De nieuwste editie van De Staat van het Duurzaam Onderwijs 2026, vandaag gepresenteerd door Leren voor Morgen, laat zien dat duurzaam onderwijs en natuur- en duurzaamheidseducatie volop in ontwikkeling zijn. Binnen het netwerk van Vereniging GDO herkennen we dat beeld.
Tegelijkertijd bevestigt het rapport ook een hardnekkige realiteit: duurzaam onderwijs is nog te vaak afhankelijk van losse projecten en bevlogen individuen. Dat maakt het kwetsbaar.
Bekijk hier het hele rapport op de website van Leren voor Morgen
Juist daarom blijft structurele ondersteuning van scholen nodig. Niet alleen via tijdelijke projecten, maar door te investeren in een sterke lokale infrastructuur: plekken, professionals en netwerken in de directe omgeving van de school.
Die infrastructuur is geen randvoorwaarde, maar een wezenlijk onderdeel van duurzaam onderwijs. Zonder die basis blijft het moeilijk om duurzaam onderwijs blijvend te verankeren in de praktijk.
De kracht van lokale leeromgevingen
Natuur- en duurzaamheidseducatie wint aan kracht wanneer scholen kunnen samenwerken met partners in hun omgeving en wanneer leren verbonden wordt met de leefwereld van kinderen en jongeren.
ondersteunen scholen bij het vormgeven van onderwijs;
verbinden onderwijs met maatschappelijke en gemeentelijke opgaven;
bieden rijke leeromgevingen waar leerlingen kunnen ervaren, onderzoeken en ontdekken.
Op deze plekken leren kinderen niet alleen over natuur, duurzaamheid en samenleving, maar juist in en met de praktijk. Daarmee dragen ze direct bij aan het behalen van kerndoelen en aan betekenisvol onderwijs.
Structureel investeren in wat werkt
Duurzaam onderwijs is geen extraatje, maar een essentieel onderdeel van goed onderwijs en van gezond, toekomstgericht opgroeien. Dat vraagt om meer dan ambities en incidentele subsidies.
Het vraagt om structurele investeringen in lokale leer-ecosystemen rond kinderen en jongeren, en om duurzame samenwerking tussen scholen, gemeenten en lokale partners.
Samen met gemeenten en NDE-organisaties in ons netwerk blijft Vereniging GDO zich hiervoor inzetten.
De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Dat vraagt om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs.
Vandaag gingen we in gesprek met Carola Rijpkema die vertelt over de derde sessie.
Wie is de deelnemer?
Carola Rijpkema werkt sinds twee jaar bij Het Groene Huis in Amersfoort. Binnen Het Groene Huis combineert zij haar rol in het team educatie samen met de verantwoordelijkheid voor de inrichting van het bezoekerscentrum. Zij houdt zich bezig met het contact met basisscholen én met de vraag wat bezoekers ervaren zodra zij het gebouw binnenkomen: welke verhalen worden hier verteld en hoe natuur, duurzaamheid en educatie elkaar versterken.
In haar loopbaan zie je duidelijk dat natuur en onderwijs steevast een duidelijke rol innemen. Zo volgde Carola de opleiding Tuin- en Landschapsinrichting aan Hogeschool Larenstein en werkte jarenlang als ontwerper aan de inrichting van de openbare ruimte. Na de kredietcrisis/bankencrisis maakte zij een bewuste omslag. Ondertussen had ze de pabo gevolgd en afgerond, tijdens de avonduren. In de natuur- en duurzaamheidseducatie vond zij die twee werelden terug. Eerst werkte zij acht jaar bij De Hortus in Harderwijk voordat zij de overstap maakte naar Het Groene Huis.
Ook persoonlijk is Carola sterk verbonden met de natuur. Zij groeide op op een boerderij en woont nu met haar gezin in Leusden. In haar vrije tijd wandelt zij veel en is zij graag bezig in haar tuin.
“Soms kijk ik bijna de bollen uit de grond, maar juist dat wachten maakt het mooi. Ik geniet van de wisseling van de seizoenen, en die laat ook zien hoe afhankelijk we daarvan zijn. Dat is iets fundamenteels; in het leven, maar net zo goed in leren en ontwikkelen.”
Die houding klinkt door in haar werk: onderwijs en educatie vragen volgens haar om aandacht, tijd en ruimte om te groeien.
De leervraag van het leertraject
De aanleiding voor deelname aan het GDO-leertraject ligt in een kantelmoment binnen Het Groene Huis. Het educatieteam is de afgelopen jaren vernieuwd: collega’s zijn met pensioen gegaan en nieuwe teamleden zijn ingestapt. Dat bood ruimte om niet alleen het aanbod, maar ook de rol van de NDE-organisatie opnieuw te bekijken.
Carola ziet dat Het Groene Huis traditioneel vooral opereert als aanbieder van educatieve activiteiten. Hoewel er naar aanbod van derden wordt doorverwezen, blijft dat vaak beperkt tot een praktische doorgeefrol. De ambitie is om door te groeien naar een gesprekspartner voor scholen: een organisatie die meedenkt over onderwijsontwikkeling, visie en de plek van natuur en duurzaamheid binnen het curriculum.
Daarbij speelt voor Het Groene Huis sterk de wens om de basis nog beter op orde te brengen. Het educatieve aanbod is lange tijd weinig veranderd. Hoewel er al is geschrapt, is er nog beperkt vernieuwd. Voor Carola betekent dit dat er eerst gewerkt moet worden aan meer samenhang en duidelijke leerlijnen in het aanbod. Pas wanneer die basis staat, ontstaat er ruimte om richting scholen een sterker en overtuigender verhaal te voeren. Zo gaat het niet alleen over losse activiteiten, maar over hoe natuur- en duurzaamheidseducatie structureel kan bijdragen aan het onderwijs.
Sessie 3 sprong er voor Carola duidelijk uit. Het thema breed vormend onderwijs sloot sterk aan bij haar eigen overtuiging dat leren meer is dan kennisoverdracht alleen. Onderwijs zou ook ruimte moeten bieden aan persoonlijke ontwikkeling, burgerschap en verbondenheid met de wereld.
Het praktijkgerichte karakter van deze sessie maakte het verschil. In rollenspellen werd gewerkt met verschillende perspectieven binnen scholen: van directie en leerkrachten tot ondersteunend personeel. Voor Carola werd daarmee scherp zichtbaar hoe verschillende belangen samenkomen in onderwijskeuzes. Maar ook hoe belangrijk het is om die dynamiek te begrijpen als NDE-centrum.
