Agenda

De maatschappelijke waarde van NDE in beeld

Binnen ons netwerk gebeurt veel dat bijdraagt aan maatschappelijke opgaven van gemeenten. Die voorbeelden willen we beter zichtbaar maken én benutten in gesprekken met gemeenten en partners.

We dragen bij aan meer dan natuur- en duurzaamheidseducatie alleen. Denk aan gezonde voeding, buiten spelen en bewegen, mentale gezondheid, kansengelijkheid, een groene leefomgeving, klimaatadaptatie, burgerschap, ontmoeting of brede ontwikkeling van kinderen.

Als vereniging krijgen we regelmatig vragen van partners, gemeenten en andere netwerken naar voorbeelden van het werk van lokale NDE-organisaties. Er gebeurt al veel, maar we willen graag een breder en actueler beeld kunnen laten zien van wat er lokaal gebeurt en welke maatschappelijke waarde dit heeft.

Daarom verzamelen we voorbeelden van projecten, samenwerkingen en aanpakken rond natuur, gezondheid, jeugd, onderwijs, kansengelijkheid, klimaat, participatie en leefomgeving. Zo kunnen we het lokale belang van NDE beter zichtbaar maken én voorbeelden benutten in ontwikkelingen waar we als netwerk aan werken. Zoals het ontwikkelprogramma combinatiefunctie NDE, de samenwerking met JOGG en het versterken van de positie van NDE binnen gemeentelijke opgaven.

Werk jij aan een project, aanbod of samenwerking die hierbij past? Voor zowel jongeren als ouderen, voor in het onderwijs of in de wijk? Laat het ons weten via een kort formulier. Ook als je twijfelt of jouw voorbeeld ‘groot genoeg’ is: we horen het graag.

Denk aan voorbeelden rond:

  • gezonde voeding, schooltuinieren of voedseleducatie;
  • bewegen of mentale gezondheid;
  • klimaatadaptatie of biodiversiteit;
  • kansengelijkheid, Rijke Schooldag of School en Omgeving;
  • participatie, burgerschap, vrijwilligerswerk of ontmoeting;
  • samenwerking met JOGG, GGD, Gezonde School, gemeente of welzijnspartners.

Deel jouw voorbeeld

Naam
Bij welke gemeentelijke opgave(n) sluit jullie voorbeeld aan?
(meerdere antwoorden mogelijk)
Mogen we contact met je opnemen over jouw voorbeeld?
Bijvoorbeeld om het verder uit te werken voor de JOGG-academy of voor een handreiking voor gemeenten over de bijdrage van NDE aan lokale maatschappelijke opgaven.
Wil je je project ook nomineren voor de innovatie & impactprijs?
Een jaarlijkse prijs van Vereniging GDO voor vernieuwende NDE-initiatieven met aantoonbare maatschappelijke impact.

Interview GDO-Leertraject #6: Brenda Jasperse over kansen zien waar energie zit

De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Dat vraagt om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs. 

Vandaag gingen we in gesprek met Brenda Jasperse, die vertelt over de zesde sessie. 

Wie is de deelnemer? 

Brenda Jasperse werkt al jarenlang met veel plezier bij Natuur&Zo, het centrum voor NDE van Zeeuws-Vlaanderen. Daarnaast is zij al zo’n acht jaar makelaar Jong Leren Eten voor de provincie Zeeland. Zelf noemt ze zich “makelaar van het eerste uur”: vanaf het begin is zij betrokken bij het programma dat voedselvaardigheid en voedseleducatie een stevige plek geeft in onderwijs en samenleving. 

Brenda woont in Biervliet, in Zeeuws-Vlaanderen. Ook buiten haar werk is ze graag bezig met natuur, maken en bewegen. Ze heeft een grote tuin, is enthousiast keramieker, loopt hard, zwemt en zit weer regelmatig op de racefiets. Recent pakte ze het fietsen opnieuw op voor de Zeeuwse Ride for the Roses, een fietstocht om geld op te halen voor onderzoek naar kanker, samen met haar nichtje. 

Natuur&Zo werkt voor de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten, met Terneuzen als centrumgemeente. Het centrum richt zich op vier hoofdthema’s: afval & circulariteit, flora, fauna & biodiversiteit, klimaat & energie, en gezonde & duurzame voeding. Brenda ziet Natuur&Zo nadrukkelijk als onderdeel van een groter Zeeuws netwerk. In Zeeland zijn vijf NDE-organisaties actief, die volgens haar goed samenwerken en elkaar makkelijk weten te vinden. Juist dat gezamenlijke optrekken ziet zij als een kracht: “We zijn allemaal anders georganiseerd, maar we vinden elkaar toch heel vaak.” 

Naast de basisfinanciering vanuit gemeenten werkt Natuur&Zo aan allerlei programma’s en projecten. Brenda schrijft daarvoor voorstellen, zoekt de verbinding met gemeentelijke programma’s en probeert steeds opnieuw kansen te benutten. Dat doet ze niet alleen omdat het financieel nodig is, maar vooral omdat ze zoveel mogelijk budget en kansen bij kinderen en jongeren wil krijgen. Projecten rond Jong Leren Eten, Schoon Zeeland, klimaatadaptieve wijken, de regionale energiestrategie en circulaire economie laten zien hoe breed die rol inmiddels is geworden. 

De leervraag van het leertraject 

De oorspronkelijke motivatie om mee te doen aan het leertraject was voor Brenda heel concreet. Ze wilde een collega meenemen in de bredere wereld van GDO, NDE en rolontwikkeling. Het leertraject leek haar een waardevolle manier om iemand niet alleen in te werken in Zeeuws-Vlaanderen, maar ook te laten zien hoe het veld landelijk in elkaar zit: welke rollen kun je als NDE-professional nemen, wie kun je benaderen en hoe werken andere centra? 

Die situatie veranderde toen de betreffende collega uiteindelijk niet in dienst kwam. Toch bleef deelname voor Brenda waardevol. Vooral het sparren met collega’s buiten Zeeland gaf nieuwe inzichten. Met Zeeuwse collega’s is de samenwerking vaak direct praktisch: je zoekt elkaar op omdat je samen iets wilt ontwikkelen of uitvoeren. In het leertraject ging het meer om uitwisseling, herkenning en reflectie. Juist dat verschil vond Brenda interessant. 

