Agenda

Onderweg naar diverse en inclusieve kinderboerderijen en NDE centra

Hoe staat het met het thema culturele diversiteit bij de (vrijwillige) medewerkers van de centra voor natuur- en duurzaamheidseducatie en kinderboerderijen? Wanneer hierin verandering nodig is, wat zijn dan belangrijke zaken om aan te werken? Zo’n veertig medewerkers van NDE-centra en kinderboerderijen gingen met elkaar in gesprek over verschillende aspecten van diversiteit en inclusiviteit.

Om ervoor te zorgen dat iedere leerling en inwoner centra voor natuur- en duurzaamheidseducatie en kinderboerderijen kan bezoeken, spelen toegankelijkheid en een inclusieve sfeer een rol. Zo voelt iedereen zich aangesproken en welkom om langs te komen. Culturele diversiteit is één van de dimensies waarover je dan kunt nadenken. Samen met de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR), de vSKBN en de afdeling Stadsboerderijen en Milieueducatie van de gemeente Den Haag organiseerden wij op 16 april een bijeenkomst over dit thema.

Diversiteit en inclusiviteit: een breed palet aan thema’s

De focus van de dag lag op culturele diversiteit, omdat de sector inziet dat hier nog veel te winnen valt. Op meerdere momenten werd wel benoemd dat diversiteit en inclusiviteit grote en brede onderwerpen zijn. Diversiteit betekent in deze context dat je organisatie een mix is van mensen met verschillende persoonskenmerken. Denk hierbij aan kleur, culturele achtergrond, gender, beperkingen, leeftijd, opleidingsniveau en nog veel meer. Deze persoonskenmerken die iedereen heeft, interacteren ook weer met elkaar, dit wordt ‘intersectionaliteit’ genoemd. Het is van belang om dit continu in het achterhoofd te houden wanneer je spreekt over diversiteit en inclusie: er is geen ‘one size fits all’.

Bron afbeelding: Ravilok

Inclusie is het proces waarmee je als persoon of organisatie omgaat met diversiteit. Heeft iedereen, uitgaande van de diversiteit van mensen, gelijke kansen en toegang? Wat doe je om die balans recht te trekken en om te gaan met de systemen in de maatschappij die voor ongelijkheid zorgen?

Het belang van verankering in de organisatie

De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh, benadrukte in zijn verhaal het belang van de verankering van een visie op diversiteit en inclusie in een organisatie. Zelf zag hij in zijn jaren als Haagse wethouder dat het aantrekken van bepaalde groepen om je medewerkersbestand diverser te maken, niet succesvol is als de omgeving waarin zij terecht komen niet inclusief is. Als er nog steeds (onbewuste) uitsluitingsmechanismen op de werkvloer aanwezig zijn – denk aan vervelende opmerkingen van collega’s, weinig kennis van diversiteit en inclusie of beleid dat tekort schiet – dan botsen medewerkers die anders zijn dan de bestaande norm alsnog tegen een muur op. Dan treedt het zogenoemde ‘draaideureffect’ op en vertrekken deze werknemers op korte termijn. Om te zorgen voor verankering pleit Baldewsingh voor een integraal beleid en inzet op het hoogste niveau. Hij wil dat leidinggevenden cursussen volgen om kennis en inzichten over diversiteit en inclusie te vergroten.

Ook Aliye Altintas-Çelik, oprichter van Diversity Included, benadrukt het belang van een visie op dit thema die goed verankerd is in de organisatie. ‘’Waarom wil je diversiteit? Ben je er mee bezig omdat je het echt wil of doe je het voor de buitenwereld? Als je het echt wilt, is het belangrijk je te realiseren dat je er niet bent door één ding aan te pakken. Er is een complex van maatregelen nodig.’’ Voor haar is inclusief leiderschap essentieel om diversiteit en inclusie goed te verankeren in de organisatie. Er moet iemand aan het roer staan, die de verantwoordelijkheid neemt voor dit thema. Diegene moet lef tonen om ook echt naar de processen te kijken en bereid zijn het te hebben over wat schuurt.

Inclusieve werving en selectie

Bij veel NDE-centra en kinderboerderijen zijn de bezoekers divers op allerlei manieren, maar de medewerkers zijn overwegend wit. Aan welke knoppen kan je draaien om je werving en selectieproces inclusiever in te richten? Altintas-Çelik geeft concrete handvaten. Taalgebruik is belangrijk: woorden zoals ‘bruggenbouwer’ of ‘verbinder’ roepen bij mensen vaak meer vragen op dan antwoorden. Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat niet altijd voor een ander. Ook benadrukt ze dat we het beeld los moeten laten dat diversiteit betekent dat je op kwaliteit moet inleveren. Nieuwe perspectieven brengen juist rijkere kennis mee in je organisatie. ‘We kiezen uiteindelijk de beste’, maar waarom zou dat niet iemand kunnen zijn die niet lijkt op wie er al werkt?