Die ervaring herkent Carola uit haar dagelijkse praktijk. In gesprekken met scholen zit zij meestal met één gesprekspartner aan tafel, vaak een directeur of een leerkracht. Tijdens de sessie werd juist zichtbaar hoeveel verschillende rollen en belangen binnen een school een rol spelen bij keuzes rond natuur- en duurzaamheidseducatie. Dat inzicht helpt haar om gesprekken met scholen anders te voeren: met meer oog voor wie er aan tafel zit, welke belangen meespelen en waar ruimte zit om het gesprek te verdiepen.
Betekenis voor de NDE-sector
Volgens Carola staat de NDE-sector als geheel voor vergelijkbare vraagstukken. Veel centra zoeken naar hun positie: hoe vernieuw je je aanbod, hoe maak je je relevant voor scholen en hoe word je een vanzelfsprekende partner in onderwijsontwikkeling?
Een belangrijke uitdaging is dat natuur en duurzaamheid binnen het onderwijs vaak afhankelijk blijven van individuele kartrekkers. Terwijl het idealiter een vanzelfsprekend onderdeel zou moeten zijn van het onderwijs, vergelijkbaar met sport of cultuur. NDE-centra kunnen hierin een verbindende rol spelen, mits zij beschikken over een helder profiel en een sterk, gedeeld verhaal.
De kracht van het leertraject zit voor Carola niet alleen in kennis en modellen, maar vooral in de ontmoeting met andere NDE-centra. Het herkennen van elkaars vragen, het uitwisselen van ervaringen en het samen reflecteren helpt om het eigen proces te versnellen.
Voor Het Groene Huis betekent dit werken aan een duidelijke koers voor de komende jaren: met prioriteiten, ruimte voor vernieuwing en een gelijkwaardig gesprek met scholen. Voor de sector als geheel ziet Carola vooral kansen om, stap voor stap, te bouwen aan duurzame relaties, waarin onderwijs en natuur elkaar versterken.
Nieuwe inschrijvingen
In september 2026 starten we een nieuwe ronde van dit leertraject. Op maandag 18 mei organiseren we een online informatiesessie hierover. Heb je hier interesse in? Stuur een mail naar Simone: s.kleinhout@vereniginggdo.nl.
Heb je interesse in het leertraject? Meld je dan aan via dit formulier:
Van groene ambities naar groene tuinen – de kracht van langdurige bewonersparticipatie.
Een nieuwbouwwijk wordt opgeleverd met groene ambities: klimaatadaptief, natuurinclusief en biodivers. Maar een paar jaar later liggen veel tuinen alsnog vol tegels. Een herkenbaar probleem in gebiedsontwikkeling. Hoe zorg je ervoor dat groene plannen niet alleen op de tekentafel blijven bestaan, maar ook terugkomen in het dagelijks gedrag van bewoners?
Die vraag staat centraal in de nieuwe publicatie van Platform KAN, KAN staat voor klimaatadaptief bouwen, mét de natuur. De nieuwe publicatie is een Verleidingenwaaier voor groene tuinen. In deze waaier delen ontwikkelaars, ontwerpers en gedragsdeskundigen hun ervaringen met het stimuleren van natuurinclusieve tuinen.
De publicatie maakt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is. In een gemiddelde woonwijk bestaat ongeveer een derde van de oppervlakte uit privétuinen. Daarmee hebben bewoners een grote invloed op hoeveel groen er uiteindelijk in een wijk aanwezig is. Wie natuurinclusief wil bouwen, kan deze ruimte dus niet negeren.
Groene ambities versus dagelijkse praktijk
In veel nieuwbouwwijken wordt vanaf het begin nagedacht over klimaatadaptatie en biodiversiteit. Ontwerpers maken plannen voor groene straten, wateropvang en natuurinclusieve bouw. Toch blijkt in de praktijk dat het uiteindelijke resultaat vaak anders uitpakt. Bewoners kiezen na oplevering voor onderhoudsarme tuinen met tegels en schuttingen.
Dat laat zien dat natuurinclusief bouwen niet alleen een ontwerpvraagstuk is. Uiteindelijk bepalen bewoners wat er met hun tuin gebeurt.
Daarmee ontstaat een belangrijke vraag voor ontwikkelaars en gemeenten: wie helpt bewoners om hun tuin daadwerkelijk groen te maken en te houden? En wie blijft dat doen als het bouwproject al lang is afgerond?
De bijdrage van Vereniging GDO aan de Verleidingenwaaier
In de Verleidingenwaaier levert Katinka Schlette namens Vereniging GDO een bijdrage over het belang van langdurige bewonersparticipatie. De kern van die bijdrage is dat vergroening niet werkt als een eenmalige interventie. Een inspiratiesessie of een flyer kan een eerste stap zijn, maar duurzame verandering ontstaat vooral wanneer bewoners langdurig betrokken blijven bij hun leefomgeving.
“Groene tuinen ontstaan niet alleen op de tekentafel, maar vooral in de hoofden en harten van bewoners.”
Dat betekent dat bewoners al vanaf de planfase betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van een wijk en dat participatie ook na oplevering moet doorlopen. Juist in die fase kan ondersteuning, ontmoeting en gezamenlijke activiteit ervoor zorgen dat groene plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd en onderhouden.
Vergroening blijkt daarmee niet alleen een ruimtelijke opgave, maar ook een sociale.
NDE-organisaties als verbindende partner
Hier ligt een duidelijke rol voor NDE-organisaties. Zij zijn gewend om bewoners te informeren, te activeren en met elkaar te verbinden rond thema’s als natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie.
Voor projectontwikkelaars en gemeenten kunnen NDE-organisaties een belangrijke schakel zijn tussen plannen en praktijk. Ze kunnen bewoners helpen om groene ideeën te vertalen naar concrete stappen in hun eigen tuin en bijdragen aan communityvorming rond groen in de wijk.
Een belangrijk voordeel is dat deze organisaties lokaal geworteld zijn. Waar projectontwikkelaars na oplevering vaak vertrekken, blijven NDE-organisaties juist aanwezig. Ze kennen de lokale context, hebben vaak een fysieke ontmoetingsplek en beschikken over ervaring met participatie en educatie. Daardoor kunnen zij bewoners ook op langere termijn blijven ondersteunen.
Praktijkvoorbeeld: Maanwijk in Leusden
Hoe dat er in de praktijk uitziet, laat de wijk Maanwijk in Leusden zien. Hier werkte projectontwikkelaar Heijmans samen met de lokale NDE-organisatie De Groene Belevenis.
In het participatietraject Groen & Ontmoeten in Maanwijk werden toekomstige bewoners al in de plan- en ontwerpfase betrokken bij de inrichting van de groene buitenruimte. Tijdens inspiratiesessies konden bewoners ideeën aandragen voor tuinen en gezamenlijke groene zones. Deze ideeën zijn samen met ontwerpers verwerkt in de plannen voor de wijk.