Wat haar daarin opviel, is dat veel centra met vergelijkbare vragen worstelen. Iedereen ziet kansen, maar de praktijk is druk. Je komt met energie terug van een bijeenkomst, maar eenmaal op kantoor word je weer opgeslokt door de dagelijkse werkzaamheden. Brenda herkent dat sterk: de tijd is beperkt, terwijl de ambities groot zijn. Toch ziet ze juist daar de waarde van het netwerk. Niet steeds opnieuw zelf het wiel uitvinden, maar beter delen wat al ontwikkeld is, welke projectaanvragen werken en waar anderen tegenaan lopen. 

Sessie 6: Kansen zien waar de energie zit 

De zesde sessie van het leertraject stond in het teken van kanseninventarisatie. Voor Brenda zat de opbrengst van die sessie niet zozeer in één model of opdracht, maar vooral in de bevestiging van iets wat zij in haar werk steeds sterker ervaart: je moet gaan zitten waar de energie zit. 

Dat klinkt eenvoudig, maar voor een NDE-organisatie is het een belangrijk inzicht. Brenda vertelt dat Natuur&Zo binnen de gemeentelijke organisatie is verschoven. Waar het centrum eerder onder een meer uitvoerende afdeling viel, is het nu onderdeel van een afdeling waar ook programma’s en projecten rond omgeving en economie samenkomen. Daar zitten onder meer de programmamanagers voor thema’s als regionale energiestrategie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Voor Brenda opent dat nieuwe deuren. De thema’s waar Natuur&Zo mee werkt, sluiten direct aan op programma’s die voor alle Zeeuwse gemeenten relevant zijn. 

Die positie helpt om kansen scherper te zien. Kanseninventarisatie betekent voor haar niet alleen: welke projecten kunnen we bedenken? Het gaat ook om de vraag waar bestuurlijke aandacht, energie, budget en inhoudelijke urgentie samenkomen. Als die elementen bij elkaar komen, ontstaat er ruimte om scholen en kinderen mee te nemen in actuele duurzaamheidsthema’s. 

Tegelijkertijd laat Brenda zien dat rolontwikkeling niet altijd netjes volgens een plan verloopt. Ze maakt ieder jaar een werkplan, maar weet ook dat de praktijk snel kan veranderen. Een nieuwe gemeentelijke vraag, een verhuizing, aangepaste regelgeving of veranderende financiering kan alles op zijn kop zetten. Waar ze dat eerder steeds ervaarde als tegenslag, probeert ze nu mee te bewegen. Haar houvast blijft steeds hetzelfde: zoveel mogelijk waarde creëren voor scholen en kinderen. 

Een concreet voorbeeld is het gastlessenprogramma van Natuur&Zo. Jarenlang werkte het centrum met een groot netwerk van gastdocenten, vooral zzp’ers, die lessen op scholen verzorgden. Daarmee werd de klassieke leskist deels vervangen door de deskundige in de klas. Door veranderingen rond zzp-schap komt die aanpak onder druk te staan. Het programma moet opnieuw worden doordacht. Dat is ingrijpend, maar het past ook bij de beweging waarin Natuur&Zo zit: opnieuw kijken welke rol nodig is, welke vorm werkt en hoe je als centrum relevant blijft. 

Betekenis voor de NDE-sector 

Het verhaal van Brenda raakt aan een bredere ontwikkeling in de NDE-sector. Veel organisaties zijn ooit sterk geworden met lessen, leskisten en educatieve materialen. Die blijven waardevol, maar de context verandert. Scholen hebben te maken met volle roosters, maatschappelijke opgaven stapelen zich op en gemeenten zoeken partners die thema’s als klimaat, biodiversiteit, circulariteit en gezonde voeding kunnen vertalen naar de praktijk van kinderen en jongeren. 

Volgens Brenda vraagt dat om een actieve houding. Niet wachten tot een opdracht vanzelf komt, maar “de boer op gaan”, kansen zien en durven aanhaken bij gemeentelijke en landelijke programma’s. Ze ziet nog te vaak dat NDE-organisaties zeggen dat er geen uren of geen opdracht zijn. Terwijl juist programma’s als Jong Leren Eten laten zien hoeveel mogelijkheden er ontstaan als je de verbinding actief zoekt. 

Daarbij gaat het niet om zomaar meer werk naar je toetrekken. Het gaat om positie kiezen. Waar kun je als NDE-organisatie echt van waarde zijn? Waar sluit je expertise aan op maatschappelijke opgaven? En hoe zorg je dat budget, kennis en netwerken uiteindelijk terechtkomen bij scholen en leerlingen? 

Voor de NDE-sector klinkt in haar verhaal een duidelijke oproep door: wees niet te bescheiden, blijf niet alleen in de rol van aanbieder en zoek actief de plekken op waar beweging zit. De kracht van NDE ligt juist in het verbinden van grote thema’s met de leefwereld van kinderen. Of het nu gaat om voedsel, afval, klimaat, biodiversiteit of energie: NDE-centra kunnen helpen om die thema’s tastbaar, concreet en betekenisvol te maken. 

Voor Natuur&Zo betekent dit voorlopig: blijven meebewegen, de makelaarsrol verder ontwikkelen en steeds opnieuw kijken waar energie, kansen en maatschappelijke opgaven samenkomen. Voor de sector als geheel laat Brenda’s verhaal zien dat rolontwikkeling niet altijd begint met een strak plan. Soms begint het met goed kijken, durven aanhaken en de vraag blijven stellen: waar kunnen wij nu het meeste betekenen voor scholen en kinderen? 

Ook aan de slag met het leertraject?

In september 2026 is een nieuwe ronde van het leertraject gestart. Wil je ook aan de slag met het leertraject of ben je benieuwd wat het voor jou kan betekenen? We denken graag met je mee.

Heb je een vraag, wil je meer informatie of wil je weten wat er mogelijk is? Neem dan gerust contact op met Simone via s.kleinhout@vereniginggdo.nl.

Doe mee met Nationale Kraanwaterdag

Op woensdag 30 september 2026 vindt de jaarlijkse Nationale Kraanwaterdag plaats. GDO is partner van deze landelijke dag. Voor ons netwerk is dat een mooie kans om watereducatie extra onder de aandacht te brengen en aan te sluiten bij een initiatief dat veel scholen bereikt.

Water leeft binnen ons netwerk

Water, droogte en klimaat zijn thema’s waar veel GDO-leden al volop mee bezig zijn. En ook in lessen en activiteiten gaat het bijvoorbeeld over de waterkringloop, zuinig omgaan met drinkwater, droogte, klimaatadaptatie en wat kinderen zelf kunnen doen.

Nationale Kraanwaterdag biedt een extra moment om die activiteiten zichtbaar te maken. Je kunt aansluiten met bestaand aanbod, contact zoeken met scholen in jouw gemeente of de dag gebruiken als aanleiding voor een eigen les, activiteit of samenwerking.