Vergroot je kennis en je netwerk

Naast visievorming, inclusief leiderschap tonen en inzetten op werving & selectie zijn er talloze andere stappen die je zelf binnen je organisatie kan nemen. Sarah Herforth nam namens GDO de deelnemers mee in wat zij vanuit hun rol kunnen doen. Allereerst betekent aan de slag gaan soms niet direct actie naar buiten toe ondernemen, maar het kan soms ook betekenen dat je als organisatie eerst zelf wilt leren. Zeker uitgaande van het model van intersectionaliteit: je kan niet in één klap inclusief zijn voor iedereen, maar het is wel belangrijk om te blijven van leren van de diversiteit van mensen om daar naartoe te werken. Denk hierbij aan boeken zoals ‘Hallo witte mensen’ en ‘Het antiracisme handboek’, maar ook aan teamuitjes naar een expositie, of een goed voorbeeld van een collega. Hoe meer je in kaart krijgt welke dimensies van diversiteit er zijn, hoe meer kennis je hebt om als organisatie te kiezen waar je nu én in de toekomst op in wilt zetten.

Ook benadrukt ze het belang van praten met mensen, in plaats van over mensen. Wanneer je steeds naar dezelfde mensen luistert, krijg je steeds dezelfde blik. Durf in gesprek te gaan en nieuwsgierig te zijn. “Ga eens praten in een buurthuis of de bibliotheek. Doe dat niet eenmalig, maar zorg dat je mensen betrokken houdt door ook te vertellen wat je met hun inbreng hebt gedaan. Investeer in relaties opbouwen met de mensen om je organisatie heen.”

Inclusief omgaan met jongeren

Mellani Sanchit, student HRM en medewerker Inclusion Office aan de Haagse Hogeschool nam samen met Soshana Kloos, Community builder bij StudentenStudiezaal, de aanwezigen mee in hoe je inclusief kunt omgaan met jongeren. Sanchit ging aan de hand van dilemma’s in gesprek over stagediscriminatie. In het gesprek werd benadrukt dat actie ondernemen wanneer er discriminatie ontstaat, essentieel is. Of dit nu is door zelf een collega aan te spreken, contact op te nemen met een leidinggevende of een melding doen bij een meldpunt: laat incidenten niet zomaar voorbij gaan. Juist door het gesprek aan te gaan, bewaak je een veilige werksfeer en begrijp je elkaar beter.

Kloos benadrukte ook het gevaar van vooroordelen richting jongeren op gebied van culturele diversiteit. Zo ziet zij veel vooroordelen over thuissituaties van de jongeren die bij haar in de studiezalen in de wijk komen; bijvoorbeeld dat ze allemaal wel niet thuis zullen kunnen studeren omdat ze veel broertjes en zusjes zouden hebben. Maar deze houding van medelijden zorgt er juist voor dat er een aanname wordt gemaakt en dus geen gesprek plaatsvindt. Terwijl dat gesprek juist essentieel is wanneer je werkt met mensen die op welke manier dan ook anders zijn dan jij bent.

Acties en ambities

De deelnemende kinderboerderijen en NDE centra hebben samen een aantal acties opgesteld. Zo gaat vereniging GDO in gesprek met haar leden over diversiteit en inclusie en specifiek over de toegankelijkheid van hun locaties. Samen met vSKBN gaat GDO in gesprek met het beroepsonderwijs om te onderzoeken waar de mogelijke knelpunten zitten in de toestroom van meer diverse leerlingen naar de sector. Ook gaat de afdeling Stadsboerderijen en Milieueducatie Den Haag aan de slag met haar wervingsproces, en zij blijft natuurlijk actief als aanjager op dit thema.

Wil je meer lezen over de sessies en de kennis die de sprekers gedeeld hebben? Lees dit hier in meer detail terug.

Bijeenkomst NDE en burgerschap op school

De concept-doelen voor burgerschap op school zijn recent gepubliceerd. Binnen burgerschap ontwikkelen leerlingen kennis en vaardigheden die ze toepassen op actuele maatschappelijke en planetaire vraagstukken. Voor onze leden organiseren we hierover een online bijeenkomst op 23 mei van 11-12.00 uur.

Tijdens deze sessie verkennen we samen hoe we de relatie zien, t.a.v. onze programma’s zoals schooltuinieren maar ook breder, hoe scholen ernaar kijken en wat we kunnen doen om de koppeling met burgerschap te versterken. Lees concept-kerndoelen voor Burgerschap.

Natuurinclusief

Lees ook het artikel ‘Maak je burgerschapsonderwijs natuurinclusief’ in het magazine van het Expertisecentrum Burgerschap. Een interview met Anna Vanderveen, namens GDO domeintrekker onderwijs bij het Collectief Natuurinclusief.

Aanmelden voor de bijeenkomst NDE en burgerschap kan via dit formulier.