De betrokkenheid van De Groene Belevenis stopte niet bij het ontwerp. Ook na oplevering van de wijk bleef de organisatie activiteiten organiseren en bewoners ondersteunen. Daardoor bleef het gesprek over groen in de wijk doorgaan en werd de groene ambitie van het project verder versterkt.
Dit soort voorbeelden laten zien hoe educatie, participatie en lokale begeleiding samen kunnen bijdragen aan natuurinclusieve gebiedsontwikkeling.
foto: Heijmans
Kansen voor ons netwerk
De Verleidingenwaaier maakt duidelijk dat vergroening van tuinen niet vanzelf ontstaat. Het vraagt om een strategie waarin ontwerp, communicatie en gedragsverandering samenkomen.
Voor gemeenten betekent dat dat het waardevol kan zijn om NDE-organisaties al vroeg te betrekken bij gebiedsontwikkelingen. Voor NDE-organisaties zelf ligt er een kans om hun rol verder te ontwikkelen als partner voor projectontwikkelaars en woningcorporaties, bijvoorbeeld op het gebied van communityvorming, participatie en langdurige begeleiding van bewoners.
Groene tuinen ontstaan immers niet alleen op de tekentafel, maar vooral in de hoofden en harten van bewoners. Juist daar ligt de expertise van NDE-organisaties.
Meer weten?
De Verleidingenwaaier voor groene tuinen van Platform KAN biedt veel praktische inspiratie voor iedereen die werkt aan natuurinclusieve gebiedsontwikkeling.
Werk jij als NDE-organisatie al samen met projectontwikkelaars, gemeenten of woningcorporaties aan groene wijken? Of heb je voorbeelden van langdurige bewonersparticipatie? Deel je ervaringen met het netwerk via info@vereniginggdo.nl. Zo kunnen we kennis en praktijkvoorbeelden binnen het netwerk blijven uitwisselen.
De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol richting het onderwijs. Vandaag gingen we in gesprek met Janneke Donkers die vertelt over de tweede kennissessie.
Wie is de deelnemer?
Janneke Donkers is directeur van NME Schouwen-Duiveland, een centrum dat midden in de Schouwen-Duivelandse gemeenschap staat. Ze begon ooit als coördinator, maar groeide door naar de directeursrol, toen de organisatie zich de afgelopen jaren flink ontwikkelde. Met een team van zeven medewerkers werkt ze aan educatie, vergroening en verbinding op heel Schouwen-Duiveland.
Ze woont zelf op Noord-Beveland, samen met haar gezin en houdt van wandelen met haar twee husky’s. Dagelijks reist ze over de Zeelandbrug over de prachtige Oosterschelde naar haar werk op “volgens mij het mooiste eiland van Nederland”, zoals ze het zelf noemt. Het lokale karakter van het eiland, waar mensen willen bijdragen aan de gemeenschap en vaak meerdere rollen hebben, van leerkracht tot vrijwilliger, maakt het werk voor haar extra betekenisvol.
Janneke Donkers tijdens een van haar wandelingen.
De leervraag van het leertraject
Voor Janneke en haar team kwam het leertraject precies op het juiste moment. Het centrum groeide de afgelopen jaren snel door een stevig businessplan: van leskisten en gastlessen naar grote projecten zoals de ambitie; Elk kind dat op Schouwen-Duiveland opgroeit kan leren en spelen in het groen. Een groen schoolplein, toegang tot een moestuin en bijpassende educatie.
Die groei zorgde voor nieuwe rollen en verwachtingen. Waar ze vroeger vooral aanbieder waren, schuiven zij nu op richting gesprekspartner, verbinder en projectleider. Janneke ziet het als een overgang van een pioniersfase naar een bestendige fase: “We hebben heel hard gewerkt aan groei, maar nu staan we op een punt dat we onze inhoudelijke visie moeten versterken. Waar werken we eigenlijk naartoe, waar willen we zijn en wie willen we zijn?”
Haar belangrijkste leervraag: hoe breek je los uit de waan van de dag? Hoe creëer je ruimte om te vertragen, te reflecteren en een heldere visie te ontwikkelen voor de komende jaren? Het leertraject biedt haar team de taal, structuur en tijd om dat te doen. En ze geeft lachend toe: ‘Het is ook een goede stok achter de deur, om er echt mee bezig te zijn.”.
Sessie #2: Deepdive WSA
De sessie van Arjen Wals over de Whole School Approach voelde als een puzzelstuk dat precies op zijn plek viel. Janneke volgde de online sessie niet alleen, maar nam haar hele team mee: “Het is zonde als je het uit tweede hand moet overbrengen.” Samen luisterden ze naar een toegankelijke, inspirerende presentatie over de geschiedenis van NME en de toepassingen van bloembladvorm van de Whole School Approach.
Een visualisatie van de Whole School Approach (WSA).
Voor Janneke werd het vooral inzichtelijk hoe hun verschillende rollen; aanbieder, gesprekspartner, verbinder terugkomen in de aanpak. De koppeling tussen die rollen en de ‘bloemblaadjes’ van de Whole School Approach zorgde voor herkenning en verdieping.
Een belangrijk aha-moment ontstond toen ze besefte hoe sterk de aanpak past bij de schaal en structuur van een eiland. Ze vroeg Wals of je, wanneer je de cirkel rond een school maar groot genoeg maakt, uiteindelijk uitkomt op een Whole Island Approach. Zijn bevestiging inspireerde haar: “Als je al die scholen en hun communities verbindt, werk je eigenlijk aan een Whole Region Approach. Dat past precies bij wie wij zijn.”
Daarnaast zag het team ineens scherper wat ze allemaal al doen. Van samenwerkingsprojecten met en bedrijven tot impactweken met leerlingen van het Voortgezet Onderwijs. De sessie hielp om die losse initiatieven te plaatsen binnen een groter geheel en ze strategischer te benutten.
Team Wijktuin van NME Schouwen-Duiveland.
Betekenis voor de NDE-sector
Het verhaal van Janneke laat zien waar de hele sector staat: midden in een transformatie. Veel centra schuiven van aanbieder naar een bredere, rol, waarin ze verbinden, adviseren en samenwerken met lokale partners.
De gezamenlijke taal van het leertraject helpt daarbij enorm. “Vorig jaar had niemand het over rollen als verbinder of gesprekspartner. Nu weten collega’s precies wat je bedoelt.” Die gedeelde taal versnelt samenwerking, versterkt de positie van centra en maakt duidelijk dat NDE veel meer is dan leskisten en gastlessen.
Voor de sector betekent dit leertraject bovendien een impuls richting toekomstbestendigheid. Janneke noemt het een vorm van levenslang leren voor organisaties zelf: “De wereld staat niet stil, dus wij kunnen ook niet stilstaan. Als we blijven doen wat we altijd deden, houden we ook wat we altijd hadden.”
