Agenda

Vacature: Netwerkcoördinator Natuur- en Duurzaamheidseducatie & Stads- en Kinderboerderijen (16 uur)

Landelijk werken honderden professionals bij zo’n 140 organisaties voor natuur- en duurzaamheidseducatie en circa 450 stads- en kinderboerderijen. Samen vormen zij een betrokken en actief netwerk. Vind je het leuk om kennisdagen en werkgroepen te organiseren, mensen met elkaar te verbinden en samen met collega’s het landelijk netwerk van NDE-centra en stads- en kinderboerderijen verder te ontwikkelen? Dan zoeken we jou.

Over ons

SME

SME is sinds de jaren zeventig een adviesbureau op het gebied van natuur, milieu en duurzaamheid. We bestaan dit jaar precies 50 jaar. Bij SME werken ongeveer 30 mensen en het is gevestigd in Utrecht. Wij hebben vier teams: educatie, participatie, communicatie en een team verenigingen. SME voert alle werkzaamheden uit voor Vereniging GDO, de vereniging voor natuur en duurzaamheids-educatie (NDE) en de Vereniging voor Stads- en Kinderboerderijen (vSKBN). In 2027 gaan beide verenigingen hoogstwaarschijnlijk fuseren. Samen met alle leden mogen we dit vormgeven! Jouw werkzaamheden behoren tot team verenigingen en daarbij werk je nauw samen met collega’s van de andere teams. SME zou jouw werkgever worden.

Vereniging Stads- en Kinderboerderijen Nederland (vSKBN)

De vSKBN heeft 251 stads- en kinderboerderijen die lid zijn. Sommige organisaties zijn een zelfstandige stichting, anderen zijn onderdeel van een gemeente en weer anderen horen tot een recreatie-, zorg- of onderwijsinstelling. Vanuit het landelijk bureau (SME) ondersteunen wij de leden om lokaal hun werk te kunnen doen, vertegenwoordigen wij hen en zorgen we dat de sector sterker wordt. Er is een ervaren expert die de boerderijen inhoudelijk ondersteunt o.a. op het gebied van kwaliteit en dierenwelzijn. De netwerkcoördinator is verantwoordelijk voor de kennisdagen, de Maand van de Kinderboerderij, ontmoetingen en denkt mee over nieuwe projecten en samenwerking.

Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling (GDO)

Vereniging GDO is het netwerk van 140 organisaties voor natuur- en duurzaamheidseducatie en 90 gemeenten. Zij ondersteunen lokaal onderwijs en samenleving om te werken aan natuur, milieu en duurzaamheid. Iedere organisatie geeft hier lokaal een eigen invulling aan. Er zijn hele grote en ook kleine organisaties, door hier nauw mee samen te werken kunnen zij van én met elkaar leren. Wij werken met leden samen in verschillende programma’s en activiteiten zoals een Alliantie schooltuinen, Eco-Schools of Natuurinclusief onderwijs. Dit wordt door de adviseurs gedaan met ondersteuning van de netwerkcoördinator van Vereniging GDO. Met deze collega ga je nauw samenwerken, na de fusie hebben we immers één vereniging en één netwerk.

Wat ga je doen?

Wij zoeken een netwerkcoördinator vSKBN en GDO. Gemiddeld is dat in 2027 één dag vSKBN en één dag GDO, vanaf 2028 werk je twee dagen voor de gefuseerde vereniging. Als je ons team bij SME komt versterken dan ga je de volgende taken en uitdagingen oppakken:

  • Leden ondersteunen binnen het lerend netwerk, onder meer door het organiseren van ledendagen, en kennisbijeenkomsten
  • Leden ondersteunen bij het ontwikkelen en toepassen van een eigen dierenwelzijns- en/of duurzaamheidsvisie
  • Leden ondersteunen bij het versterken van de kwaliteit en maatschappelijke betekenis van hun locatie, bijvoorbeeld rond participatie, inclusie, gezondheid, dierenwelzijn en biodiversiteit
  • De sector landelijk vertegenwoordigen
  • Contact met leden onderhouden, ledenbetrokkenheid versterken en bijdragen aan ledenwerving
  • Meewerken aan gezamenlijke programma’s en projecten, zoals de Maand van de Kinderboerderij

Dit doe je samen met een team van ongeveer 30 collega’s, waaronder de directeur van GDO/vSKBN, de inhoudelijk expert vSKBN, de netwerkcoördinator GDO, het communicatieteam en uiteraard samen met de leden, die hun expertise en ervaring inbrengen en delen.

Met een goede dosis praktijkervaring ben je zowel gesprekspartner voor de leden als voor overheden en maatschappelijke partijen. Je weet wat er speelt in de sector en waar de mogelijkheden liggen om zaken te verbeteren.

Wie zoeken we?

Je hebt affiniteit met stads- en kinderboerderijen en/of natuur- en duurzaamheidseducatie en wilt jouw enthousiasme en ervaring inzetten voor het netwerk. Je verbindt mensen makkelijk, ziet kansen en weet anderen mee te nemen.

Daarnaast:

  • heb je ervaring in of met het werkveld van stads- en kinderboerderijen en/of NDE;
  • werk je enthousiast, zelfstandig en ondernemend;
  • kun je kennis en ideeën helder overbrengen;
  • ben je een verbinder tussen leden, collega’s en samenwerkingspartners;
  • kun je de maatschappelijke waarde van stads- en kinderboerderijen en NDE goed voor het voetlicht brengen;
  • Kun je ontwikkelingen in het werkveld vertalen naar kansen voor het netwerk.

Naast inhoudelijke kennis en ervaring zien wij ook graag het potentieel en leermogelijkheden in een nieuwe collega en zijn we zeer benieuwd naar wat jij komt brengen!

Wat wij bieden

Een baan waarin je bijdraagt aan de kwaliteit en het welzijn van Nederland. In deze functie werk jij samen met ons aan een duurzame wereld. Je werkt vanuit ons kantoor in Utrecht (of indien gewenst deels vanuit huis) met betrokken collega’s.

Daarnaast bieden wij je een goed pakket aan primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Het salaris en de contractvorm (in loondienst of via inhuur, detachering, zzp) is open voor bespreking.

Reageren

Herken jij je in deze tekst? Laat dan wat van je horen, want misschien word jij wel onze nieuwe collega! Mail je cv en motivatie voor 9 november naar Imke Tegels via tegels@sme.nl. SME zet zich in voor een diverse en inclusieve organisatie en we nodigen daarom iedereen die zich herkent in deze vacature uit om te reageren.