Wat kun je als NDE-organisatie doen?

Misschien heb je al een waterles die goed aansluit op Nationale Kraanwaterdag. Of kun je scholen wijzen op jullie aanbod rond water, klimaat en droogte. Ook een gastles, proefje, buitenactiviteit of samenwerking met een lokaal drinkwaterbedrijf of de gemeente kan een mooie aanvulling zijn. Daarnaast is er altijd een groot aanbod te vinden op Watereducatie, waar wij ook partner van zijn.

We zijn ook benieuwd wat er binnen ons netwerk al gebeurt. Hebben jullie een goed voorbeeld van watereducatie, een bijzondere samenwerking of materiaal dat ook voor andere NDE-organisaties interessant kan zijn? Deel het vooral met ons.

Gratis materiaal voor scholen

Nationale Kraanwaterdag wordt georganiseerd door de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven en richt zich op basisscholen, BSO’s en kinderopvang. Deelnemende locaties krijgen gratis educatief materiaal, waaronder interactieve praatplaten, video’s, een digitale quiz, proefjes, knutselvlogs, een handleiding en een lesposter.

Wie zich vóór vrijdag 18 september 2026 aanmeldt, ontvangt de nieuwe lesposter per post. Daarna blijven alle digitale materialen beschikbaar en kan de poster zelf worden geprint.

Aanmelden kan via www.kraanwaterdag.nl.

Komt 30 september niet goed uit? Geen probleem: de materialen kunnen ook op een ander moment in het schooljaar worden ingezet.

Interview GDO-leertraject #5: Ans Naber en Miriam Gerrits over samenwerken, leren en storytelling 

De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Ze vragen om samenwerking op strategisch niveau en om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. 

Het GDO-leertraject ondersteunt NDE-organisaties bij het verkennen en versterken van hun rol richting het onderwijs. Voor deze editie gingen we in gesprek met Ans Naber en Miriam Gerrits van De Koppel, het centrum voor natuur- en milieueducatie, in Hardenberg. Zij vertellen wat de vijfde kennissessie hen heeft gebracht. 

Wie zijn de deelnemers? 

Ans Naber is sinds 2007 verbonden aan De Koppel in Hardenberg, waar ze inmiddels directeur is. Daarvoor werkte ze bijna zeventien jaar bij Natuur en Milieu Overijssel. “Ik plak echt ergens vast,” zegt ze zelf. Ook buiten haar werk is ze actief: ze is lid van diverse verenigingen die zich inzetten voor natuur en leefbaarheid in de regio. 
 
In haar vrije tijd vindt ze het leuk om creatief bezig te zijn en heeft zich recent weer gestort op het haken.  Ook houdt ze enorm van wandelen in de natuur, want voor een stedentrip is zij niet echt te porren. Momenteel loopt ze, in etappes, het Pieterpad. Volgende week staat Venlo-Swolgen op de agenda. 

Vanuit het kantoor van De Koppel kijkt ze uit over de rivier de Vecht. “Volgens mij hebben wij het mooiste kantoor van Hardenberg,” zegt ze lachend. “Als er buiten iets langs vliegt, zitten we soms met z’n allen tegen het raam geplakt.” 

Miriam Gerrits werkt eveneens bij De Koppel en richt zich vooral op educatie en samenwerking rond duurzaamheid. Ze woont in Rheezerveen, tussen Hardenberg en Ommen, en voelt zich sterk verbonden met het Vechtdal. In haar werk verbindt ze educatie en duurzaamheid: van lessen voor leerlingen tot projecten rond energiebesparing en bewonersinitiatieven. 

Zo is ze betrokken bij Startpunt Duurzaam Hardenberg–Ommen, een samenwerking van gemeenten, woningcorporaties en lokale organisaties. Hier worden inwoners ondersteund bij het verduurzamen van hun woning, met informatieavonden, energiecoaches en subsidieadvies. 

Ook buiten haar werk is ze actief in het gebied. Als gids bij de Vechtdalgidsen neemt ze groepen mee langs bijzondere plekken en vertelt ze over de geschiedenis en natuur van het landschap. 

Miriam (links) en Ans (rechts) bij hun geliefde Vecht, het uitzicht vanuit de Koppel.

De leervraag van het leertraject 

Voor Ans en Miriam kwam het leertraject op een moment waarop hun organisatie bezig was met een belangrijke vraag: welke rol willen wij spelen richting het onderwijs? De vraag vanuit scholen verandert. Waar NDE-centra vroeger vooral lessen of projecten aanboden, zoeken scholen nu vaker partners die meedenken over structurele verandering. Voor De Koppel betekent dat opnieuw kijken naar hun positie. Hoe sluiten ze aan bij het onderwijs? Waar ligt hun kracht? En hoe kunnen ze die verder ontwikkelen? 

Het leertraject helpt om die vragen niet alleen te stellen, maar ook te verdiepen. Door theorie te koppelen aan praktijk en door in gesprek te gaan met andere organisaties, ontstaat er meer inzicht in de verschillende rollen die NDE-centra kunnen vervullen: van aanbieder tot verbinder en strategisch partner. 

Juist die gezamenlijke verkenning maakt het waardevol. Het helpt om los te komen van de dagelijkse praktijk en met meer afstand te kijken naar waar je als organisatie eigenlijk naartoe werkt. 

De Koppel vanuit de lucht met het uitzicht op de Vecht.

Sessie #5: leren van elkaar en je verhaal vertellen 

De vijfde sessie stond in het teken van uitwisseling, reflectie en storytelling. Deelnemers gingen met elkaar in gesprek over hun praktijk en werkten aan manieren om hun verhaal duidelijker te maken. Voor Ans zat de kracht vooral in de gesprekken.

“Je hoort hoe anderen het aanpakken en dan denk je: hé, dat herken ik. Of: dat zouden wij ook eens kunnen proberen.” 

Door steeds met andere deelnemers te spreken, ontstaat er een breder beeld van wat er speelt in de sector. Niet alleen in termen van activiteiten, maar ook in de manier waarop organisaties zich ontwikkelen en positioneren richting scholen en partners. 

Die uitwisseling zorgde ook voor nieuwe inzichten in het eigen werk. Door te horen hoe anderen hun rol invullen, werd duidelijker waar De Koppel zelf al sterk in is, en waar nog kansen liggen om verder te groeien. 