Gemeente Groningen wint Gouden Wortel 2024

Groningen is de winnaar van de Gouden Wortel 2024. De gemeente ontving deze prijs op vrijdag 12 april tijdens de Week van de Schooltuin voor haar jarenlange ondersteuning van het schooltuinieren. De gemeente Schouwen-Duiveland ontving een eervolle vermelding.

De Gouden Wortel en de Week van de Schooltuin zijn in het leven geroepen door de Alliantie Schooltuinen en het voedseleducatie programma Jong Leren Eten. In deze week, van 8 tot en met 12 april zijn de schijnwerpers gezet op het belang van het schooltuinieren, en op gemeenten die het schooltuinieren op een inspirerende manier ondersteunen. De prijs werd uitgereikt aan wethouder Carine Bloemhoff door Arjan Klopstra van de Alliantie Schooltuinen en Karlien Meijer, makelaar Jong Leren Eten.

Vlog

Schooltuinen bestaan in sommige gemeenten al meer dan 100 jaar en ook veel andere gemeenten stimuleren het schooltuinieren. Dit gebeurt op verschillende manieren: door het beschikbaar stellen van grond, materialen, subsidies of met ondersteuning door bijvoorbeeld moestuincoaches en centra voor natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE-centra).

Voor de Gouden Wortel verkiezing 2024 zijn gemeenten opgeroepen een vlog in te sturen over het belang van de schooltuin. “We waren direct onder de indruk van het filmpje van Groningen met een bevlogen schooltuinmeester en de kinderen aan het woord”, aldus Marjan van Creij, van het ministerie van LNV en programma Jong Leren Eten, namens de jury.

Onderdeel van schoolprogramma

Uit het juryrapport: ”Sterk in de aanpak van Groningen is het breed ondersteunen van schooltuinieren met vier schooltuincomplexen waar alle kinderen uit de stad naar toe komen voor natuurlessen, waarbij moestuinieren een onderdeel is van het programma. De kinderen uit groep 6 gaan wekelijks in hun eigen tuintjes aan de slag. Deze aanpak ontzorgt het reguliere onderwijs en de schooltuincomplexen zijn groene paradijsjes in de stad. Wij reiken daarom met veel genoegen de Gouden Wortel 2024 uit aan Groningen.”

Oproep aan wethouders

Carine Bloemhoff, wethouder van de Gemeente Groningen, reageerde blij. “Wij zijn trots dat we deze prijs in ontvangst mogen nemen en we zien het als een aanmoediging en beloning voor het goede werk dat we hier al zo’n 70 jaar verrichten. Het is voor kinderen belangrijk om natuurervaringen op te doen en te leren waar hun voedsel vandaan komt. Bovendien beleven ze enorm veel plezier aan het tuinieren. Daarom zou ik een oproep willen doen aan alle wethouders in Nederland. Wethouders doe je kinderen een plezier; zorg dat ze kunnen tuinieren.”

De wethouder bedankte de medewerkers van het NDE-centrum voor hun enthousiasme. ,,Zij zijn het die het echte werk verrichten.”

Raken aan beleidsdoelen

Behalve de Gouden Wortel kende de jury ook een eervolle vermelding toe aan de gemeente Schouwen-Duiveland. De vlog van Schouwen-Duiveland was een mooie complete oproep waarbij duidelijk werd gemaakt wie allemaal betrokken zijn en waarin goed wordt uitgelegd hoe schooltuinen raken aan de verschillende beleidsdoelen van de gemeente. De schooltuin wordt in Schouwen-Duiveland onder meer gecombineerd met het vergroenen van het schoolplein.

‘Verdienste zit in het netwerk’

Wethouder Ankie Smit van Schouwen-Duiveland “Heel erg bedankt voor deze aanmoedigingsprijs. Wij zijn nog maar net begonnen. Er zijn een paar dingen waar je als wethouder van kunt dromen. Een ervan is dit project dat we eilandbreed kunnen uitrollen. De verdienste zit in het netwerk, het ecosysteem van organisaties die ook deze droom hadden. Ik roep collega-wethouders op om samen met hun groene netwerk aan de slag te gaan. De kinderen zijn de groene beslissers van de toekomst.”

Topervaring

“We merken in het hele land dat de schooltuinbeweging groeit en bloeit. Steeds meer gemeenten zien in dat de schooltuin een goede manier is om kinderen aanraking komen met gezonde voeding, leren over natuur en biodiversiteit en bewegend bezig zijn”, vertelt Arjan Klopstra namens de Alliantie Schooltuinen en Jong Leren Eten. “Niet als extra activiteit maar als onderdeel van de school, waar betekenisvol onderwijs plaatsvindt. Wanneer kinderen leren hoe ze zelf groenten, fruit en bloemen kunnen zaaien, verzorgen en oogsten, wordt hun interesse in gezonde voeding aangewakkerd. Een zelfgeteeld worteltje smaakt toch het lekkerst.”

Jury Gouden Wortel

De jury van de Gouden Wortel 2024 werd gevormd door Marjan van Creij (senior beleidsmedewerker ministerie van LNV en Jong Leren Eten), Ignas van Schaick (EMS, Schooltuinfilm), Irene Harmsen (zelfstandig onderwijsadviseur) en Arjen van Drunen, wethouder van Breda, de gemeente die in 2023 de Gouden Wortel won.