De sollicitatiegesprekken zullen in de week van 23-27 november plaatsvinden op ons kantoor in Utrecht.

Wil je meer weten over de functie of procedure? Neem dan contact op met Hak van Nispen, directeur vSKBN, GDO en SME (06-24215099); h.vannispen@vereniginggdo.nl.

Community of Practice Natuurinclusief onderwijs: bijeenkomsten in oktober en november

Hoe geef je natuur een vanzelfsprekende plek in het onderwijs? De afgelopen twee jaar gingen onderwijsprofessionals uit alle onderwijslagen daar samen mee aan de slag in de Community of Practice (CoP) Natuurinclusief onderwijs. Ze deelden hun kennis en ervaring en ontwikkelden die samen verder. Nu staan de volgende bijeenkomsten alweer op de agenda, en de beweging verspreidt zich naar de regio.

Van landelijk naar regionaal

Na de succesvolle landelijke CoP is de volgende stap het opstarten van regionale en lokale CoP’s. In Utrecht gebeurt dat al: Nanda Vrielink (Hogeschool Utrecht), Wietske Koot (Utrecht Natuurlijk) en Marko Röttger (Stichting Monton) organiseren 14 oktober de allereerste Community of Practice voor de regio Utrecht. Dat doen ze samen met het Duurzame Docenten Netwerk en Collectief Natuurinclusief.

Uitnodiging Community of Practice Utrecht

Hoe geef je natuur een vanzelfsprekende plek in het onderwijs? Welke uitdagingen kom je tegen en welke successen kun je delen? Tijdens de bijeenkomst ervaar je zelf natuurinclusieve werkvormen en doe je inspiratie op bij collega’s uit onderwijs en educatie. Ook deel je uitdagingen en successen en versterk je je netwerk. Aanmelden kan hier.

Kun je er 14 oktober niet bij zijn? De volgende bijeenkomsten in Utrecht zijn op 3 februari en 2 juni 2027. In het formulier kun je alvast aangeven dat je daarbij wil zijn.

Start een CoP in jouw regio

Wil je ook in jouw regio een CoP beginnen? Kom dan naar de online sessie op 2 november. Aan de hand van de blauwdruk voor CoP’s wisselen we ideeën en ervaringen uit. De sessie is bedoeld voor startende CoP’s en voor organisaties en individuen die een CoP willen opzetten.

Natuurinclusief onderwijs aan den lijve ervaren

Op 9 november komt de landelijke CoP weer samen, dit keer in de nieuwe buitenlokalen die de Wageningen University & Research (WUR) in september opende. Onder begeleiding van een van de deelnemers ervaar je natuurinclusief onderwijs zelf. Daarna ga je samen in reflectie: wat heb je gezien, gevoeld en geleerd? En hoe vertaal je dat naar je eigen onderwijspraktijk? De bijeenkomst wordt voor 9 november voorbereid door o.a. Lian Kasper (WUR en Natuurcollege).

Wil je ook meedenken over de voorbereiding van de landelijke CoP? Mail dan naar Nienke Martinus: n.martinus@agendanatuurinclusief.nl.

Agenda

Regionale CoP Utrecht

Woensdag 14 oktober, 15.30–17.30 uur, Stadstuin Klopvaart

Aanmelden

Opstarten van regionale CoP’s

Maandag 2 november, 15.00–17.00 uur, online

Aanmelden

Landelijke CoP

Maandag 9 november, 15.00–20.00 uur, buitenlokaal WUR

Aanmelden

Regionale CoP Utrecht

Woensdag 3 februari 2027, 15.30–17.30 uur, nader te bepalen

Aanmelden

Regionale CoP Utrecht

Woensdag 2 juni 2027, 15.30–17.30 uur, nader te bepalen

Aanmelden

De bijeenkomsten staan open voor onderwijsprofessionals uit alle onderwijslagen. Deelname is gratis.

Jongeren en milieu: geef kennis de kans om praktijk te worden

Nederlandse jongeren zouden weinig geven om natuur en milieu. Die indruk bleef hangen na de publicatie van het nieuwe PISA-onderzoek. Maar de uitkomsten vertellen een genuanceerder verhaal, zoals NRC afgelopen week liet zien.

Het opvallendste verschil zit tussen wat jongeren weten en de mogelijkheden die zij zien om iets te doen. Voor het lokale netwerk van Vereniging GDO en vSKBN ligt daar een duidelijke opdracht: verbind onderwijs over natuur en duurzaamheid aan concrete ervaringen in de eigen omgeving.

Van weten naar doen

Meer kennis leidt niet vanzelf tot betrokkenheid of actie. Jongeren moeten kunnen onderzoeken wat er in hun omgeving speelt, hun eigen ideeën ontwikkelen en ervaren dat zij samen iets kunnen veranderen. Goed onderwijs spreekt hoofd, hart en handen aan. 

“Door te leren, te beleven en zelf te doen, kunnen jongeren zich een eigen mening vormen over vraagstukken als klimaat, water en biodiversiteit”, zegt Arjan Klopstra, netwerkcoördinator van Vereniging GDO. “Geef hen de ruimte om vragen te stellen en zelf aan oplossingen te werken.”

Dat kan op school beginnen en daarbuiten doorgaan. Leerlingen kunnen de biodiversiteit rond hun school onderzoeken, een schooltuin verzorgen of uitzoeken waar het regenwater in hun buurt naartoe gaat. Zo worden grote onderwerpen concreet en behapbaar.

De plekken en programma’s zijn er al

Nederland heeft een uitgebreid netwerk van NDE-centra, stads- en kinderboerderijen en andere groene leerplekken. Zij helpen scholen om lessen met de praktijk te verbinden. Vereniging GDO en vSKBN zetten zich ervoor in dat deze samenwerking een vaste plek krijgt binnen het onderwijs. Natuur- en duurzaamheidseducatie draagt, net als sport en cultuur, bij aan de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Bij programma’s als Eco-Schools nemen leerlingen in een Eco-Team zelf het initiatief om hun school duurzamer te maken. Ook rond water zijn er programma’s, lessen en gastlessen waaraan we met SME en het lokale netwerk een belangrijke bijdrage leveren. Leerlingen onderzoeken de oorzaken en gevolgen van watertekort, vervuild water en wateroverlast. Ze ontdekken wat deze vraagstukken betekenen voor hun eigen omgeving en wat ze zelf kunnen bijdragen. We doen dat in samenwerking met onder meer waterschappen, drinkwaterbedrijven en het programma Leven met Water van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dat programma helpt Nederlanders om zelf iets te doen aan watervraagstukken, zoals droogte, vervuild water of wateroverlast. 