De sessie met Arjen Wals gaf haar en haar team richting, inspiratie en een nieuwe manier om hun eilandsbrede werk te zien: niet als losse projecten, maar als een samenhangende beweging richting een groene, verbonden regio. Een perspectief dat niet alleen hun eigen centrum vooruithelpt, maar ook waardevol is voor andere NDE-professionals in vergelijkbare transities.
Nieuwe inschrijvingen
In september 2026 starten we een nieuwe ronde van dit leertraject. In april en mei organiseren we 2 keer een online informatiesessie hierover. Heb je hier interesse in? Stuur een mail naar Simone: s.kleinhout@vereniginggdo.nl.
Heb je interesse in het leertraject? Meld je dan aan via dit formulier:
We kijken met veel enthousiasme terug op de landelijke conferentie Natuur als Rijke Leeromgeving – van visie naar praktijk. Op vrijdag 23 januari kwamen onderwijsprofessionals, gemeenten en natuur- en duurzaamheidseducatieve organisaties uit het hele land samen bij Natuurcentrum Arnhem. In het Safari Meeting Centre van Koninklijke Burgers’ Zoo zagen we hoe leren in en met de natuur raakt, inspireert en bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen en professionals.
Verwondering die blijft hangen
De meest indringende momenten van de dag kwamen van de kinderen zelf. Arnhemse leerlingen vertelden op het podium over hun ervaringen met buiten leren, onder andere in het project Rijnreizigers. Over wat ze zagen, voelden en ontdekten, maar vooral hoe die ervaringen zijn bijgebleven.
Zo vertelde Giowyn (11):
“Ik zag de zon door de takken schijnen. Dat vond ik zó mooi dat ik er kriebels van in mijn buik kreeg.”
Pim (11) voegde daaraan toe:
“Ik leerde woorden die ik nog nooit had gehoord, zoals fotosynthese. Dat wist mijn opa niet eens.”
Hun verhalen maakten direct duidelijk: leren in de natuur wekt verwondering en nieuwsgierigheid, nodigt uit tot bewegen en samenwerken en maakt leren betekenisvol. Het is leren dat je niet alleen begrijpt, maar ook beleeft.
Geen extraatje, maar een basis
Wat deze conferentie vooral liet zien: dit soort ervaringen ontstaan niet vanzelf. Ze vragen om bewuste keuzes en om structurele samenwerking tussen scholen, gemeenten en maatschappelijke partners. Net zoals we dat in Nederland gewend zijn rond sport en cultuur. Geen extraatje, maar een basis
Voor ons netwerk is dit natuurlijk een herkenbare boodschap. Wij zien natuur- en duurzaamheidseducatie niet als een losse activiteit, maar een volwaardig onderdeel van goed onderwijs en brede ontwikkeling. Juist door natuur als vertrekpunt te nemen, ontstaat onderwijs dat bijdraagt aan gezondheid, kansengelijkheid en betrokkenheid.
Arnhem als inspirerend voorbeeld
Dat de conferentie in Arnhem plaatsvond, was geen toeval. In Arnhem, de Onderwijsstad van 2026, werken scholen, gemeente en partners al jarenlang samen aan een leeromgeving waarin natuur een vanzelfsprekende plek heeft. De praktijkvoorbeelden lieten zien dat leren in en met de natuur haalbaar is wanneer visie, beleid en dagelijkse praktijk elkaar versterken.
Wat nemen we mee?
De dag leverde inspiratie en richting op. Vijf inzichten kwamen steeds terug:
natuur als leeromgeving draagt bij aan brede ontwikkeling en welzijn;
structurele verankering vraagt samenhang tussen onderwijs, jeugdbeleid en leefomgeving;
samenwerking tussen onderwijs, gemeente en NDE-organisaties is essentieel en haalbaar;
verandering vraagt soms lef: kiezen en doen;
zoek bondgenoten en trek samen op.
De conferentie maakte zichtbaar wat mogelijk wordt als natuur niet langer een toevoeging is, maar de basis vormt voor leren en ontwikkelen. Die beweging zetten we samen voort.
Aftermovie van de conferentie
Kon je er niet bij zijn of wil je de dag herbeleven? Gelukkig is er een aftermovie gemaakt, zodat we de energie en inspiratie van de conferentie vast kunne houden. Daarin zie je en hoor je reacties van kinderen, deelnemers en initiatiefnemers, en komt de sfeer van de dag mooi samen. Een waardevolle terugblik en een uitnodiging om verder te bouwen aan onderwijs met natuur als basis.
Natuur structureel verankeren in beleid en uitvoering
Op 27 januari hebben achttien gemeenten, waaronder meerdere gemeenten die lid zijn van ons netwerk, het Manifest Gemeenten Natuurinclusief aangeboden aan de Tweede Kamer. Namens de ondertekenaars overhandigde wethouder Marcel Belt (Leidschendam-Voorburg) het manifest. Met deze gezamenlijke stap maken gemeenten duidelijk dat natuur geen bijzaak is, maar een fundament onder gezondheid, leefbaarheid en brede welvaart.
Dit manifest sluit naadloos aan bij waar we in ons netwerk dagelijks aan werken: natuur- en duurzaamheidseducatie en -participatie als vanzelfsprekend onderdeel van lokaal beleid, in samenhang met gezondheid, bewonersparticipatie, jeugd en onderwijs. Juist de samenwerking tussen gemeenten, onderwijs en NDE-organisaties zorgt ervoor dat natuurinclusief beleid zichtbaar en betekenisvol wordt in het dagelijks leven van inwoners.
Oproep aan het nieuwe kabinet
Met het aanbieden van het manifest doen gemeenten een gezamenlijke oproep aan het nieuwe kabinet om deze lokale ambities te ondersteunen en op te schalen. Zij vragen onder meer om:
structurele investeringen in groen in en rond woon- en werkgebieden;
versterking van landelijke coördinatie voor natuurinclusief beleid;
voldoende middelen voor groenblauwe dooradering;
het vastleggen en borgen van de Basiskwaliteit Natuur.
Daarnaast roepen gemeenten het Rijk op om zelf het goede voorbeeld te geven, door natuurinclusief werken standaard toe te passen op Rijksgronden, in aanbestedingen en in Rijksprogramma’s voor de fysieke leefomgeving. Het volledige manifest is te lezen op samenvoorbiodiversiteit.nl.
Gemeenten kunnen nog aansluiten
Gemeenten die het manifest nog niet hebben ondertekend, kunnen dit nog steeds doen. Door aan te sluiten versterken we samen de oproep richting het kabinet en laten we zien dat natuur een vanzelfsprekend onderdeel is van lokaal beleid.
Ondertekenen kan via dit online formulier op die website van samen voor biodiversiteit.