Wat Miriam en Ans ook opviel was dat zij, maar ook veel andere NDE-organisaties vaak bescheiden zijn over hun werkzaamheden en over wat zij kunnen. “Wij denken vaak: wat stellen wij nou eigenlijk voor? Terwijl we eigenlijk heel professioneel werk doen.” Die bewustwording raakt aan een bredere ontwikkeling in de sector: de stap van uitvoerend naar meer strategisch en zichtbaar werken, en dit dus ook echt laten zien.  

Jonge bezoekers van de Koppel

Storytelling als spiegel 

In de middag gingen de deelnemers aan de slag met een storytelling-oefening. In korte tijd werkten ze aan een verhaal dat de kern van hun werk raakt. Het ging niet om perfectie, maar om scherpte: waar sta je voor, wat doe je, en waarom is dat belangrijk? 

Juist dat bleek waardevol. Door het verhaal terug te brengen tot de essentie, werd duidelijker hoe breed en betekenisvol het werk eigenlijk is. Voor Ans en Miriam werkte de oefening als een soort spiegel. Het hielp om woorden te geven aan wat vaak vanzelfsprekend voelt in de dagelijkse praktijk. Ook hier gold weer soms even die stap terugnemen is zo ontzettend belangrijk. Dan pas ga je zien wat je eigenlijk allemaal al doet. 

Daarnaast maakte het zichtbaar hoe belangrijk het is om dat verhaal ook naar buiten toe goed te kunnen vertellen; richting scholen, gemeenten en partners. Niet alleen om zichtbaar te zijn, maar ook om beter samen te kunnen werken. 

Betekenis voor de NDE-sector 

Het verhaal van Ans en Miriam laat zien waar de sector zich bevindt: midden in een ontwikkeling. NDE-organisaties bewegen van aanbieder naar partner, van uitvoerder naar verbinder. Het leertraject helpt om die beweging bewuster en professioneler te maken. Door ervaringen te delen ontdekken organisaties dat veel vraagstukken herkenbaar zijn.  

Tegelijkertijd ontstaat er een gezamenlijke taal om over die ontwikkeling te praten over rollen, samenwerking en positionering. Dat draagt bij aan de professionalisering van de sector. Niet alleen op inhoud, maar ook in hoe organisaties zich presenteren en samenwerken. 

Ook helpt het om zichtbaarder te worden. Want wat NDE-organisaties doen, is vaak groter en professioneler dan ze zelf denken. Voor Ans en Miriam betekent het traject vooral dat ze anders kijken naar hun eigen werk. Niet als losse activiteiten, maar als onderdeel van een bredere beweging richting duurzaam onderwijs. 

Zoals Miriam het verwoordt: 

“Door met andere centra in gesprek te gaan, zie je niet alleen nieuwe mogelijkheden, je ontdekt ook beter wat je zelf al in huis hebt.” 

Interesse?

In september 2026 verwachten we te starten met een nieuwe ronde van het leertraject.

Wil je meer weten?
Mail naar Simone Kleinhout:
s.kleinhout@vereniginggdo.nl

Of meld je direct aan via het aanmeldformulier 

Succesvol leertraject krijgt vervolg: aanmelden kan nog

Hoe versterk je als NDE-organisatie je positie richting scholen, gemeenten en lokale partners? En hoe zorg je dat jouw kennis en aanbod beter aansluiten bij onderwijs en gemeentelijk beleid? In september 2026 start een nieuwe ronde van het leertraject Rolontwikkeling NDE-organisaties. Leden van ons netwerk kunnen zich hiervoor nog tot 6 juli aanmelden. Meld je hier aan

De eerste groep van vijftien deelnemers rondde het traject in mei met veel enthousiasme af. Zij waardeerden vooral de combinatie van inhoudelijke verdieping, praktijkgerichte werkvormen, reflectie en uitwisseling met andere NDE-organisaties. Het traject hielp hen om nieuwe kansen te zien, gesprekken binnen de eigen organisatie en gemeente op gang te brengen en concrete vervolgstappen te bepalen.

Ben je benieuwd welke kansen er voor jouw organisatie liggen en wil je samen met andere GDO-leden werken aan een sterkere rol voor NDE? Meld je dan aan voor de nieuwe ronde die in september van start gaat.

Hoe kijken de deelnemers terug op wat het leertraject heeft gebracht?

Gemene deler in de terugblik van de deelnemers is dat het leertraject nieuwe kennis, inspiratie en inzichten heeft geboden voor de eigen situatie en de kansen voor rolontwikkeling. Zoals deelnemers schetsen, is hun ‘rugzak gevuld’ om naar de eigen situatie te kijken, hiermee verder te gaan en anders in gesprek te komen met scholen, partners en verschillende gemeentelijke beleidsafdelingen.

Het leertraject heeft ervoor gezorgd dat er een duidelijkere richting is voor de rolontwikkeling en dat de eerste vervolgstappen helder zijn. Daarnaast werd duidelijk dat het leertraject, met terugkerende bijeenkomsten over een periode van een aantal maanden en aandacht voor inspiratie en reflectie, de ruimte biedt die nodig is om een dergelijke ontwikkeling te voeden en te begeleiden. Ook heeft het de onderlinge banden binnen het GDO-netwerk versterkt, waardoor deelnemers elkaar beter weten te vinden.

Diversiteit aan deelnemers, diversiteit aan ontwikkelingen

Wat opvalt, is dat de diversiteit van deelnemers verbindend werkt. Ook al werk je vanuit een heel andere organisatie, als stichting of als onderdeel van de gemeente, er is herkenning in de vraagstukken die je tegenkomt als je in ontwikkeling bent en op zoek bent naar nieuwe rollen. Daarmee zorgt het leertraject ook voor een versteviging van het netwerk en de kennisdeling binnen ons netwerk.

Want hoe divers we ook zijn, veel processtappen en vraagstukken rond rolontwikkeling zijn erg vergelijkbaar. De een kan leren van de formele of strategische stappen van de ander, terwijl de ander weer geïnspireerd kan raken door de flexibiliteit en creativiteit van een ander.

Vragen die in het traject aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld: hoe kun je je rol verstevigen in relatie tot scholen? Hoe kun je die rol ontwikkelen in het samenspel met het onderwijs en aansluiten bij gemeentelijk beleid op verschillende vlakken? En wat is ervoor nodig om ruimte te maken voor deze ontwikkeling? Hoe kun je met wat je doet het beste aansluiten bij wat een school nodig heeft? Hoe ga je dat gesprek aan?

Allerlei vragen die in het leertraject aan de orde zijn gekomen en waarop deelnemers, met de aangereikte kennis en ervaringen, gaandeweg antwoorden zijn gaan formuleren voor hun eigen organisatie.