Binnen het Collectief Natuurinclusief werken we aan de verbinding met het onderwijs en het sociale domein. Samen met vele partners ondertekenden Vereniging GDO en vSKBN de position paper Jeugd & Natuur. Daarmee zetten we ons in om kinderen en jongeren structureel met natuur te verbinden.

Een gezamenlijke opdracht

De vraag is dus niet waarom jongeren weinig zouden geven om natuur en milieu. De vraag is hoe we hen meer kansen geven om iets met hun kennis en betrokkenheid te doen. Dat is waardevol voor de natuur en voor het welzijn van jongeren zelf.

Om iedere leerling die kans te geven, zijn losse activiteiten niet genoeg. Daarvoor is blijvende samenwerking nodig tussen scholen, gemeenten, het Rijk en lokale organisaties. Als verenigingen zetten we ons in om die samenwerking te versterken. De plekken, mensen en programma’s zijn er al. Laten we ervoor zorgen dat jongeren er ook daadwerkelijk mee aan de slag kunnen.

Samen met andere maatschappelijke organisaties roepen we het kabinet op tot groenere steden.

We hebben vandaag samen met 17 andere maatschappelijke organisaties ruim 22.500 handtekeningen aangeboden aan minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Met de petitie roepen we het kabinet op om meer vaart te maken met het vergroenen van steden en inwoners beter te beschermen tegen toenemende hitte.

De oproep komt na een uitzonderlijk hete zomer. Volgens het KNMI was de zomer van 2026 de warmste sinds het begin van de metingen in 1901. Juist daarom vragen we het kabinet om duidelijke landelijke normen voor groen en bomen en om gemeenten financieel te ondersteunen bij het vergroenen van de openbare ruimte. Daarbij verdienen de meest versteende buurten extra aandacht.

Groen helpt steden omgaan met hitte

De gevolgen van hitte zijn groot. Hittestress kan onder meer zorgen voor slaapproblemen en concentratieproblemen en vormt vooral voor kwetsbare inwoners een gezondheidsrisico. Tijdens en vlak na de hitteperiode eind juni overleden ongeveer 911 mensen meer dan verwacht. Volgens het RIVM is het zeer aannemelijk dat de hitte hierbij een rol heeft gespeeld.

Meer groen en bomen kunnen bijdragen aan koelere en gezondere buurten. Ze zorgen voor schaduw en verkoeling en dragen daarnaast bij aan biodiversiteit, wateropvang en een prettigere leefomgeving.

Juist daarom vinden we het belangrijk dat gemeenten voldoende mogelijkheden krijgen om hun buurten te vergroenen. Lokale NDE-organisaties kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Zij kennen hun gemeente en inwoners, verbinden verschillende partijen en betrekken bewoners en scholen bij vraagstukken rond klimaatadaptatie, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving.

Aandacht voor versteende buurten

Met de petitie vragen we het kabinet om vooral werk te maken van buurten waar weinig openbaar groen aanwezig is. Juist daar komen verschillende opgaven samen: bescherming tegen hitte en wateroverlast, gezondheid, biodiversiteit en de kwaliteit van de leefomgeving.

Om die vergroening daadwerkelijk te versnellen, zijn niet alleen ambities maar ook structurele ondersteuning en duidelijke landelijke kaders nodig. Met de ruim 22.500 handtekeningen onderstrepen we vandaag dat de behoefte aan groene, gezonde en hittebestendige buurten breed wordt gedeeld.

Samen voor groene en koele steden

Het manifest Groene Ruimte, Koele Steden is een gezamenlijk initiatief van Natuur & Milieu, Aedes, Woonbond, Vereniging Eigen Huis, Nationaal Huidfonds, Jantje Beton, Hogeschool van Amsterdam, ANBO-PCOB, IVN Natuureducatie, Beweegalliantie, Werklandschappen van de Toekomst, ANWB, FNV, Trees for All, Vereniging GDO, JOGG, Klimaatverbond Nederland en ASN Bank.

Terugblik GDO-tweedaagse 2026: positie kiezen in een veranderend speelveld

De dagen ervoor kwam de regen met bakken uit de lucht, maar op donderdagochtend bleef het in Amersfoort droog. Alleen de gasten druppelden langzaam maar gestaag binnen bij Het Groene Huis. Zo’n 70 collega’s uit het GDO-netwerk kwamen er samen voor de jaarlijkse GDO-tweedaagse.

Twee dagen lang draaide het om de vraag: hoe zorg je ervoor dat je als NDE-organisatie herkenbaar blijft, terwijl je werk steeds vaker raakt aan gezondheid, welzijn, voedsel, participatie, jeugdbeleid en de ontwikkeling van buurten en gemeenten?

De jaarlijkse GDO-tweedaagse biedt leidinggevenden en coördinatoren van GDO-organisaties de gelegenheid om elkaar uitgebreider te spreken en samen vooruit te kijken. Dit jaar stond de positionering van ons werk en onze organisaties centraal: waar staan we nu, welke bijdrage leveren we aan maatschappelijke opgaven en welke positie willen we de komende jaren innemen?

De net gepubliceerde PISA-resultaten en de berichten over de beperkte kennis over de natuur bij de jeugd gaven de bijeenkomst een zekere urgentie.

Een speelveld in beweging

Na de opening van de GDO-tweedaagse door bestuurslid Liesbeth Bronkhorst, was er een presentatie van Arno Goossens, senior strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Amersfoort. Hij ging in op de ontwikkeling van de stad en liet zien dat maatschappelijke opgaven steeds minder los van elkaar kunnen worden bekeken. Wat er gebeurt op het gebied van ruimte, leefbaarheid, klimaat en de sociale ontwikkeling van een stad hangt steeds sterker met elkaar samen. Vanuit de visie van Amersfoort staat de bewoner daarbij centraal.

Dat vraagt ook iets van organisaties die in zo’n stad actief zijn. Voor NDE-organisaties betekent het dat er kansen ontstaan om op meer plekken van betekenis te zijn dan alleen binnen het traditionele educatieve domein. Dat betekent niet dat zij zich met elke lokale opgave hoeven bezig te houden, maar wel dat zij vanuit hun eigen kennis en kracht kunnen aansluiten bij opgaven die lokaal spelen.