Het manifest is ondertekend door deze achttien gemeenten: Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Delft, Den Haag, Leiden, Gorinchem, Almere, Leiderdorp, Lansingerland, Voorschoten, Goirle, Zwolle, Tilburg, Utrecht, Deventer, Zwijndrecht, Nijmegen en Apeldoorn.
Voedsel is veel meer dan eten: het raakt aan natuur, gezondheid, cultuur en verbondenheid. In schooltuinen, op stadsboerderijen, tijdens lessen en projecten leren kinderen en jongeren met hun eigen handen waar voedsel vandaan komt. Ze zaaien, oogsten, koken, proeven en delen. Juist door dat te doen ontstaat inzicht in hoe voedsel met de natuur en de maatschappij samenhangen.
Het belang van voedseleducatie
Binnen het NDE-netwerk gebeurt al veel op het gebied van voedseleducatie. Tegelijkertijd zijn er vragen. Want hoe zorg je dat voedseleducatie meer wordt dan een los project? Hoe sluit je met voedseleducatie aan bij de doelen van het onderwijs en gemeenten? En hoe kun je dit thema structureel versterken binnen jouw NDE-organisatie? Om antwoord te krijgen op die vragen heeft Jong Leren eten (JLE) ons de opdracht gegeven om dit rapport te schrijven.
Het rapport Aan de slag met voedseleducatie brengt namelijk in beeld waar de kracht, van NDE-organisaties, ligt ten aanzien van voedseleducatie, welke kansen er liggen om voedseleducatie verder te ontwikkelen en wat er nodig is om voedseleducatie in ons netwerk te versterken.
Het rapport is geschreven door Anouk Haverkamp , adviseur natuur- en duurzaamheidseducatie. Voor het rapport voerde zij gesprekken binnen het NDE-netwerk en met JLE-makelaars en inventariseerde zij hoe voedseleducatie lokaal vorm krijgt en welke rollen NDE-organisaties daarbij spelen. Het rapport geeft een divers beeld van het huidige aanbod: van schooltuinieren en boerderijbezoeken tot kookprojecten, voedselbossen en leerlijnen die meerdere jaren beslaan. Wat al deze vormen verbindt, is de kracht van ervaringsgericht leren. Kinderen leren in de echte wereld, met hoofd, hart en handen.
Anouk ziet dat die ervaring direct invloed heeft op hoe kinderen (en uiteindelijk volwassenen) naar voedsel kijken:
“Als je zelf ziet wat er allemaal nodig is om iets te laten groeien, krijgt voedsel een andere waarde. Voedseleducatie kan helpen om al op jonge leeftijd zo’n andere norm te ontwikkelen: door te ervaren hoe voedsel groeit, ga je bewuster om met wat je eet en gooi je minder snel iets weg.”
De kracht van ervaringsgericht leren komt in het rapport op verschillende manieren terug. Voedseleducatie binnen NDE laat de hele voedselketen zien, van zaaien tot eten en van afval tot compost. Het biedt een rijke leeromgeving waarin niet alleen kennis wordt opgebouwd, maar ook sociale en praktische vaardigheden. Bovendien verbindt het rapport natuur, gezondheid en duurzaamheid op een vanzelfsprekende manier.
Praktijkvoorbeelden
De praktijkvoorbeelden in het rapport maken dit concreet. Zo laat het voorbeeld van Stad & Natuur Almerezien hoe een samenhangende voedselvisie kan helpen om aanbod te structureren en zichtbaar te maken. Door voedseleducatie te benaderen vanuit de hele voedselketen ontstaat een helder verhaal voor scholen, partners en de gemeente. Van korte lessen tot langdurige programma’s: alles krijgt een plek binnen één gezamenlijk kader.
Een ander voorbeeld laat zien hoe voedseleducatie ook expliciet verbonden kan worden met sociale thema’s. In Natuurcentrum Arnhem met het Mooi Voedsel Natuurlijk project werkten scholen samen met stadslandbouwlocaties en de Voedselbank. Kinderen leerden niet alleen hoe groente groeit en smaakt, maar ook wat het betekent om voedsel te delen en verantwoordelijkheid te nemen.
Volgens Anouk zit daar ook een belangrijke beleidsmatige en maatschappelijke waarde:
“Voedseleducatie is bij uitstek een thema dat je kunt verbinden aan verschillende beleidsthema’s van gemeenten, zoals gezondheid, circulariteit, jeugd en armoede. Juist omdat niet ieder kind opgroeit met dezelfde kansen of toegang tot groen en gezond voedsel, is voedseleducatie zo belangrijk voor kansengelijkheid.”
Richting voor de volgende stap
Naast inspiratie biedt het rapport ook richting voor de volgende stap. Het benoemt kansen om voedseleducatie te versterken, zoals het ontwikkelen van een heldere visie op voedsel. Maar ook van samenwerken met andere partijen rondom voedseleducatie, zoals Jong Leren Eten, Gezonde School, JOGG en IVN.
Wat het rapport volgens Anouk vooral doet, is zichtbaar maken wat al in het netwerk aanwezig is:
“Het rapport maakt zichtbaar wat veel mensen al wel aanvoelen: er gebeurt al heel veel moois in het netwerk. Door dat samen te brengen en op papier te zetten, wordt duidelijk waar kansen liggen en hoe organisaties van elkaar kunnen leren en samen sterker kunnen worden.”
Het rapport is daarmee nadrukkelijk bedoeld als hulpmiddel. Een naslagwerk om erbij te pakken wanneer je als NDE-organisatie je aanbod wilt doorontwikkelen, het gesprek met scholen of gemeenten wilt voeren of op zoek bent naar inspiratie uit het netwerk. Het laat zien wat er al is, waar de kracht zit en waar ruimte is om samen verder te groeien.
Wie aan de slag wil met voedseleducatie, of dit juist verder wil ontwikkelen, vindt in dit rapport herkenning, inspiratie en concrete aanknopingspunten. Het nodigt uit om te leren van elkaar en om voedseleducatie een stevige plek te geven binnen natuur- en duurzaamheidseducatie.
De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs.
Vandaag gingen we in gesprek met Sylvia Terpstra die vertelt over de eerste sessie.
Wie is de deelnemer?
Sylvia Terpstra is coördinator van het NDE-centrum, Groene Weelde onderdeel van Stichting Duurzaam Vijfheerenlanden, in de fusiegemeente Vijfheerenlanden. Na ruim dertig jaar in het onderwijs, voornamelijk op vrijescholen, maakte ze langzaam de overstap naar cultuur- en natuureducatie. Ze werkte als leerkracht, mediacoach en cultuurcoach en zette vijf jaar geleden de eerste stappen richting een eigen initiatief voor NDE.