Het leertraject is een begin

Deze rolverkenning en -ontwikkeling binnen het leertraject is het begin van een grotere ontwikkeling waarin NDE-organisaties een nieuwe positie innemen ten opzichte van het onderwijs, gemeentelijke vraagstukken en beleid en lokale partners.

Meer informatie over het leertraject is hier de vinden

Voor vragen over het nieuwe leertraject of de leerkring kun je terecht bij Simone of Nienke

s.kleinhout@vereniginggdo.nl

n.martinus@vereniginggdo.nl

Een warme Netwerkdag in alle opzichten

Terwijl de vogels in Avifauna zich klaarmaakten voor een broeierige dag, druppelden de eerste deelnemers binnen voor de eerste gezamenlijke Netwerkdag van Vereniging GDO en vSKBN. Op het programma stond het meerjarenplan, een inspiratiemarkt en vooral veel gelegenheid om elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan.

Dat netwerken bleek al snel vanzelf te gaan. Gedurende de dag werd duidelijk dat de onderlinge verbinding tussen NDE-organisaties en stads- en kinderboerderijen zeer sterk is. Een deelnemer vertelde: “Eigenlijk werd vandaag heel duidelijk dat we veel meer raakvlakken hebben dan je misschien vooraf denkt. En dat er ook veel behoefte is om meer samen op te trekken.” Een andere deelnemer gaf aan dat het zonde is om steeds opnieuw het wiel uit te vinden, terwijl er binnen beide verenigingen zoveel kennis en ervaring aanwezig is.

Samenkracht

De leden van vSKBN en GDO werden welkom geheten door Arjan Klopstra, die het programma van de dag toelichtte. Vervolgens kwam John de Hoon, directeur van Avifauna, aan het woord. Hij vertelde over de vijf ideële doelstellingen van het vogelpark: onderzoek, vogelopvang, biodiversiteit, natuur en educatie. Daarmee liet hij zien hoe Avifauna enerzijds een duidelijke educatieve rol vervult, maar zich tegelijkertijd ook inzet voor bijvoorbeeld de opvang van inbeslaggenomen vogels.

Daarna nam Hak van Nispen het woord. Als directeur van beide verenigingen was hij de logische persoon om in vogelvlucht het meerjarenplan toe te lichten. Hij vertelde hoe de ledenpeiling heeft bijgedragen aan de richting die nu wordt gekozen. Ook ging hij in op de vraag hoe GDO en vSKBN samen hun rol kunnen innemen in de samenleving, welke opgaven er liggen en hoe we die gezamenlijk kunnen oppakken.

In de presentatie had één woord duidelijk de boventoon: samen. Samen in de samenleving, lokaal en dichtbij. Samen binnen onze netwerken, landelijk en regionaal. En samen tussen onze organisaties. Dat werd vertaald naar verschillende grote doelen die alleen haalbaar zijn als we daar gezamenlijk aan werken. Niet voor niets was de titel van de presentatie: Samenkracht.

Inspiratie

Na de presentatie was het tijd voor de inspiratiemarkt. Met maar liefst vijftien tafels was er volop gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan over thema’s, lopende projecten en vragen uit de praktijk. Er werd veel uitgewisseld en gaandeweg werd steeds duidelijker hoeveel kruisbestuiving er is tussen de verschillende netwerkens.

Zoals een deelnemer het mooi samenvatte: “We willen in de kern vaak hetzelfde. Je kan benadrukken wat verschillend is , terwijl het juist waardevol is om te kijken waar we samen voor staan.” Lokaal  lopen we tegen vergelijkbare uitdagingen en kansen aan. Juist daarom is het belangrijk om elkaar nog beter te vinden en kennis, ervaringen en oplossingen met elkaar te delen.

Na anderhalf uur vol uitwisseling op de inspiratiemarkt was het tijd voor de lunch. Ook daar gingen de gesprekken gewoon door, want de gesprekstof was duidelijk nog lang niet op. Wat opviel, was hoe gemakkelijk mensen elkaar vonden. De gedeelde thema’s en uitdagingen zorgden snel voor herkenning en verbinding.

Samen verder

Na de lunch begeleidden medewerkers van Avifauna de deelnemers door het park. Daar werd opnieuw zichtbaar hoe natuur, dieren en educatie samen komen op een plek waar bezoekers worden uitgenodigd om anders naar de wereld om hen heen te kijken. Ook werd duidelijk dat niet alleen de deelnemers, maar ook sommige vogels last hadden van de hitte.

De eerste gezamenlijke Netwerkdag was een geslaagde dag en een mooie stap in de richting die GDO en vSKBN samen willen inslaan. De dag liet zien dat de verbinding tussen de verenigingen lokaal en in de praktijk al volop aanwezig is. Nu is het zaak die verbinding verder te versterken, kennis en ervaringen nog beter te delen en gezamenlijk te werken aan de maatschappelijke opgaven die voor ons liggen.

De komende maanden gaan we hier verder over in gesprek en tijdens de ALV’s van beide verenigingen zal het meerjarenplan ter besluitvorming voorliggen. Wanneer je meer informatie wil of suggesties hebt over het meerjarenplan, dan kun je contact opnemen met netwerkcoordinator Arjan Klopstra via a.klopstra@vereniginggdo.nl.

Vereniging GDO steunt manifest voor landelijke groennormen: ‘Versteende buurten worden gevaarlijk heet’

Ruim 800.000 Nederlanders wonen in sterk versteende buurten met te weinig openbaar groen. Tegelijkertijd leidt hittestress volgens het RIVM nu al tot circa 250 extra sterfgevallen per jaar. Zonder aanvullende maatregelen kan dat aantal oplopen tot 3.800 sterfgevallen per jaar in 2050.

Daarom heeft Vereniging GDO samen met zestien andere maatschappelijke organisaties het manifest Groene ruimte, koele steden ondertekend. Met dit manifest roepen we het kabinet op om landelijke minimumnormen voor groen en bomen vast te leggen en gemeenten financieel en beleidsmatig te ondersteunen bij de vergroening van de openbare ruimte.

Want groen is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde voor gezonde, leefbare en toekomstbestendige buurten.

Groene ruimte, koele steden

Het manifest Groene ruimte, koele steden werd gepresenteerd tijdens het hittesymposium van de Hogeschool van Amsterdam. Naast Vereniging GDO ondertekenen onder andere Natuur & Milieu, Aedes, Woonbond, Vereniging Eigen Huis, Nationaal Huidfonds, Jantje Beton, Hogeschool van Amsterdam, ANBO-PCOB, IVN Natuureducatie, Beweegalliantie, Werklandschappen van de Toekomst, ANWB, FNV, Trees for All, JOGG en Klimaatverbond Nederland het manifest.