Week van de Schooltuin

In 2022 werd de Gouden Wortel voor het eerst uitgereikt aan de gemeenten Teylingen en Arnhem. In 2023 wonnen Breda en Den Haag. In 2024 deden ruim 85.455 leerlingen mee met de Week van de Schooltuin en de Nationale Buitenlesdag met een centrale rol voor de Grote Pieperles. GDO is mede-initiatiefnemer van de Alliantie Schooltuinen.

Minister Adema van LNV ontvangt Handboek Schooltuinen

Het Handboek Schooltuinen is donderdag 11 april officieel gelanceerd en uitgereikt aan Piet Adema, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. ‘Het helpt echt om al op jonge leeftijd te leren hoe we ons voedsel verbouwen en dat we bewust met ons eten moeten omgaan.’

Minister Adema ontving het boek tijdens de Week van de Schooltuin waaraan 85.455 leerlingen meedoen. Hij onderschrijft het belang van schooltuinieren in het net verschenen handboek: ‘School is voor kinderen heel belangrijk om te leren over gezond en duurzaam eten. Als ze dan ook nog eens met eigen handen in de aarde van een schooltuin kunnen wroeten is dat niet alleen leuk, het helpt ze ook echt om al op jonge leeftijd te leren hoe we ons voedsel verbouwen en dat we bewust met ons eten moeten omgaan.’

Belang van samenwerken

Mede-initiatiefnemers van de Alliantie – Rob Baan (eigenaar Koppert Cress), Hak van Nispen (directeur vereniging GDO/SME) en Jan Dijstelbloem (directeur IVN Natuureducatie) – spraken met de minister over de samenwerking binnen de Alliantie die ervoor zorgt dat er slagkracht is om de missie om elk kind toegang tot een schooltuin te geven in de praktijk gebracht kan worden. LNV is een belangrijke ondersteuningspartner geweest om dit uit te kunnen voeren. De hoop is uitgesproken dat zij dit ook in de toekomst nog willen blijven doen.

Het Handboek Schooltuinen – voor een gezonde en natuurbewuste generatie – is een praktisch voorbeeld waar de samenwerking tussen al die partijen tot kan leiden. Naast het ophalen van bestaande kennis maakt de Alliantie het ook mogelijk dat deze vervolgens ontsloten wordt zodat lokale uitvoerders aan de slag kunnen. 

Ook aan Caroline van der Plas (BBB) werd een exemplaar overhandigd.

Gratis downloaden of bestellen

Wil je zelf aan de slag als school of schooltuinondersteuner? In het Handboek Schooltuinen zijn jarenlange kennis en de ervaring van schooltuinjuffen en -meesters uit het hele land gebundeld. Het boek staat boordevol inspiratie en informatie voor zowel de beginnende schooltuinondersteuner als voor schooltuinorganisaties die op zoek zijn naar vernieuwing en verdieping. Van het realiseren van draagvlak tot een teeltplan met makkelijke schooltuingroenten en een leerzame schooltuinles: na het lezen van dit handboek kent de schooltuin voor jou geen geheimen meer.

Je kunt het boek hier gratis downloaden.
GDO-leden kunnen een gedrukt exemplaar van het boek bestellen voor 25 euro. Vul dit formulier in.

Spreekuur voor gemeenten: Eerste Hulp bij Schooltuinieren

,,Als we met z’n allen gezonder willen worden, moeten we zorgen dat er op veel meer scholen in alle gemeenten schooltuinen komen!” Wethouder Arjan van Drunen van Breda had een belangrijke boodschap voor een gezond Nederland in zijn filmpje waarmee zijn gemeente vorig jaar de Gouden Wortel won.

Wil je als gemeente ook aan de slag en weten hoe je moestuinen bij basisscholen mogelijk maakt? Tijdens de landelijke Week van de Schooltuin wordt op donderdag 11 april speciaal voor gemeenten die hierin een stap willen zetten het online spreekuur ‘Eerste hulp bij schooltuinieren’ gehouden. Van 16.00 tot 17.00 uur wordt informatie gedeeld over wat gemeenten kunnen doen, hoe andere gemeenten dit aanpakken en kun je vragen stellen. Aanmelden kan via dit formulier. Dan ontvang je van tevoren een link.

Gemeentelijke beleidsterreinen

In de schoolmoestuin wordt het zaadje geplant voor een gezonde en natuurbewuste generatie. Het is een ideale  omgeving voor natuur- en duurzaamheidsonderwijs in de praktijk. De schooltuin speelt bovendien een belangrijke rol bij groeiende uitdagingen op het gebied van voedsel en gezondheid, bewegen, klimaat, biodiversiteit en samenleven. En sluit daarmee aan op tal van gemeentelijke beleidsterreinen.