Drie jaar geleden leidde dat tot de oprichting van het huidige NDE-centrum. Sindsdien bouwt Sylvia, samen met vrijwilligers, ZZP’ers en een actief bestuur, aan een centrum dat in korte tijd enorm gegroeid is. Waar in het eerste jaar vijf scholen werden bereikt, zijn dat er inmiddels 25 van de 33. De interesse neemt toe, het aanbod groeit, en de zichtbaarheid in de gemeente wordt steeds groter.
Naast haar werk runt Sylvia met haar partner ook een voedselbos op het familieland in Leerdam. Op vrijdag werkt ze daar met vrijwilligers; het is zowel een inspiratiebron als praktijkplek voor educatief aanbod.
De groei van het NDE-centrum brengt nieuwe vraagstukken met zich mee. Sylvia voelt dat het centrum op een kantelpunt staat. De pioniersfase; hard ontwikkelen, pilots draaien, fondsen werven, leerlijnen bouwen, ligt achter haar. De centrale vraag nu is: hoe word je een structurele en betrouwbare partner voor scholen, gemeenten en inwoners?
Haar belangrijkste leervraag gaat over professionalisering en positionering: Hoe maak je de stap van initiatiefnemer naar een stevig ingebed NDE-centrum met duurzame samenwerkingen? Daarbij speelt ook de vraag hoe het centrum minder afhankelijk kan worden van losse projecten en meer kan aansluiten bij beleidsdoelen van de gemeente. Het vooruitzicht van een structurele plek in de gemeentelijke begroting, waarover nu gesprekken lopen, maakt die professionaliseringsslag urgenter en relevanter.
Daarnaast wil Sylvia beter begrijpen hoe ze scholen kan begeleiden richting duurzame verankering van NDE. Niet meer alleen losse lessen, maar een bredere, structurele samenwerking vanuit een gedeelde visie.
Afbeelding 2: Buitenles over wormen bij Groene Weelde
Sessie 1: NDE-centra in ontwikkeling
In de eerste sessie stond de transitiegedachten centraal, hiervoor werd de X-curve gebruikt. Ze vond het ongelooflijk interessant, maar tegelijkertijd riep deze oefening ook verwarring op, en precies dat hielp haar verder.
In eerste instantie vroeg ze zich af: “Waar zitten wij eigenlijk op die curve? We zijn gestart, we groeien… maar wat betekent dat voor wat we vasthouden en wat we moeten loslaten?”
Die vraag bracht haar terug naar de essentie van de X-curve: je kunt niet op alle fronten tegelijk doorgaan. Als een organisatie nieuwe functies, rollen of samenwerkingen wil opbouwen, moet er aan de andere kant ruimte ontstaan.
Voor Sylvia betekende dat inzicht het volgende:
het centrum kan niet eindeloos educatie blijven ontwikkelen;
er is behoefte aan stabiliteit in het aanbod;
de volgende stap is het versterken van relaties, niet het maken van nieuwe producten;
ruimte maken voor verbreding naar biodiversiteit, participatie en klimaatopgaven;
professionalisering vraagt om heldere keuzes: wat hoort bij de toekomst van het centrum, en wat niet?
Ze ontdekte dat haar organisatie veel lijkt op anderen in dezelfde transitie. Grotere NDE-centra herkennen dezelfde spanning: wanneer stop je met pionieren en wanneer zet je de stap naar duurzame samenwerking met scholen en gemeenten?
De X-curve gaf Sylvia een taal om dit intern te bespreken; met haar bestuur, vrijwilligers en straks ook met schooldirecties. Het helpt haar mensen mee te nemen in het verhaal dat het centrum niet “meer moet doen”, maar “anders moet gaan doen”.
Daarnaast merkte Sylvia dat het leertraject ook de waarde heeft van onderlinge herkenning. Het besef dat ook andere centra worstelen met groei, positionering, zichtbaarheid en samenwerkingen, geeft steun en richting. “We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden,” zegt ze.
Afbeelding 3:De X-Curve van Drift-methodiek biedt een krachtige structuur om veranderingsprocessen binnen organisaties in kaart te brengen en te sturen
Betekenis voor de NDE-sector
Sylvia’s verhaal laat zien hoe sterk de NDE-sector in beweging is. De vraagstukken die zij tegenkomt; groei, professionalisering, positionering richting gemeente, samenwerken met scholen, een bredere rol in participatie, zijn herkenbaar voor veel centra in het land.
De X-curve biedt een gedeelde taal voor deze transitie. Het ondersteunt NDE-centra de ontwikkeling te maken van aanbieder van natuureducatie naar andere rollen, gezamenlijke bouwen van een beweging waar onderwijs, inwoners en beleid samenkomen.
Voor de sector betekent haar ervaring:
NDE-centra ontwikkelen zich van aanbieders naar strategische partners;
samenwerking met scholen gaat steeds vaker over jaarplannen, thema’s en duurzame educatie, niet alleen losse lessen;
gemeenten zien NDE-centra meer en meer als partner in biodiversiteit, participatie en klimaatopgaven;
het netwerk (GDO en de leertrajecten) wordt steeds belangrijker om ervaringen te delen en niet telkens opnieuw te hoeven beginnen.
Sylvia benadrukt dat het leertraject ook bestuurders en gemeentelijke partners moet meenemen in deze beweging. Het gesprek over transitie gaat tenslotte niet alleen over het centrum zelf, maar over het hele netwerk waarin het centrum opereert.
Met haar verhaal illustreert Sylvia precies waar de sector staat: midden in een gezamenlijke beweging richting meer impact, meer samenwerking en meer herkenbaarheid.
Op 19 november werd in Museum De Bastei in Nijmegen de nieuwe NDE-hub Groenmakersgelanceerd. Wethouder Cilia Daemen en museumdirecteur Hans Hooijmaijers onthulden samen de naam, voor een zaal vol vertegenwoordigers van scholen, groene organisaties, gemeente en culturele partners. Naast een nieuwe naam, was er ook ruimte voor het verhaal achter de naam. Hoe verbindt je stad, natuur- en duurzaamheidseducatie met groenparticipatie van bewoners?
Het eerste deel van de middag trokken de deelnemers naar het museum, voor een belevenisroute: een geurenkabinet, een tijdreis en een takkenles(een les over takken, red.). Tijdens het tweede deel van de bijeenkomst was er ook ruimte voor een panelgesprek en stond centraal hoe je mensen bereikt met het groene verhaal. Sprekers als Mark Boode (Teachers for Climate) en Qader Shafiq (Bureau Wijland/Kleurrijk Groen) benadrukten het belang van emoties, solidariteit en luisteren naar weerstand. Kunst en creativiteit bleken krachtige manieren om leerlingen eigenaar te maken van hun ideeën en zorgen.
Ook vanuit GDO is de ontwikkeling van Groenmakers niet uit de lucht komen vallen: tijdens een detachering bij Steenbreek Nijmegen, onder het dak van Museum de Bastei schreef Katinka Schlette, vanuit onze partner SME, een strategie voor de toekomst. Dit gaf richting aan de keuze voor één herkenbare hub voor onderwijs en de bewoners van Nijmegen.