Ook start er een landelijke petitie waarmee inwoners hun steun kunnen uitspreken voor meer groen en verkoeling in hun buurt.

Waarom deze oproep nodig is

Nederland krijgt steeds vaker te maken met langdurige hittegolven. In dichtbebouwde buurten kan het tot 8 graden warmer zijn dan in het buitengebied, blijkt uit cijfers van de Atlas voor de Leefomgeving. Op straat kan de gevoelstemperatuur tijdens hete dagen oplopen tot wel 45 graden.

Dat heeft gevolgen voor de gezondheid, maar ook voor de leefbaarheid van buurten. Mensen blijven vaker binnen, pleinen en straten worden minder bruikbaar en kinderen kunnen minder prettig buitenspelen of buiten leren. Juist in versteende buurten ontbreken vaak bomen, schaduwrijke plekken en toegankelijk groen.

Groene buurten helpen om hitte te verminderen, water beter op te vangen, biodiversiteit te versterken en ruimte te maken voor ontmoeting, beweging, spel en educatie.

Landelijke regie nodig voor gezonde buurten

Gemeenten werken op veel plekken al aan vergroening, klimaatadaptatie en gezonde leefomgevingen. Maar de opgave is groot. Zeker in buurten waar de verstening het sterkst is en de ruimte schaars is, kunnen gemeenten dit niet alleen.

Daarom roept de coalitie de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening op om:

  • landelijke minimumnormen voor groen en boomkroonbedekking vast te leggen;
  • gemeenten financieel en beleidsmatig te ondersteunen bij vergroening;
  • een actieplan op te stellen om uiterlijk in 2035 de meest versteende buurten aan te pakken.

Met landelijke regie ontstaat er meer duidelijkheid, meer samenhang en meer slagkracht om buurten gezonder, groener en hittebestendiger te maken.

Sluit je aan bij de oproep

Ook inwoners kunnen hun steun uitspreken voor meer groen en verkoeling in buurten. Met de landelijke petitie laten we samen zien dat gezonde, groene en hittebestendige buurten breed gedragen worden.

Teken de petitie en steun de oproep voor landelijke groennormen.

Wat doet Vereniging GDO voor groene leef- en leeromgevingen?

Vereniging GDO zet zich samen met haar leden in voor natuur- en duurzaamheidseducatie in heel Nederland. Onze leden brengen kinderen, jongeren en inwoners in contact met natuur, duurzaamheid en hun eigen leefomgeving.

Dat gebeurt onder andere via:

  • educatieve programma’s over natuur, klimaat, water, biodiversiteit en duurzaamheid;
  • ondersteuning van scholen bij groene en duurzame leeromgevingen;
  • samenwerking met gemeenten rond bewustwording, participatie en inwonersbetrokkenheid;
  • lokale activiteiten die kinderen en bewoners helpen om zelf bij te dragen aan een groene buurt;
  • kennisdeling tussen natuur- en duurzaamheidsorganisaties in het hele land.

Zo werken we aan buurten waar mensen niet alleen prettiger en gezonder kunnen wonen, maar waar kinderen ook kunnen leren, spelen, ontdekken en opgroeien met natuur dichtbij.

Update 22 juni 2026: motie over groennorm naar de Tweede Kamer

De oproep voor landelijke groennormen heeft vrijwel direct politieke opvolging gekregen. Op dinsdag 16 juni diende Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (SP) tijdens een debat over natuurbeleid een motie in die nauw aansluit bij het manifest.

In de motie verzoekt zij de regering om een plan uit te werken voor een groennorm voor stedelijke gebieden, gericht op het tegengaan van hittestress. Daarbij verwijst zij expliciet naar de 800.000 mensen die in sterk versteende buurten met te weinig openbaar groen wonen.

De motie kreeg van de minister het oordeel ‘Oordeel Kamer’. Dat betekent dat het kabinet de beslissing aan de Tweede Kamer laat en de motie niet ontraadt. De stemming staat gepland voor dinsdag 23 juni 2026.

Een belangrijke eerste politieke stap richting landelijke afspraken die gemeenten helpen om buurten groener, gezonder en beter bestand tegen hitte te maken.

Gemeente Wageningen wint de Gouden Wortel 2026, Leiden ontvangt Publieksprijs

Tijdens de Week van de Schooltuin zijn de winnaars van de Gouden Wortel 2026 bekendgemaakt. De gemeente Wageningen mag zich dit jaar winnaar noemen van de Gouden Wortel 2026. De Publieksprijs ging naar de gemeente Leiden, die met een inspirerende videovlog veel stemmen wist te verzamelen.

De Gouden Wortel is een initiatief van de Alliantie Schooltuinen en het programma Jong Leren Eten. Vereniging GDO is als kernlid actief betrokken bij de Alliantie Schooltuinen en zet zich samen met partners in voor sterk, toegankelijk en toekomstbestendig schooltuinonderwijs.

Meer dan 100 jaar schooltuinen

Schooltuinen hebben in Nederland een lange traditie. Al meer dan een eeuw ontdekken kinderen via schooltuinen hoe voedsel groeit en welke rol natuur, biodiversiteit en gezonde voeding spelen in hun dagelijks leven. Door zelf te zaaien, verzorgen en oogsten ervaren leerlingen van dichtbij hoe de natuur werkt.

Schooltuinen zijn bovendien plekken waar verschillende maatschappelijke thema’s samenkomen. Denk aan klimaat, water, gezondheid, vergroening, afval en biodiversiteit. Tegelijkertijd stimuleren ze belangrijke vaardigheden zoals samenwerken, taal, rekenen, verantwoordelijkheid nemen en geduld hebben.

Gemeenten maken het verschil

Goede schooltuinprogramma’s vragen om samenwerking en ondersteuning. Gemeenten spelen daarin vaak een sleutelrol, bijvoorbeeld door grond beschikbaar te stellen, financiering mogelijk te maken of langdurige samenwerkingen met scholen en lokale partners op te bouwen.

Met de Gouden Wortel willen de initiatiefnemers inspirerende voorbeelden zichtbaar maken en andere gemeenten stimuleren om schooltuinieren structureel te ondersteunen. Voor de editie van 2026 maakten gemeenten een videovlog waarin zij lieten zien hoe zij schooltuinen ondersteunen én welke ambities zij hebben voor de toekomst.

Wageningen wint juryprijs

Volgens de jury sprong Wageningen er dit jaar duidelijk uit. De gemeente laat zien dat schooltuinieren niet draait om losse projecten, maar onderdeel kan zijn van een bredere visie op onderwijs, gezondheid en inclusie.