Inspiratie uit andere gemeenten

,,In Breda vinden we schooltuintjes enorm belangrijk, omdat we hiermee kinderen laten zien én beleven waar ons voedsel vandaan komt. Ze kunnen pure smaken proeven en leren hoe je gezond en lekker eten maakt. Kortom: voedselvaardig worden,’’ aldus wethouder Arjan van Drunen. Dit jaar doen zo’n 75.000 leerlingen mee aan de Week van de Schooltuin.

Jaarlijks wordt tijdens deze speciale week de Gouden Wortel uitgereikt aan een gemeente die het schooltuinieren al ondersteunt. De gemeenten Arnhem en Teylingen hebben een prachtig beeldje ontvangen. Vorig jaar was Breda de winnaar en ontving de gemeente Den Haag een eervolle vermelding. Bekijk het filmpje hieronder waarin de Bredase wethouder enthousiast pleitbezorger is voor nog meer schooltuinen.

De initiatiefnemers

De Week van de Schooltuin is een initiatief van Alliantie Schooltuinen en Jong Leren Eten.
De Alliantie Schooltuinen zet zich in om elk kind in de basisschooltijd toegang te geven tot een schooltuin. Zelf zaaien, verzorgen en oogsten van groente en fruit draagt bij aan meer kennis over en betrokkenheid bij voeding en natuur. Een schooltuin is een plek waar alle kinderen tot bloei kunnen komen! Vereniging GDO is partners in de Alliantie, samen met IVN Natuureducatie, Beleef & weet en ondernemers Rob Baan en Simon Groot.

Binnen het Jong Leren Eten programma werken het Rijk, kinderopvang, scholen, lokale overheden en maatschappelijke organisaties samen. Het doel? Kinderen en jongeren in aanraking brengen met kennis en activiteiten over voedsel, zodat ze zelf gezonde én duurzame keuzes kunnen maken.

Schoolpleinen beter vergroenen met wetenschappelijk onderzochte ontwerptool

De nieuwe Groene Schoolpleinen Evaluatie Tool (GSET) van de VU helpt scholen, ontwerpers, hoveniers en begeleiders zoals NDE-centra bij het ontwerpen van groene schoolpleinen, die optimaal de ontwikkeling van kinderen, biodiversiteit en klimaatbestendigheid stimuleren. De tool kan ook worden benut om de kwaliteit van een groen schoolplein te evalueren.

VU-onderzoekers Jolanda Maas en Nicole van den Bogerd deden drie jaar onderzoek naar de schoolpleinen – wetenschappelijk en in de praktijk, ontwikkelden een tool en hebben deze getoetst. NDE-centra uit het GDO-netwerk waren hierbij betrokken vanuit hun praktijkervaring bij het ondersteunen van scholen in de aanleg van groene schoolpleinen en het aanbieden van passende lessen.

Positieve effecten

Steeds meer scholen in Nederland kiezen voor een groen schoolplein. Het groen wordt echter nog niet altijd optimaal ingezet op het schoolplein, wat mogelijk ten koste kan gaan van de positieve effecten. Zo heeft het groen op het schoolplein vaak vooral een esthetische waarde maar kunnen kinderen niet met het groen spelen. Ook wordt soms gekozen voor kunstgras, wat niet bijdraagt aan de biodiversiteit of klimaatbestendigheid. Of er wordt gekozen voor speeltoestellen met een natuurlijk uiterlijk wat in essentie geen betere speelwaarde heeft dan de speeltoestellen van metaal.

Terwijl onderzoek leert dat goede groene schoolpleinen kunnen bijdragen aan de gezonde ontwikkeling en natuurbeleving van kinderen. En bovendien bijdraagt aan de klimaatbestendigheid en biodiversiteit in en rond de school.

Gratis beschikbare tool

De tool met tal van praktische checklijsten en voorbeelden is nu gratis beschikbaar. Download de tool hier.

De GSET bestaat uit de volgende drie producten:

  1. Groene Schoolpleinen Evaluatie Tool: dit product biedt een overzicht van 20 items onderverdeeld in
    5 categorieën die een groen schoolplein zou moeten bezitten om de ontwikkeling van kinderen, biodiversiteit en klimaatbestendigheid te ondersteunen. De GSET kan gebruikt worden:
    a) Ter ondersteuning van het ontwerp van groene schoolpleinen: het kan dienen als richtlijn, checklist of inspiratiebron voor scholen, ontwerpers of andere betrokkenen bij het ontwerpproces.
    b) Bij het evalueren van de mate waarin huidige (groene) schoolpleinen bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen en aan de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van de schoolomgeving.
  2. Wetenschappelijke Onderbouwing Groene Schoolpleinen Evaluatie Tool: in dit product wordt per
    item weergegeven op basis van welke wetenschappelijke literatuur dit item in de GSET is opgenomen. Ook wordt per item beschreven of het item bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen (dit aspect is onderverdeeld de drie categorieën ‘gevarieerde activiteiten en gedrag’, ‘zintuigen en leren met je hele lijf’ en ‘herstel’), biodiversiteit en/ of klimaatbestendigheid.
  3. Inspiratiedocument Groene Schoolpleinen Evaluatie Tool: in dit product zijn per item enkele
    foto’s / voorbeelden te vinden van manieren waarop je dit item kunt toepassen op een schoolplein.