Katinka woonde deze feestelijke middag bij en kijkt er positief om terug “Heel mooi om te zien hoe Michelle, Rinskje en Nicole onze adviezen verder vorm hebben gegeven en hoe hard er is gewerkt. Groenmakers is niet alleen een nieuwe naam, maar een mooi voorbeeld van hoe een NDE-centrum haar rol opnieuw uitvindt”.
Van leskist naar stadshub: wat Groenmakers doet
Groenmakers bundelt de krachten van NME Nijmegen en Steenbreek Nijmegen in één nieuwe afdeling binnen Museum De Bastei. Waar NME Nijmegen van oudsher vooral bekend stond om lessen, excursies en lesmaterialen voor scholen en Steenbreek voornamelijk om het vergroenen van de tuin, is de scope nu breder: één aanspreekpunt voor iedereen in de stad die iets met groen wil doen; van kleuter tot buurtbewoner, van docent tot initiatiefnemer.
Denk hierbij aan:
advies bij de vergroening van schoolpleinen;
tegelophaaldagen en regenpijpafkoppelacties in de wijken;
tuinworkshops en andere praktische hulp voor bewoners;
participatieacties waarbij bewoners meedenken over vergroening van hun straat of buurt;
een overzicht van alle natuur- en duurzaamheidslessen in Nijmegen;
inspiratie en workshops voor leerkrachten;
wijkgerichte vergroeningsaanpak in samenwerking met de gemeente
De kracht van de nieuwe hub zit in het verbinden van al die lijnen. Een groen schoolplein is niet langer alleen een leerplek voor leerlingen, maar kan een voorbeeld worden voor de hele wijk. Bewoners die meedoen aan een tegelwipactie, krijgen via hun kinderen weer zicht op wat er op school gebeurt rond klimaat en biodiversiteit. Ouders, leerlingen, leerkrachten en buurtinitiatieven komen zo in dezelfde beweging terecht: samen werken aan een groene, gezonde en klimaatbestendige stad.
Programmamedewerker Nicole Corstanje verwoordt het treffend: ‘Door de krachten te bundelen maken we het makkelijker en leuker om samen te werken aan een leefbare, toekomstbestendige stad. De samenvoeging van NME en Steenbreek vergroot de slagkracht van beide teams. De doelgroepen, bewoners, ouders, scholen en buurten, overlappen sterk. Door educatie, communicatie en praktische vergroening te verbinden, ontstaan nieuwe kansen.’.
Wat we kunnen leren uit het panelgesprek: emotie, bereik en eigenaarschap
Tijdens de lancering van Groenmakers speelde het panelgesprek een belangrijke rol. De sprekers lieten zien waarom NDE-centra steeds vaker de stap maken van alleen educatie naar een bredere rol in participatpie en wijkbetrokkenheid.
1. Emotie als motor voor betrokkenheid Mark Boode benadrukte hoe belangrijk het is om emoties in de klas serieus te nemen. Leerlingen maken zich zorgen over klimaat en toekomst, en juist door daar ruimte voor te maken ontstaat echte betrokkenheid. Dat geldt ook voor bewoners: vergroening komt pas in beweging als het persoonlijk raakt.
2. Via kinderen naar de wijk Qader Shafiq liet zien hoe scholen bruggen slaan naar doelgroepen die lastig te bereiken zijn. In corporatiewijken lukt contact met bewoners vaak níet direct, maar via kinderen wel. Dat vraagt om nauwe samenwerking tussen educatie en participatie, precies de combinatie die Groenmakers nu neerzet.
3. Uit de ‘groene bubbel’ komen Beide sprekers benadrukten hoe belangrijk luisteren is. Weerstand hoort bij verandering, en eigenaarschap groeit wanneer mensen in hun eigen tempo kunnen ontdekken en ervaren. NDE-centra kunnen hierin een rol spelen door veilige plekken te creëren waar bewoners en leerlingen samen kleine stappen zetten.
Groenmakers laat zien hoe deze inzichten samenkomen in één aanpak: onderwijs, wijkinitiatieven en praktische vergroening zijn geen losse lijnen meer, maar versterken elkaar vanuit één herkenbare hub.
Aan de slag met je eigen rol als NDE-centrum
Veel NDE-centra herkennen de beweging die in Nijmegen is ingezet. Misschien ben je zelf bezig om je rol richting bewoners te vergroten, zoek je meer aansluiting bij gemeentelijk participatiebeleid of vraag je je af hoe je educatie en participatie beter kunt verbinden.
Wil jij je NDE-centrum verder ontwikkelen tot een hub voor onderwijs en bewoners? Sluit je dan aan bij een van de GDO-leerkringen. Zo hoef je het niet alleen te doen, kun je leren van mooie voorbeelden uit steden als Nijmegen en bouw je samen met anderen aan een stevige, toekomstbestendige rol voor jouw NDE-centrum.
Samen werken aan een nieuwe rolopvatting in de relatie tussen NDE-centra en het onderwijs
De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau, om ondersteuning bij duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs. We gingen in gesprek met projectleider, Nienke Martinus, over de achtergrond, opzet en impact van dit traject.
Waar komt het leertraject vandaan?
Het leertraject is ontwikkeld onder de noemer “NDE als partner voor integraal duurzaam onderwijs”. “Dat is een bewust gekozen titel,” legt Nienke uit, “want het drukt precies uit wat we willen bereiken. We zien dat centra steeds vaker verder willen – en ook moeten – kijken dan hun traditionele rol van aanbieder. Dit traject biedt hen de ruimte om te onderzoeken hoe ze die rolverandering kunnen vormgeven, passend bij hun organisatie en regionale context.”
We zien dat scholen hebben steeds meer behoefte aan ondersteuning bij het integreren van duurzaamheid in het onderwijs. NDE-centra beschikken over waardevolle expertise die nodig is om scholen hierbij te helpen. Dat heeft er wel voor gezorgd dat hun functie breder onderzocht moet worden en welke (onderdelen) van deze rollen bij hen passen.
In het leertraject staat continu de vraag centraal: hoe wil je samenwerken met scholen en wat heeft jouw regio nodig?”. Deelnemende centra onderzoeken welke rollen aansluiten bij hun mogelijkheden en hoe ze die rolontwikkeling kunnen vormgeven. Denk aan:
Wil je je positioneren als gesprekspartner voor scholen?
Werk je aan regionale verbinding tussen aanbod en vraag als makelaar?
Of wil je stimuleren dat NDE-onderdeel wordt van waardevol breed vormend onderwijs als aanjager?
Of zie je kansen om een bijdrage te leveren aan het opvangen van het leraren te kort als Groene Leraar?