De jury prees vooral de structurele ondersteuning vanuit de gemeente, de inzet van deskundige moestuinprofessionals en de sterke verbinding met scholen en ouders. Ook de focus op inclusiviteit maakte indruk.

Wethouder Bijleveld verwoordde het als volgt:

“Het is mooi om te zien hoe leerlingen met hun handen in de aarde gaan en van alles leren over de zorg voor zichzelf, elkaar en hun omgeving.”

Volgens de jury laat Wageningen daarmee zien dat “de tuin écht de school is”.

Leiden wint Publieksprijs

De Publieksprijs van de Gouden Wortel 2026 ging naar Leiden. Het publiek reageerde enthousiast op de manier waarop de gemeente in haar vlog liet zien hoe schooltuinen verschillende generaties verbinden.

Van ervaren vrijwilligers tot jonge scholieren: de schooltuinen leven breed in de stad. Vooral de zelfstandigheid die kinderen krijgen sprak veel stemmers aan. Leerlingen worden gestimuleerd om ook buiten schooltijd zelfstandig naar de tuin te gaan. Daardoor groeien de schooltuinen uit tot een levendige ontmoetingsplek en een vanzelfsprekend onderdeel van de groene stad.

Samen bouwen aan de toekomst van schooltuinen

De Gouden Wortel laat zien hoeveel mooie initiatieven er in Nederland zijn rondom schooltuinieren. Zowel Wageningen als Leiden tonen op hun eigen manier hoe gemeenten, scholen, vrijwilligers en lokale partners samen kunnen werken aan betekenisvol groen onderwijs.

Van harte gefeliciteerd aan alle betrokken gemeenten, scholen, moestuinprofessionals, vrijwilligers en leerlingen met deze mooie erkenning!

Eco-Schools is vanaf nu onderdeel van GDO 

Op steeds meer scholen in Nederland zie je het gebeuren: leerlingen die niet wachten tot iemand iets verandert, maar zelf in actie komen. Deze leerlingen zijn bijvoorbeeld actief in een Eco-Team. Daar onderzoeken ze wat er rondom 10 duurzame thema’s beter kan op hun school. Ze organiseren activiteiten om andere leerlingen te betrekken en gaan in gesprek met docenten, de directie en soms zelfs de gemeente. Wat begint als een klein initiatief, groeit uit tot iets dat zichtbaar impact maakt in de hele school. 

En precies dat maakt Eco-Schools zo bijzonder. Duurzaamheid komt zo niet van buiten naar binnen, maar ontstaat van binnenuit.  Dat sluit goed aan bij waar we ons binnen het GDO-netwerk dagelijks voor inzetten. Natuur- en duurzaamheidseducatie op een manier die echt landt bij leerlingen.  Niet als losse activiteit, maar als iets dat onderdeel wordt van denken, doen, op school en in het dagelijks leven. 

Daarom zijn we ontzettend blij dat Eco-Schools sinds kort bij Vereniging GDO hoort. Een mooie stap want binnen het GDO-netwerk komt alles samen: lokale betrokkenheid, sterke verbindingen met scholen en de passie om NDE nog meer te verankeren in het onderwijs. 

Waar het programma eerder werd uitgevoerd door SME, krijgt Eco-Schools binnen GDO een plek midden in het netwerk. Zo kunnen we scholen nog beter ondersteunen met lokale begeleiding, praktische tools, goede voorbeelden en inspiratie. Samen bouwen we verder aan scholen waar leerlingen niet alleen leren over duurzaamheid, maar er ook zelf mee aan de slag gaan. 

Van een vraag naar een eigen project 

Een project van een Eco-team begint vaak met een vraag. Waarom gooien we alles bij elkaar weg? Kan het schoolplein groener? Waar komen onze (school)spullen vandaan? Leerlingen krijgen de ruimte om die vragen te onderzoeken. Zij doen dit met hun hoofd, hart en handen. Ze verdiepen zich in wat er speelt op hun school, ontdekken wat zij daarvan vinden en komen vervolgens zelf in actie om positieve verandering te brengen. 

Daarin zit de kracht van Eco-Schools. Waar een gastles of projectweek iets in beweging kan zetten, helpt Eco-Schools om die beweging vast te houden. Leerlingen nemen het voortouw, maken plannen en voeren die ook uit. Ook docenten spelen daarin een belangrijke rol. In één van de stappen verkennen zij hoe duurzame thema’s structureel onderdeel zijn van het curriculum en maken zij een verbeterplan. Zo groeit duurzaamheid van losse activiteiten naar een doorlopend en geborgd proces in de school. Juist dat eigenaarschap maakt het verschil: leerlingen ervaren dat ze zelf invloed hebben en zien hun ideeën terug in de praktijk. 

De rol van het GDO-netwerk 

Precies op het moment dat leerlingen die rol pakken, verandert ook de rol van NDE-organisaties. Waar NDE-organisaties van oudsher vooral aanbieder waren van lesmaterialen, groeien zij steeds meer toe naar een rol als partner, aanjager en soms zelfs makelaar in het lokale netwerk. Niet alleen iets komen brengen, maar vooral helpen zorgen dat het geheel gaat werken: door scholen, gemeenten en lokale initiatieven met elkaar te verbinden en te versterken. 

Daar sluit Eco-Schools prachtig op aan. Het programma vraagt niet alleen om inspiratie, maar juist ook om procesbegeleiding, structuur en samenhang. Om iemand die met de school meedenkt, het proces helpt bewaken en de juiste verbindingen legt met kansen en ontwikkelingen in de schoolomgeving. 

En precies daar ligt de kracht van ons netwerk. NDE-organisaties kennen de lokale context, weten wat er speelt bij scholen en hebben het netwerk om initiatieven verder te brengen. Daarom vervullen verschillende GDO-leden de rol van regionale Eco-Schools begeleider. Ook kan een NDE-organisatie binnen hun lokale scholennetwerk Eco-Schools onder de aandacht brengen. 

Samen verder bouwen 

De overgang van Eco-Schools naar GDO is daarmee niet alleen een verandering op papier, maar vooral een kans om de impact van het netwerk verder te verdiepen. Om als NDE-organisaties nog sterker de rol te pakken van partner, aanjager en soms zelfs makelaar in het lokale netwerk. Maar ook om leerlingen een actieve rol te geven in de duurzame verandering die we samen nastreven. 