Aan het werk met culturele diversiteit bij NDE-centra en kinderboerderijen

Om te zorgen dat elke leerling en inwoner geïnspireerd kan worden rondom natuur en duurzaamheid in NDE-centra en kinderboerderijen, spelen toegankelijkheid en een inclusieve sfeer een rol. Zo voelt iedereen zich aangesproken en welkom om langs te komen en mee te doen. Culturele diversiteit is één van de dimensies waar je dan over na kunt denken. Hoe werken we samen aan inclusieve kinderboerderijen en NDE-centra?

Samen met de vSKBN (Samenwerkende Kinderboerderijen), Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) en de afdeling Stadsboerderijen en Milieueducatie van de Gemeente Den Haag houden we hierover op 16 april de bijeenkomst: Aan het werk met culturele diversiteit bij kinderboerderijen en NDE centra. Deze vindt plaats van 13.00-17.00 uur in de Haagse Lobby, Bibliotheek, Spui 68 in Den Haag.

Voor wie organiseren we deze bijeenkomst?

  • Medewerkers kinderboerderijen en milieueducatie afdelingen/ natuur- en duurzaamheidscentra.
  • Medewerkers die binnen kinderboerderij en het NDE centrum de werving en selectie verzorgen.
  • Vertegenwoordigers van het (MBO) opleidingen die aansluiten bij het werken op kinderboerderijen / NDE centra.
  • Mensen uit de sectoren die iets in beweging willen zetten op dit gebied.

Belangrijk is de motivatie om mee te praten, te luisteren en de intentie om met opgedane kennis en ervaringen op je eigen (werk)plek iets in beweging te zetten.

Hier vind je meer informatie en kun je je aanmelden.

Kabinet omarmt ambities voor natuurinclusief onderwijs

Het Collectief Natuurinclusief werkt middels tien domeinen aan een natuurinclusieve samenleving. In de Agenda 2.0. staan de ambities en actielijnen voor elk domein. Christianne van der Wal-Zeggelink, demissionair minister voor Natuur en Stikstof, stuurde op 1 maart de kabinetsreactie op deze Agenda naar de Tweede Kamer. In deze kamerbrief wordt aangegeven in hoeverre het kabinet de ambities en acties uit de Agenda onderschrijft en in hoeverre vanuit het Rijk hieraan beleidsmatig wordt bijgedragen. Hoe kijkt het kabinet naar natuurinclusief onderwijs?

Onderwijs als logische plek voor natuurinclusief leren

Natuur en biodiversiteit zijn de basis van ons bestaan. Als je ergens meer over leert, krijg je ook de kennis en vaardigheden om er wat mee te doen. Daarom is het onderwijs een logisch domein om aan natuurinclusiviteit te werken, stelt ook demissionair minister Van der Wal-Zeggelink: ‘Natuurinclusief leren is belangrijk voor een duurzame toekomst’. De ministeries OCW en LNV ’omarmen dan ook de onderwijsambities die in de Agenda staan.’ Een mooie opsteker voor GDO en SME die als actieve partners in het Collectief werken aan de borging van natuurinclusief onderwijs.

Natuurinclusief leren kan integraal middels de Whole School Approach

De Agenda 2.0 werkt met vijf verschillende ambities en actielijnen, zoals een natuurinclusieve schoolomgeving en een ondersteuningsstructuur voor het onderwijs. Om ervoor te zorgen dat de verschillende dimensies van de opgave rondom natuurinclusiviteit en de verschillende rollen voor het onderwijs hierin een rol krijgen binnen het onderwijs, erkennen de ministeries de rol die de Whole School Approach (WSA) hierin kan spelen. De Whole School Approach is een integrale kijk op verduurzaming van scholen waarbij aan de hand van vijf bloembladen de hele school betrokken raakt bij duurzaamheid.

GDO werkt samen met partner SME en andere organisaties zoals Leren voor Morgen al langer samen aan de WSA als tool om scholen op weg te helpen bij de verschillende dimensies waarbinnen zij aan duurzaamheid kunnen werken. Zo werken we met de NDE-centra aan een lokale ondersteuningsstructuur, waarbij zij als partner de school begeleiden met de WSA. Deze theorie leent zich uitstekend om ook natuurinclusiviteit een passende rol te geven in het onderwijs.

Samenwerking tussen lopende programma’s en initiatieven: we doen het samen!