En precies daar zit ook de zoektocht. Want hoe breder je werk wordt, hoe belangrijker het is om scherp te houden waar je als organisatie voor staat. Als je op steeds meer thema’s actief bent, waar ben je dan eigenlijk van?

Die vraag stond centraal in de bijdrage van Brigit Kuypers van Het Groene Huis. Vanuit de Amersfoortse praktijk vertelde zij over geschiedenis van Het Groene Huis en de ontwikkeling door de jaren heen. Positionering is een terugkerend thema, waarbij soms sleutelmomenten te benoemen zijn.

Dat positionering geen vaststaand gegeven is, maar zich in de loop van de tijd ontwikkelt, werd duidelijk uit het verhaal van Brigit. Soms zijn er daarbij momenten die bepalend zijn voor de koers van een organisatie:

“De brand in 2010 die ons gebouw verwoestte was zo’n sleutelmoment. We moesten verder: eerst zonder gebouw en vanaf 2016 in Het Groene Huis. Wat die plek zou kunnen zijn stond in de Amersfoortse Groenvisie: dat was een mooi richtpunt. Met een breed netwerk van collega’s en groene organisaties geven we daar nu, 10 jaar later, nog steeds invulling aan.”

Van aanbod naar lokale opgave

In de middag verzorgde netwerkcoördinator Arjan Klopstra een inleiding over  het belang van plekken, programmering en partnerschappen: hoe wij in het netwerk van GDO-vSKBN vanuit waardevolle lokale plekken, zoals stadsboerderijen, NDE-centra, schoolpleinen en schooltuinen betekenis geven aan de leefomgeving, met goede projecten en programma’s en samen met maatschappelijke partners vanuit verschillende sectoren. Een infrastructuur waar we trots op mogen zijn, maar  die niet in iedere gemeente vanzelfsprekend is.

Daarna maakten de deelnemers de vertaalslag naar hun eigen organisatie. Vooraf was iedereen gevraagd het coalitieprogramma van de eigen gemeente erbij te pakken en te zoeken naar onderwerpen waarop we verbinding zien vanuit ons werk. In kleine intervisiegroepen werd vervolgens gesproken over lokale positionering. Niet vanuit de vraag: ‘wat bieden wij aan? Maar wel: ‘wat speelt er in onze gemeente, hoe worden wij nu gezien en welke bijdrage willen en kunnen wij leveren?’

De gesprekken maakten opnieuw duidelijk hoeveel herkenning er tussen organisaties is, maar ook hoe sterk de lokale context bepaalt welke rol je inneemt. Juist daarin zit de waarde van het netwerk: ervaringen delen, van elkaars keuzes leren en niet steeds opnieuw het wiel uitvinden.

Hoewel er overdag al enorm veel werd gepraat, was het tijdens het avondprogramma allesbehalve stil. De gesprekstof was duidelijk nog lang niet op en onderweg naar Bistro Het Lokaal gingen de gesprekken gewoon verder. Ook tijdens de ‘walking borrel’ bleef er volop ruimte om ervaringen uit te wisselen, nieuwe contacten te leggen en verder te praten over onderwerpen die gedurende de dag aan de orde waren geweest.

Samen koers bepalen

Op vrijdagochtend werd van de lokale organisaties uitgezoomd naar het landelijke netwerk. Daarbij sloten ook collega’s vanuit vSKBN aan. Centraal stond het Meerjarenplan van Vereniging GDO en vSKBN en de vraag hoe beide verenigingen de komende jaren gezamenlijk hun positie kunnen versterken.

Daarmee sloot de vrijdag direct aan op de gesprekken van de dag ervoor. Sterke landelijke positionering begint bij organisaties die lokaal weten welke rol zij willen vervullen. Andersom kan een sterk netwerk lokale organisaties ondersteunen met kennis, voorbeelden, samenwerking en belangenbehartiging.

Na de lunch gingen we naar buiten. Op Landgoed Schothorst konden deelnemers kiezen uit een rondleiding over het landgoed, een activiteit op het Middeleeuws Erf, de workshop Vitamine V (over vogels) of een Q&A met medewerkers van Het Groene Huis over de organisatie van NDE in Amersfoort.

Weten waar je van bent

Na twee dagen was er niet ineens één antwoord op de vraag hoe dé NDE-organisatie van de toekomst eruitziet. Organisaties, gemeenten en lokale opgaven verschillen daarvoor te veel.

Wel werd duidelijk dat we met elkaar een grote kracht vertegenwoordigen, vanuit ons lokale werk verbinden we meerdere opgaven en uitdagingen. We vervullen verschillende rollen van educatiecentrum en kennispartner tot netwerk- of uitvoeringsorganisatie, maar zijn in alle gevallen een belangrijke lokale infrastructuur rond natuur en gezondheid

De tweedaagse draaide niet alleen om inhoud en positionering, maar minstens zo veel om ontmoeting en het gevoel onderdeel te zijn van een groter netwerk. Zoals een van de deelnemers het mooi verwoordde:

“De GDO-tweedaagse voelt een beetje als een jaarlijkse familiereünie. Je ziet elkaar niet voortdurend, maar als je samenkomt is er meteen herkenning en verbondenheid. Je wisselt ervaringen uit, denkt met elkaar mee en gaat daarna weer met nieuwe ideeën en energie terug naar je eigen organisatie.”

De tweedaagse is voorbij, maar het gesprek gaat verder. Blijf ervaringen, voorbeelden en vragen over de positionering van jouw organisatie met ons delen. Zo bouwen we samen verder aan een sterk en herkenbaar netwerk. Delen kan altijd met onze coördinator Arjan Klopstra.

Reactie GDO op wetsvoorstel School & Omgeving: meer ruimte voor natuur en sterke lokale infrastructuur

Het ministerie van OCW wil de middelen voor School & Omgeving, Schoolmaaltijden en de Brugfunctionaris bundelen. Dit gebeurt vanaf 2029 in één structurele aanvullende bekostigingsregeling. De regeling is bedoeld voor scholen met veel leerlingen in een financieel kwetsbare omgeving. Het bijbehorende wetsvoorstel lag tot en met 11 september in internetconsultatie.

Het wetsvoorstel heet Aanvullende bekostiging gelijke leer- en ontwikkelvoorwaarden (GLO) en verduidelijking van het onderwijsachterstandenbeleid. OCW wil scholen hiermee meer ruimte geven. Zij kunnen dan samen met hun lokale omgeving werken aan gelijke leer- en ontwikkelkansen. Ook moet de samenwerking tussen gemeenten, schoolbesturen en andere partijen structureler worden georganiseerd.

