersteunt scholen die meer willen doen met Milieu en Natuur. Ook wordt in de komende periode gewerkt aan uitbreiding van het thema naar het voortgezet onderwijs. Heb je vragen of zoek je inspiratie voor een volgende stap, dan kun je contact opnemen met Willemijn de Vries via vries@vereniginggdo.nl.

Website gerealiseerd door Daily Creative Agency