Er gebeurt al van alles op het gebied van natuurinclusief onderwijs en talloze organisaties voelen hier energie op. Deze al bestaande activiteiten vullen elkaar aan. Daarom is in de Agenda 2.0 opgenomen dat integratie en borging in het onderwijs een belangrijk punt is en de volgende te nemen stap. Ook het kabinet ziet het belang hiervan in en stelt in zijn reactie dat het van belang is dat initiatieven aansluiten bij al bestaande overheidsprogramma’s en beleidsontwikkelingen. Op deze manier leren de partijen die hiermee bezig zijn elkaar kennen, wordt er geen dubbel werk gedaan en voeren we samen als collectief acties uit die leiden tot natuurinclusief onderwijs.

Scholen werken vanuit hun kerndoelen aan natuurinclusief onderwijs

Het kabinet stelt in zijn reactie dat scholen in eerste instantie werken aan de wettelijke opdracht die zij hebben. De onderwerpen in de Agenda Natuurinclusief 2.0. sluiten volgens hen aan bij een aantal leergebieden uit het landelijke curriculum. Ook wij zien vanuit het domein Onderwijs veel aanknopingspunten voor scholen om binnen die wettelijke opdracht aan natuurinclusiviteit te werken. Het hoeft geen extraatje erbovenop te zijn: het past juist bínnen het onderwijs!

Een duidelijk voorbeeld daarvan is de herziening van de kerndoelen voor burgerschap. In de conceptversie hiervan die vorige week gepubliceerd is, staat dat leerlingen niet alleen bezig zouden moeten zijn met hun relatie tot de maatschappij en andere mensen, maar ook om de planeet en de relatie tussen mens en ecosysteem. Er zijn dus volop mogelijkheden om aan te sluiten binnen de (nieuwe) kerndoelen en eindtermen.

Doe mee!

Deze kabinetsreactie schetst het enthousiasme van het kabinet en de kansen die zij zien om de Agenda 2.0. zo goed mogelijk uit te voeren. Zij geeft nog wel mee dat draagvlak en een actieve houding nodig is om dit te kunnen doen. GDO en SME werken als actieve partner in het Collectief verder aan de borging van natuurinclusief onderwijs. Organisaties, initiatieven en andere geïnteresseerden in natuurinclusief onderwijs zijn van harte welkom om aan te haken bij het Collectief en te onderzoeken hoe zij kunnen bijdragen aan de Agenda 2.0. Meer informatie vind je hier.

Whole School Approach: van theorie naar praktijk

Zoals de bomen hun bladeren verloren, zo pelden wij de afgelopen herfst en wintermaanden ook de bladen van de Whole School Approach af: ieder bloemblad hebben we behandeld. Los van elkaar, maar ook steeds in brede context tot elkaar. Dat maakt de WSA namelijk zo sterk: een focus op alle domeinen van de school die van invloed zijn op het leren, maar altijd in onderlinge samenhang met elkaar. Hoe vertaalden we deze theorie tot de praktijk? En wat leren we hiervan voor de verdere toepassing van de WSA op lokale context?

Casussen uit de praktijk brengen ons verder

Binnen dit leertraject wordt niet enkel geleerd vanuit de theorie zoals over duurzaamheidscompetenties of tijdens een gastles door prof.dr. Arjen Wals. Maar we leren ook uit de praktijk én van elkaar; de eigen NDE praktijk dus. Want dat er kansen en mogelijkheden liggen om vanuit NDE de scholen een stap verder te helpen verduurzamen, dat bewijzen allerlei collega’s uit het GDO netwerk al met diverse voorbeelden.

We lieten ons inspireren op bezoek bij Natuurstad Arnhem door de opzet van hun DAS-project, de Duurzame Arnhemse Scholen. DAS helpt scholen om duurzame thema’s een vaste, terugkerende plek te geven in het curriculum, en niet alleen als project voorbij te komen. Zij ondersteunen en ontzorgen scholen daarin door aanbod te verzamelen en aansluiting te zoeken bij de kerndoelen in het curriculum. Ook inspireerde CNME Maastricht met hun opzet van SPARK Zuid, een initiatief om samen te werken met verschillende partijen in de omgeving van de scholen. Van de NDE-hub in Natuurmuseum Brabant herkenden we de zoektocht hoe we het beste een school kunnen stimuleren zonder te overvragen. Wat is die gepaste stimulans, die uitnodigende vraag? Hoe sturen we op duurzame ontwikkeling in een context waarbij de tijd van scholen maar beperkt is?

Ook gebouw en bedrijfsvoering

Ook onze onderwijspartners hielpen ons op weg, zo zagen we bij Yuverta Tilburg hoe zij de WSA opvatten en hoe ze daar vorm aan geven in de school. Zij lichtten hun uitdagingen toe, en lieten ons ervaren hoe zij het gebouw, ondanks dat het een huur locatie is, optimaal duurzaamheid kunnen laten ademen. Van buiten verwacht je het niet maar van binnen ervaar je de school als zorgvuldig en zichtbaar duurzaam ingericht: van tweedehands treinbanken als zitplekken (leuk knipoog naar de Spoorzone waar de school in zit); de tweedehands kasjes als kleine ontmoetingsplekken, tot aan het vele groen. 