Voor GDO is vooral de toekomst van de Verrijkte Schooldag binnen School & Omgeving relevant. Onze reactie is opgesteld samen met enkele leden van ons netwerk. We vragen hierin aandacht voor vier punten.

Maak natuur, buiten onderwijs en voedseleducatie zichtbaar

De Verrijkte Schooldag wordt breed omschreven. Activiteiten kunnen bijdragen aan de ontwikkeling en het welzijn van leerlingen. Ze kunnen ook bijdragen aan sociale cohesie. GDO vindt het belangrijk dat die brede ruimte behouden blijft. Natuur, buiten leren en voedseleducatie moeten daarin expliciet herkenbaar zijn. Gelijke ontwikkelkansen gaan immers over meer dan taal- en rekenprestaties. Ze gaan ook over welbevinden en sociaal-emotionele ontwikkeling. En over kennis van de wereld en ervaringen die kinderen niet altijd vanuit huis meekrijgen.

Investeer in een sterke lokale infrastructuur

Een duurzame Verrijkte Schooldag vraagt om sterke samenwerking. Scholen, gemeenten en lokale maatschappelijke en educatieve partners moeten hierin samen optrekken. Voor natuur- en duurzaamheidseducatie is die infrastructuur niet overal even sterk georganiseerd.

Er zijn veel NDE-centra, schooltuinen, stads- en kinderboerderijen en andere groene educatieve plekken. Zij werken al samen met scholen. Maar waar NDE lokaal minder sterk georganiseerd is, ontstaat een risico. Natuur, buiten leren en voedseleducatie worden dan minder vanzelfsprekend meegenomen.

GDO vraagt daarom om landelijke ondersteuning ook te benutten voor de lokale infrastructuur. NDE-organisaties moeten herkenbaar in beeld komen als inhoudelijke en verbindende partners.

Benut de LEA voor duurzame samenwerking

Ook de Lokale Educatieve Agenda (LEA) kan een belangrijke rol spelen. Niet alleen door achterstanden en belemmeringen te bespreken. Maar ook door in beeld te brengen welke organisaties, programma’s en ontwikkelplekken lokaal beschikbaar zijn. En hoe meer kinderen daar toegang toe kunnen krijgen. Ook lokale NDE-organisaties en groene ontwikkelplekken verdienen hierbij een herkenbare positie. Zij verbinden op veel plekken onderwijs, leefomgeving en maatschappelijke opgaven. Die rol wordt echter nog niet altijd gezien.

Maak buitenactiviteiten ook praktisch mogelijk

Ruimte voor buiten onderwijs op papier is niet genoeg. Activiteiten buiten de school kunnen in de praktijk vastlopen. Denk aan begeleiding, verantwoordelijkheid, vervoer en organisatie. GDO vraagt daarom om bij de verdere uitwerking ook aandacht te hebben voor deze praktische randvoorwaarden. Alleen dan kunnen kinderen daadwerkelijk buiten de school leren en ervaren.

Gelijke ontwikkelkansen vragen niet alleen om het wegnemen van belemmeringen. Ze vragen ook om toegang tot plekken en ervaringen. Die helpen kinderen zich breed te ontwikkelen. Een sterke lokale infrastructuur kan hieraan bijdragen. Zeker als NDE daarin herkenbaar is georganiseerd en betrokken. Zo wordt een rijke leef- en leeromgeving bereikbaar voor meer kinderen.

De maatschappelijke waarde van NDE in beeld

Binnen ons netwerk gebeurt veel dat bijdraagt aan maatschappelijke opgaven van gemeenten. Die voorbeelden willen we beter zichtbaar maken én benutten in gesprekken met gemeenten en partners.

We dragen bij aan meer dan natuur- en duurzaamheidseducatie alleen. Denk aan gezonde voeding, buiten spelen en bewegen, mentale gezondheid, kansengelijkheid, een groene leefomgeving, klimaatadaptatie, burgerschap, ontmoeting of brede ontwikkeling van kinderen.

Als vereniging krijgen we regelmatig vragen van partners, gemeenten en andere netwerken naar voorbeelden van het werk van lokale NDE-organisaties. Er gebeurt al veel, maar we willen graag een breder en actueler beeld kunnen laten zien van wat er lokaal gebeurt en welke maatschappelijke waarde dit heeft.

Daarom verzamelen we voorbeelden van projecten, samenwerkingen en aanpakken rond natuur, gezondheid, jeugd, onderwijs, kansengelijkheid, klimaat, participatie en leefomgeving. Zo kunnen we het lokale belang van NDE beter zichtbaar maken én voorbeelden benutten in ontwikkelingen waar we als netwerk aan werken. Zoals het ontwikkelprogramma combinatiefunctie NDE, de samenwerking met JOGG en het versterken van de positie van NDE binnen gemeentelijke opgaven.

Werk jij aan een project, aanbod of samenwerking die hierbij past? Voor zowel jongeren als ouderen, voor in het onderwijs of in de wijk? Laat het ons weten via een kort formulier. Ook als je twijfelt of jouw voorbeeld ‘groot genoeg’ is: we horen het graag.

Denk aan voorbeelden rond:

  • gezonde voeding, schooltuinieren of voedseleducatie;
  • bewegen of mentale gezondheid;
  • klimaatadaptatie of biodiversiteit;
  • kansengelijkheid, Rijke Schooldag of School en Omgeving;
  • participatie, burgerschap, vrijwilligerswerk of ontmoeting;
  • samenwerking met JOGG, GGD, Gezonde School, gemeente of welzijnspartners.

Deel jouw voorbeeld

Naam
Bij welke gemeentelijke opgave(n) sluit jullie voorbeeld aan?
(meerdere antwoorden mogelijk)
Mogen we contact met je opnemen over jouw voorbeeld?
Bijvoorbeeld om het verder uit te werken voor de JOGG-academy of voor een handreiking voor gemeenten over de bijdrage van NDE aan lokale maatschappelijke opgaven.
Wil je je project ook nomineren voor de innovatie & impactprijs?
Een jaarlijkse prijs van Vereniging GDO voor vernieuwende NDE-initiatieven met aantoonbare maatschappelijke impact.

Interview GDO-Leertraject #6: Brenda Jasperse over kansen zien waar energie zit

De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Dat vraagt om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs. 

Vandaag gingen we in gesprek met Brenda Jasperse, die vertelt over de zesde sessie. 

Wie is de deelnemer? 