Uit onderzoek door Twynstra Gudde in het kader van het programma Duurzame School kwamen vijf rollen naar voren die NDE-centra kunnen vervullen. Deze vormen het hart van het leertraject.
De vijf rollen
Uit De vijf rollen zijn geen doel op zich, maar handvatten om de rol richting het onderwijs vorm te geven zodat het onderwijs wordt versterkt en kinderen betekenisvol leren over natuur, milieu en hun rol in een duurzame samenleving.
1. Aanbieder De traditionele rol: lessen, excursies en activiteiten voor scholen. 2. Makelaar Een verbindende rol waarin het centrum ook andere partijen en initiatieven binnen de regio vertegenwoordigt. 3. Aanjager Een proactieve speler die NDE koppelt aan bredere maatschappelijke thema’s, zoals kansengelijkheid of burgerschap, en het gesprek op gang brengt. 4. Partner Een strategische rol waarbij het centrum samen met scholen werkt aan duurzame integratie van educatie in beleid, structuur en visie. 5. Groene leerkracht Een medewerker van het NDE-centrum die (structureel of ad-hoc)in de klas staat en digitaal of fysiek onderwijs geeft of ondersteunt.
Deze rollen zijn als kapstok bedoeld en niet als keurslijf. Ze zijn niet hiërarchisch en kunnen naast elkaar bestaan of overlappen. “We zien in diverse regio’s dat er verschillende combinaties ontstaan, afhankelijk van de mensen, de context en wat het onderwijs vraagt. Het gaat er niet om dat iedereen dezelfde rol vervult. Het gaat erom dat je bewust kiest wat bij je past.”
Hoe werkt het leertraject?
Het leertraject bestaat uit een serie van sessies waarin deelnemers vanuit verschillende perspectieven naar hun eigen praktijk kijken. Iedere bijeenkomst is opgebouwd rond een centraal thema en wordt verrijkt met input van experts uit het veld.
Sessie 1 – Transitie & de X-curve We verkennen waar centra zich bevinden in de beweging van bestaande werkwijzen naar nieuwe vormen van samenwerken met het onderwijs. De X-curve helpt om bewust te kijken naar wat wordt afgebouwd en wat wordt opgebouwd binnen de organisatie.
Sessie 2 – Whole School Approach (WSA) & historie van NDE
We verdiepen ons, onder leiding van experts, in de geschiedenis van NDE in Nederland en in de WSA als raamwerk voor integraal duurzaam onderwijs. Wat vraagt de WSA van scholen? En welke rol kan het NDE-centrum daarin spelen?
We kijken naar de onderwijspraktijk vanuit de visie op breed vormend onderwijs. Hoe sluit NDE aan bij thema’s als burgerschap, persoonlijke ontwikkeling en de leefwereld van leerlingen? En hoe voer je goede gesprekken met scholen over deze verbinding?
Sessie 4 – Organisatieontwikkeling en relatie met je gemeente
We bespreken met Rob Nilizen (Utrecht Natuurlijk) en Monique Verstraaten (Natuurcentrum Arnhem) de rolontwikkeling van beide centra en de werking daarvan op de organisatie en de relatie met de gemeente. Welke lessen zijn er opgedaan in de pilot combinatiefunctionaris?
Sessie 5 – Positionering en professionalisering
We gaan in op wat er nodig is in de organisatie om rolontwikkeling mogelijk te maken, wat betekend dat voor de professionalisering van het team? En hoe positioneer je, je in je nieuwe rol?
Sessie 6 – Kanseninventarisatie NDE organisatie in beweging
We sluiten het leertraject af met presentaties van de deelnemers en een kanseninventarisatie. Welke kansen zien zijn voor rolontwikkelng binnen hun lokale context en hoe ze daarmee aan het werk gaan?
Sessie 7 – Reflectie en intervisie
We reflecteren op het leertraject en welke rolontwikkeling de centra zijn gestart. In de middag sluiten deelnemers van eerdere leertrajecten aan en bouwen we aan de leerkring rolontwikkeling voor NDE organisaties.
Elke sessie is zorgvuldig opgebouwd, maar er is ook ruimte voor ervaringen uit de praktijk en het onverwachte. “We willen steeds voeden met inhoud, maar ook een veilige ruimte creëren waarin mensen durven reflecteren. De reflectie is minstens zo belangrijk als de kennis.”
Breder dan één persoon: de organisatie doet mee
Het leertraject is opgezet voor ongeveer vijftien deelnemers uit verschillende centra in het land. Maar het is nadrukkelijk bedoeld voor de organisatie als geheel. Deelnemers krijgen opdrachten mee die hen in staat stellen collega’s en leidinggevenden te betrekken. Bijvoorbeeld door het presenteren van inzichten of het oefenen van gesprekken intern. “Als één persoon alles meeneemt en zelf moet vertalen, stokt de verandering. Daarom bouwen we aan bewustwording op alle niveaus: van educatiemedewerker tot directie en communicatiemedewerkers.”, vertelt de projectleider.
De impact: van los aanbod naar strategische samenwerking
Deelnemers ervaren het traject als verdiepend en inspirerend. “Het is mooi om te zien hoe mensen zich bewuster worden van hun eigen rol en de impact die ze kunnen maken,” vertelt Nienke. “Soms zit je middenin je werk, en vergeet je te reflecteren. Dit traject biedt ruimte daarvoor. Je hoeft niet alles opnieuw uit te vinden, maar je bouwt ook niet klakkeloos voort op wat er was. Je groeit bewust.”
Tweede ronde
Er is nu al interesse voor een tweede ronde van het leertraject. De coördinator is hoopvol: “Hopelijk kunnen we dit traject de komende jaren verder ontwikkelen, toegankelijk maken voor nieuwe deelnemers, en misschien ook uitbreiden naar nieuwe thema’s.”
Wie twijfelt om zich aan te melden, krijgt een helder advies: “Het gaat niet alleen om informatie, maar ook om reflectie en ruimte. Juist als je op een kruispunt staat. Bijvoorbeeld bij het schrijven van een beleidsplan of bij het herijken van je rol, is dit traject een waardevolle kans.”
Niet zomaar een training
Het GDO-leertraject is niet zomaar een training. Het is een proces van gezamenlijke verkenning, reflectie en vernieuwing. Een beweging van aanbod naar partnerschap richting het onderwijs, en van losse lessen naar duurzame verbinding. Steeds met het oog op wat er écht toe doet: een rijke leeromgeving waarin duurzaamheidseducatie betekenisvol en vanzelfsprekend is.
In september 2026 starten we een nieuwe ronde van dit leertraject. In april en mei organiseren we 2 keer een online informatiesessie hierover. Heb je hier interesse? Mail Simone: s.kleinhout@vereniginggdo.nl