Bij het behandelen van het bloemblad Gebouw en Bedrijfsvoering hadden we in de ochtend al even stilgestaan bij het spanningsveld tussen de voetafdruk van de school en de educatieve waarde van de inrichting van het gebouw. Dat zagen we ook hier terug in de mooie wormenbak… met de grote sticker ”niet voeren”. In de praktijk bleek het groen afval dat gegeven werd door medewerkers en studenten toch niet altijd even groen/goed te zijn.

Pak de ruimte die er is

Een van de belangrijkste lessen die we meenemen is, dat we niet alles weten. Dat brengt onzekerheid met zich mee. Maar een terugkerend inzicht is de kracht van vragen stellen, om zo het denken te stimuleren en gezamenlijk te verkennen waar de kansen en mogelijkheden liggen. De WSA-theorie kan al snel als groot en complex voelen, iets wat ver af kan staan van hoe een school in de praktijk werkt. Maar op elke school is ruimte om aan de slag te gaan met verduurzaming: of deze nu in het curriculum zit, in andere didactiek of in een onderdeel van de bedrijfsvoering verduurzamen.

Behoefte bij scholen is er

NDE-centra kunnen scholen helpen om die ruimte te verkennen en op maat vragen en advies te bieden. En die behoefte is er bij scholen, zo blijkt ook uit dit onderzoek van SME en Leren voor Morgen. Hieruit blijkt dat er meer ruimte is op scholen voor verduurzaming dan vaak gesteld wordt, en tegelijkertijd is de motivatie bij onderwijsprofessionals hoog om hier aan te werken. Dat is waar het NDE-centrum een essentiële rol speelt ten aanzien de WSA: om scholen te helpen om de ruimte te identificeren en concrete acties op te zetten om te beginnen.

Een lerend netwerk

Deze winter gebruiken we om te leren, uit te wisselen en in de lente uit te groeien tot een lerend netwerk. Daar hebben we in Tilburg ook eerste concrete stappen in gezet: waar liggen onze sterken kanten, waar krijgen we energie  van, wat is onze droom en wat hebben we nodig? We weten elkaar al te vinden, maar hoe houden we dit vast? In de laatste bijeenkomst gaan we hier op in.

Maar ook in de luwte van de winter, borrelt er van alles ondergronds dat op krachten komt en in de lente tot bloei zal komen. De basis ligt er voor een netwerk waar we leren van elkaar, tijd en ruimte maken voor elkaars vragen en ideeën, en we zijn benieuwd hoe dit er de komende tijd verder uit gaat zien.

Benieuwd naar meer? Als NDE-centrum en als school kan je zelf al veel leren over de WSA en jouw rol hierin. Lees hier het vorige artikel over het WSA leertraject. Lees hier het onderzoek over duurzaamheid in het onderwijs van SME en Leren voor Morgen.

In april werd het leertraject afgerond met een feestelijk moment. Gefeliciteerd!

Verdient jouw schooltuinvriendelijke gemeente de Gouden Wortel 2024?

Gemeenten ondersteunen het schooltuinieren op verschillende manieren. Om hen in het zonnetje te zetten en als waardering voor de – vaak jarenlange – ondersteuning én als inspiratie voor andere gemeenten, reiken de Alliantie Schooltuinen en Jong Leren Eten jaarlijks de Gouden Wortel uit. Dat gebeurt tijdens de Week van de Schooltuin van 8 tot en met 12 april 2024.

Ambtenaren, schooltuin-ondersteuners (NME-centra, moestuincoaches) en scholen kunnen hun gemeente nomineren. Dat kan door een enthousiaste vlog van maximaal 3 minuten in te sturen voor 24 maart. Lees hier de spelregels.

Week van de Schooltuin

De uitreiking vindt plaats tijdens de Week van de Schooltuin van 8 tot en met 12 april. Dit jaar wordt gratis de Grote Pieperlesbrief aangeboden, een activiteit voor scholen met en zonder schooltuin. Samen met leerkrachten en ondersteuners zetten we in die week de schijnwerpers op het belang van schooltuinieren. We laten zien hoe schooltuinieren bijdraagt aan de ontwikkeling van het kind, het leren, het samenwerken en gezond leren eten. In de schooltuin leren kinderen immers met hun hoofd, hart en handen.

11 april: Eerste Hulp bij Schooltuinieren

Wil je als gemeente meer weten over het mogelijk maken van schooltuinieren? In de Week van de Schooltuin kun je hiervoor het online inspiratieuur Eerste Hulp bij Schooltuinieren volgen op donderdag 11 april van 16.00 tot 17.00 uur. Aanmelden kan via het formulier op deze pagina.

Inspiratie

In 2022 wonnen de gemeenten Teylingen en Arnhem een Gouden Wortel. Vorig jaar ging de gemeente Breda er met de prijs vandoor. Wethouder Arjen van Drunen (Gezondheid en Onderwijs) was er maar wat blij mee. Bekijk ter inspiratie hieronder de winnende video.