Brenda Jasperse werkt al jarenlang met veel plezier bij Natuur&Zo, het centrum voor NDE van Zeeuws-Vlaanderen. Daarnaast is zij al zo’n acht jaar makelaar Jong Leren Eten voor de provincie Zeeland. Zelf noemt ze zich “makelaar van het eerste uur”: vanaf het begin is zij betrokken bij het programma dat voedselvaardigheid en voedseleducatie een stevige plek geeft in onderwijs en samenleving. 

Brenda woont in Biervliet, in Zeeuws-Vlaanderen. Ook buiten haar werk is ze graag bezig met natuur, maken en bewegen. Ze heeft een grote tuin, is enthousiast keramieker, loopt hard, zwemt en zit weer regelmatig op de racefiets. Recent pakte ze het fietsen opnieuw op voor de Zeeuwse Ride for the Roses, een fietstocht om geld op te halen voor onderzoek naar kanker, samen met haar nichtje. 

Natuur&Zo werkt voor de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten, met Terneuzen als centrumgemeente. Het centrum richt zich op vier hoofdthema’s: afval & circulariteit, flora, fauna & biodiversiteit, klimaat & energie, en gezonde & duurzame voeding. Brenda ziet Natuur&Zo nadrukkelijk als onderdeel van een groter Zeeuws netwerk. In Zeeland zijn vijf NDE-organisaties actief, die volgens haar goed samenwerken en elkaar makkelijk weten te vinden. Juist dat gezamenlijke optrekken ziet zij als een kracht: “We zijn allemaal anders georganiseerd, maar we vinden elkaar toch heel vaak.” 

Naast de basisfinanciering vanuit gemeenten werkt Natuur&Zo aan allerlei programma’s en projecten. Brenda schrijft daarvoor voorstellen, zoekt de verbinding met gemeentelijke programma’s en probeert steeds opnieuw kansen te benutten. Dat doet ze niet alleen omdat het financieel nodig is, maar vooral omdat ze zoveel mogelijk budget en kansen bij kinderen en jongeren wil krijgen. Projecten rond Jong Leren Eten, Schoon Zeeland, klimaatadaptieve wijken, de regionale energiestrategie en circulaire economie laten zien hoe breed die rol inmiddels is geworden. 

De leervraag van het leertraject 

De oorspronkelijke motivatie om mee te doen aan het leertraject was voor Brenda heel concreet. Ze wilde een collega meenemen in de bredere wereld van GDO, NDE en rolontwikkeling. Het leertraject leek haar een waardevolle manier om iemand niet alleen in te werken in Zeeuws-Vlaanderen, maar ook te laten zien hoe het veld landelijk in elkaar zit: welke rollen kun je als NDE-professional nemen, wie kun je benaderen en hoe werken andere centra? 

Die situatie veranderde toen de betreffende collega uiteindelijk niet in dienst kwam. Toch bleef deelname voor Brenda waardevol. Vooral het sparren met collega’s buiten Zeeland gaf nieuwe inzichten. Met Zeeuwse collega’s is de samenwerking vaak direct praktisch: je zoekt elkaar op omdat je samen iets wilt ontwikkelen of uitvoeren. In het leertraject ging het meer om uitwisseling, herkenning en reflectie. Juist dat verschil vond Brenda interessant. 

Wat haar daarin opviel, is dat veel centra met vergelijkbare vragen worstelen. Iedereen ziet kansen, maar de praktijk is druk. Je komt met energie terug van een bijeenkomst, maar eenmaal op kantoor word je weer opgeslokt door de dagelijkse werkzaamheden. Brenda herkent dat sterk: de tijd is beperkt, terwijl de ambities groot zijn. Toch ziet ze juist daar de waarde van het netwerk. Niet steeds opnieuw zelf het wiel uitvinden, maar beter delen wat al ontwikkeld is, welke projectaanvragen werken en waar anderen tegenaan lopen. 

Sessie 6: Kansen zien waar de energie zit 

De zesde sessie van het leertraject stond in het teken van kanseninventarisatie. Voor Brenda zat de opbrengst van die sessie niet zozeer in één model of opdracht, maar vooral in de bevestiging van iets wat zij in haar werk steeds sterker ervaart: je moet gaan zitten waar de energie zit. 

Dat klinkt eenvoudig, maar voor een NDE-organisatie is het een belangrijk inzicht. Brenda vertelt dat Natuur&Zo binnen de gemeentelijke organisatie is verschoven. Waar het centrum eerder onder een meer uitvoerende afdeling viel, is het nu onderdeel van een afdeling waar ook programma’s en projecten rond omgeving en economie samenkomen. Daar zitten onder meer de programmamanagers voor thema’s als regionale energiestrategie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Voor Brenda opent dat nieuwe deuren. De thema’s waar Natuur&Zo mee werkt, sluiten direct aan op programma’s die voor alle Zeeuwse gemeenten relevant zijn. 

Die positie helpt om kansen scherper te zien. Kanseninventarisatie betekent voor haar niet alleen: welke projecten kunnen we bedenken? Het gaat ook om de vraag waar bestuurlijke aandacht, energie, budget en inhoudelijke urgentie samenkomen. Als die elementen bij elkaar komen, ontstaat er ruimte om scholen en kinderen mee te nemen in actuele duurzaamheidsthema’s. 

Tegelijkertijd laat Brenda zien dat rolontwikkeling niet altijd netjes volgens een plan verloopt. Ze maakt ieder jaar een werkplan, maar weet ook dat de praktijk snel kan veranderen. Een nieuwe gemeentelijke vraag, een verhuizing, aangepaste regelgeving of veranderende financiering kan alles op zijn kop zetten. Waar ze dat eerder steeds ervaarde als tegenslag, probeert ze nu mee te bewegen. Haar houvast blijft steeds hetzelfde: zoveel mogelijk waarde creëren voor scholen en kinderen. 

Een concreet voorbeeld is het gastlessenprogramma van Natuur&Zo. Jarenlang werkte het centrum met een groot netwerk van gastdocenten, vooral zzp’ers, die lessen op scholen verzorgden. Daarmee werd de klassieke leskist deels vervangen door de deskundige in de klas. Door veranderingen rond zzp-schap komt die aanpak onder druk te staan. Het programma moet opnieuw worden doordacht. Dat is ingrijpend, maar het past ook bij de beweging waarin Natuur&Zo zit: opnieuw kijken welke rol nodig is, welke vorm werkt en hoe je als centrum relevant blijft. 

Betekenis voor de NDE-sector 

Het verhaal van Brenda raakt aan een bredere ontwikkeling in de NDE-sector. Veel organisaties zijn ooit sterk geworden met lessen, leskisten en educatieve materialen. Die blijven waardevol, maar de context verandert. Scholen hebben te maken met volle roosters, maatschappelijke opgaven stapelen zich op en gemeenten zoeken partners die thema’s als klimaat, biodiversiteit, circulariteit en gezonde voeding kunnen vertalen naar de praktijk van kinderen en jongeren. 

Volgens Brenda vraagt dat om een actieve houding. Niet wachten tot een opdracht vanzelf komt, maar “de boer op gaan”, kansen zien en durven aanhaken bij gemeentelijke en landelijke programma’s. Ze ziet nog te vaak dat NDE-organisaties zeggen dat er geen uren of geen opdracht zijn. Terwijl juist programma’s als Jong Leren Eten laten zien hoeveel mogelijkheden er ontstaan als je de verbinding actief zoekt. 

Daarbij gaat het niet om zomaar meer werk naar je toetrekken. Het gaat om positie kiezen. Waar kun je als NDE-organisatie echt van waarde zijn? Waar sluit je expertise aan op maatschappelijke opgaven? En hoe zorg je dat budget, kennis en netwerken uiteindelijk terechtkomen bij scholen en leerlingen? 

Voor de NDE-sector klinkt in haar verhaal een duidelijke oproep door: wees niet te bescheiden, blijf niet alleen in de rol van aanbieder en zoek actief de plekken op waar beweging zit. De kracht van NDE ligt juist in het verbinden van grote thema’s met de leefwereld van kinderen. Of het nu gaat om voedsel, afval, klimaat, biodiversiteit of energie: NDE-centra kunnen helpen om die thema’s tastbaar, concreet en betekenisvol te maken. 

Voor Natuur&Zo betekent dit voorlopig: blijven meebewegen, de makelaarsrol verder ontwikkelen en steeds opnieuw kijken waar energie, kansen en maatschappelijke opgaven samenkomen. Voor de sector als geheel laat Brenda’s verhaal zien dat rolontwikkeling niet altijd begint met een strak plan. Soms begint het met goed kijken, durven aanhaken en de vraag blijven stellen: waar kunnen wij nu het meeste betekenen voor scholen en kinderen? 

Ook aan de slag met het leertraject?

In september 2026 is een nieuwe ronde van het leertraject gestart. Wil je ook aan de slag met het leertraject of ben je benieuwd wat het voor jou kan betekenen? We denken graag met je mee.

Heb je een vraag, wil je meer informatie of wil je weten wat er mogelijk is? Neem dan gerust contact op met Simone via s.kleinhout@vereniginggdo.nl.

Doe mee met Nationale Kraanwaterdag

Op woensdag 30 september 2026 vindt de jaarlijkse Nationale Kraanwaterdag plaats. GDO is partner van deze landelijke dag. Voor ons netwerk is dat een mooie kans om watereducatie extra onder de aandacht te brengen en aan te sluiten bij een initiatief dat veel scholen bereikt.

Water leeft binnen ons netwerk

Water, droogte en klimaat zijn thema’s waar veel GDO-leden al volop mee bezig zijn. En ook in lessen en activiteiten gaat het bijvoorbeeld over de waterkringloop, zuinig omgaan met drinkwater, droogte, klimaatadaptatie en wat kinderen zelf kunnen doen.

Nationale Kraanwaterdag biedt een extra moment om die activiteiten zichtbaar te maken. Je kunt aansluiten met bestaand aanbod, contact zoeken met scholen in jouw gemeente of de dag gebruiken als aanleiding voor een eigen les, activiteit of samenwerking.

Wat kun je als NDE-organisatie doen?

Misschien heb je al een waterles die goed aansluit op Nationale Kraanwaterdag. Of kun je scholen wijzen op jullie aanbod rond water, klimaat en droogte. Ook een gastles, proefje, buitenactiviteit of samenwerking met een lokaal drinkwaterbedrijf of de gemeente kan een mooie aanvulling zijn. Daarnaast is er altijd een groot aanbod te vinden op Watereducatie, waar wij ook partner van zijn.

We zijn ook benieuwd wat er binnen ons netwerk al gebeurt. Hebben jullie een goed voorbeeld van watereducatie, een bijzondere samenwerking of materiaal dat ook voor andere NDE-organisaties interessant kan zijn? Deel het vooral met ons.

Gratis materiaal voor scholen

Nationale Kraanwaterdag wordt georganiseerd door de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven en richt zich op basisscholen, BSO’s en kinderopvang. Deelnemende locaties krijgen gratis educatief materiaal, waaronder interactieve praatplaten, video’s, een digitale quiz, proefjes, knutselvlogs, een handleiding en een lesposter.

Wie zich vóór vrijdag 18 september 2026 aanmeldt, ontvangt de nieuwe lesposter per post. Daarna blijven alle digitale materialen beschikbaar en kan de poster zelf worden geprint.

Aanmelden kan via www.kraanwaterdag.nl.

Komt 30 september niet goed uit? Geen probleem: de materialen kunnen ook op een ander moment in het schooljaar worden ingezet.

Interview GDO-leertraject #5: Ans Naber en Miriam Gerrits over samenwerken, leren en storytelling 

De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau en om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. 

Het GDO-leertraject ondersteunt NDE-organisaties bij het verkennen en versterken van hun rol richting het onderwijs. Voor deze editie gingen we in gesprek met Ans Naber en Miriam Gerrits van De Koppel, het centrum voor natuur- en milieueducatie, in Hardenberg. Zij vertellen wat de vijfde kennissessie hen heeft gebracht. 

Wie zijn de deelnemers? 

Ans Naber is sinds 2007 verbonden aan De Koppel in Hardenberg, waar ze inmiddels directeur is. Daarvoor werkte ze bijna zeventien jaar bij Natuur en Milieu Overijssel. “Ik plak echt ergens vast,” zegt ze zelf. Ook buiten haar werk is ze actief: ze is lid van diverse verenigingen die zich inzetten voor natuur en leefbaarheid in de regio. 
 
In haar vrije tijd vindt ze het leuk om creatief bezig te zijn en heeft zich recent weer gestort op het haken.  Ook houdt ze enorm van wandelen in de natuur, want voor een stedentrip is zij niet echt te porren. Momenteel loopt ze, in etappes, het Pieterpad. Volgende week staat Venlo-Swolgen op de agenda. 

Vanuit het kantoor van De Koppel kijkt ze uit over de rivier de Vecht. “Volgens mij hebben wij het mooiste kantoor van Hardenberg,” zegt ze lachend. “Als er buiten iets langs vliegt, zitten we soms met z’n allen tegen het raam geplakt.” 

Miriam Gerrits werkt eveneens bij De Koppel en richt zich vooral op educatie en samenwerking rond duurzaamheid. Ze woont in Rheezerveen, tussen Hardenberg en Ommen, en voelt zich sterk verbonden met het Vechtdal. In haar werk verbindt ze educatie en duurzaamheid: van lessen voor leerlingen tot projecten rond energiebesparing en bewonersinitiatieven. 

Zo is ze betrokken bij Startpunt Duurzaam Hardenberg–Ommen, een samenwerking van gemeenten, woningcorporaties en lokale organisaties. Hier worden inwoners ondersteund bij het verduurzamen van hun woning, met informatieavonden, energiecoaches en subsidieadvies. 

Ook buiten haar werk is ze actief in het gebied. Als gids bij de Vechtdalgidsen neemt ze groepen mee langs bijzondere plekken en vertelt ze over de geschiedenis en natuur van het landschap. 

Miriam (links) en Ans (rechts) bij hun geliefde Vecht, het uitzicht vanuit de Koppel.

De leervraag van het leertraject 

Voor Ans en Miriam kwam het leertraject op een moment waarop hun organisatie bezig was met een belangrijke vraag: welke rol willen wij spelen richting het onderwijs? De vraag vanuit scholen verandert. Waar NDE-centra vroeger vooral lessen of projecten aanboden, zoeken scholen nu vaker partners die meedenken over structurele verandering. Voor De Koppel betekent dat opnieuw kijken naar hun positie. Hoe sluiten ze aan bij het onderwijs? Waar ligt hun kracht? En hoe kunnen ze die verder ontwikkelen? 

Het leertraject helpt om die vragen niet alleen te stellen, maar ook te verdiepen. Door theorie te koppelen aan praktijk en door in gesprek te gaan met andere organisaties, ontstaat er meer inzicht in de verschillende rollen die NDE-centra kunnen vervullen: van aanbieder tot verbinder en strategisch partner. 

Juist die gezamenlijke verkenning maakt het waardevol. Het helpt om los te komen van de dagelijkse praktijk en met meer afstand te kijken naar waar je als organisatie eigenlijk naartoe werkt. 

De Koppel vanuit de lucht met het uitzicht op de Vecht.

Sessie #5: leren van elkaar en je verhaal vertellen 

De vijfde sessie stond in het teken van uitwisseling, reflectie en storytelling. Deelnemers gingen met elkaar in gesprek over hun praktijk en werkten aan manieren om hun verhaal duidelijker te maken. Voor Ans zat de kracht vooral in de gesprekken.

“Je hoort hoe anderen het aanpakken en dan denk je: hé, dat herken ik. Of: dat zouden wij ook eens kunnen proberen.” 

Door steeds met andere deelnemers te spreken, ontstaat er een breder beeld van wat er speelt in de sector. Niet alleen in termen van activiteiten, maar ook in de manier waarop organisaties zich ontwikkelen en positioneren richting scholen en partners. 

Die uitwisseling zorgde ook voor nieuwe inzichten in het eigen werk. Door te horen hoe anderen hun rol invullen, werd duidelijker waar De Koppel zelf al sterk in is, en waar nog kansen liggen om verder te groeien. 

Wat Miriam en Ans ook opviel was dat zij, maar ook veel andere NDE-organisaties vaak bescheiden zijn over hun werkzaamheden en over wat zij kunnen. “Wij denken vaak: wat stellen wij nou eigenlijk voor? Terwijl we eigenlijk heel professioneel werk doen.” Die bewustwording raakt aan een bredere ontwikkeling in de sector: de stap van uitvoerend naar meer strategisch en zichtbaar werken, en dit dus ook echt laten zien.  

Jonge bezoekers van de Koppel

Storytelling als spiegel 

In de middag gingen de deelnemers aan de slag met een storytelling-oefening. In korte tijd werkten ze aan een verhaal dat de kern van hun werk raakt. Het ging niet om perfectie, maar om scherpte: waar sta je voor, wat doe je, en waarom is dat belangrijk? 

Juist dat bleek waardevol. Door het verhaal terug te brengen tot de essentie, werd duidelijker hoe breed en betekenisvol het werk eigenlijk is. Voor Ans en Miriam werkte de oefening als een soort spiegel. Het hielp om woorden te geven aan wat vaak vanzelfsprekend voelt in de dagelijkse praktijk. Ook hier gold weer soms even die stap terugnemen is zo ontzettend belangrijk. Dan pas ga je zien wat je eigenlijk allemaal al doet. 

Daarnaast maakte het zichtbaar hoe belangrijk het is om dat verhaal ook naar buiten toe goed te kunnen vertellen; richting scholen, gemeenten en partners. Niet alleen om zichtbaar te zijn, maar ook om beter samen te kunnen werken. 

Betekenis voor de NDE-sector 

Het verhaal van Ans en Miriam laat zien waar de sector zich bevindt: midden in een ontwikkeling. NDE-organisaties bewegen van aanbieder naar partner, van uitvoerder naar verbinder. Het leertraject helpt om die beweging bewuster en professioneler te maken. Door ervaringen te delen ontdekken organisaties dat veel vraagstukken herkenbaar zijn.  

Tegelijkertijd ontstaat er een gezamenlijke taal om over die ontwikkeling te praten over rollen, samenwerking en positionering. Dat draagt bij aan de professionalisering van de sector. Niet alleen op inhoud, maar ook in hoe organisaties zich presenteren en samenwerken. 

Ook helpt het om zichtbaarder te worden. Want wat NDE-organisaties doen, is vaak groter en professioneler dan ze zelf denken. Voor Ans en Miriam betekent het traject vooral dat ze anders kijken naar hun eigen werk. Niet als losse activiteiten, maar als onderdeel van een bredere beweging richting duurzaam onderwijs. 

Zoals Miriam het verwoordt: 

“Door met andere centra in gesprek te gaan, zie je niet alleen nieuwe mogelijkheden, je ontdekt ook beter wat je zelf al in huis hebt.” 

Interesse?

In september 2026 verwachten we te starten met een nieuwe ronde van het leertraject.

Wil je meer weten?
Mail naar Simone Kleinhout:
s.kleinhout@vereniginggdo.nl

Of meld je direct aan via het aanmeldformulier 

Website gerealiseerd door Daily Creative Agency