We merken steeds meer dat de beweging er al ist. Maar met Eco-Schools binnen GDO kunnen we die beweging nog gerichter ondersteunen, beter met elkaar verbinden en samen meer kracht geven. Wil je Eco-Schools onder de aandacht brengen bij scholen in jouw netwerk? Dan vind je op de website kant-en-klaar communicatiemateriaal, zoals teksten voor de NDE-gids of website, een nieuwsbrieftekst, foto’s en een promotietekst voor het inspiratiewebinar op 8 oktober.  

Ben je benieuwd wie in jouw omgeving de rol van regionaal Eco-Schools begeleider vervult, of welke scholen al meedoen? Neem dan contact op via info@eco-schools.nl of kijk op de communitypagina op de website. Heb je vragen of suggesties over de overdracht van Eco-Schools van SME naar GDO? Neem dan contact op met Eva en Arjan via mientjes@eco-schools.nl of a.klopstra@vereniginggdo.nl. Zo maken we van deze overgang niet alleen een organisatorische stap, maar vooral een gezamenlijke kans om duurzaam onderwijs lokaal nog sterker te verankeren.

Interview GDO-Leertraject #4: Suzanne Stolk van Weizigt 

De wereld van Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE) staat niet stil. Steeds vaker zoeken scholen naar partners die verder gaan dan losse lessen en projectaanbod. Dat vraagt om samenwerking op strategisch niveau, om duurzame verankering in visie, beleid en praktijk. Het nieuwe GDO-leertraject ondersteunt NDE-centra in het verkennen en versterken van hun rol in relatie tot het onderwijs.   

Vandaag gingen we in gesprek met Suzanne Stolk die vertelt over de vierde sessie. 

Wie is de deelnemer? 

Suzanne Stolk werkt bij Weizigt in Dordrecht, waar zij sinds begin dit jaar de functie van adviseur en programmacoördinator educatie heeft. Ze werkt er inmiddels bijna acht jaar. Daarvoor deed zij ervaring op bij andere organisaties voor natuur- en milieueducatie, onder meer bij de gemeente Delft. Die lange ervaring in het NDE-werkveld neemt ze mee in een periode waarin haar eigen rol en de rol van Weizigt in beweging zijn. 

Weizigt is een brede organisatie met een stadsboerderij, tuinen, publieksactiviteiten, lessen voor scholen en projecten in de wijken. Het terrein ligt direct achter station Dordrecht en trekt veel bezoekers, vooral uit de stad zelf. Naast het klassieke educatieve aanbod voor scholen organiseert Weizigt activiteiten rond onder meer vergroening, afval, water, dieren en talentontwikkeling in de wijk. Suzanne beschrijft het als een rijke plek, maar ook als een plek waar veel tegelijk gebeurt. 

Ook persoonlijk is natuur voor haar een constante factor. Ze wandelt graag, is actief in de voedselbossenbeweging en zoekt in haar vrije tijd regelmatig natuurgebieden op. Die betrokkenheid sluit aan bij haar werk: niet alleen kennis overdragen, maar ook ruimte maken voor verwondering, betrokkenheid en praktische verandering. 

Links: Anneke van Veen, schrijfster van het boekje ‘De tuin met Stip’ waarbij i.s.m. andere centra/GDO een lespakket is ontwikkeld.  Midden: Suzanne Stolk Rechts: wethouder Tanja de Jonge van gemeente Dordrecht. 

De leervraag van het leertraject 

De deelname aan het leertraject sluit voor Suzanne direct aan bij de ontwikkeling van haar functie. Toen zij bij Weizigt begon, was haar rol nog breed en soms onduidelijk. Ze werkte als projectmedewerker, maar nam in de praktijk ook coördinerende en adviserende taken op zich. Met haar nieuwe functie als adviseur en programmacoördinator past het leertraject bij de vraag hoe zij die rol steviger kan invullen. 

Tegelijkertijd speelt er binnen Weizigt een bredere ontwikkeling. De organisatie is traditioneel sterk als aanbieder van educatie aan scholen. Er zijn lessen op het terrein, lesmaterialen die scholen kunnen lenen en vaste programma’s rond thema’s als boerderijdieren, bodem, water en afval. Maar Suzanne ziet dat het gebruik van het klassieke aanbod verandert. Een deel van de scholen maakt veel gebruik van Weizigt, een deel komt af en toe, en een groep scholen wordt nauwelijks bereikt. De organisatie wil daarom de contacten met scholen opnieuw versterken. 

Daarbij gaat het niet alleen om meer scholen bereiken, maar ook om scherper kiezen. Weizigt heeft het bestaande aanbod laten analyseren en kijkt welke lessen en materialen nog voldoende worden gebruikt. Dat vraagt soms om lastige beslissingen. Een lesmateriaal dat nog door één school wordt geleend, kan waardevol voelen, maar het kost ook tijd en aandacht om het in stand te houden. Suzanne zegt daarover: “Je moet ruimte creëren voor nieuwe dingen, maar afscheid nemen van oude dingen doet ook pijn.” 

Een belangrijk inzicht uit het leertraject is dat Weizigt niet alleen kan blijven werken vanuit de rol van aanbieder. De organisatie zoekt naar een betere balans tussen aanbieden, adviseren, begeleiden en samenwerken. Projecten zoals Afvalvrije School, een project dat scholen helpt om het duurzaamheidsbeleid tastbaar en concreet te maken door leerlingen bewust te maken van de waardevolle grondstoffen, laat al zien hoe Weizigt meer partner kan zijn van scholen. De vervolgvraag is hoe die rol bewuster en zichtbaarder kan worden gemaakt. Scholen moeten immers ook weten dat Weizigt meer kan bieden dan een les of leskist. 

Sessie 4: Organisatieontwikkeling en relatie met de gemeente 

In de 4e sessie deelden Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem, deelnemers aan de Pilot Combinatiefunctie van GDO hun ervaringen met organisatieontwikkeling en hoe daar ruimte voor te maken. Voor Suzanne zat de waarde van die sessie vooral in het concrete voorbeeld van organisaties die niet alleen praten over rolverandering, maar daar ook tijd en functie-invulling voor organiseren. 

De combinatiefunctionaris, een bruggenbouwer die scholen ondersteunt bij het integreren van duurzaamheid in het onderwijs, laat zien dat vernieuwing in NDE-werk niet iets is wat er zomaar “bij” kan. Wie dichter op scholen wil werken, meer wil adviseren of nieuwe vormen van samenwerking wil verkennen, heeft daarvoor ruimte nodig in de organisatie. Dat herkende Suzanne sterk. Niet omdat Weizigt dezelfde vorm direct kan overnemen, maar omdat de onderliggende vraag dezelfde is: hoe voorkom je dat goede ideeën verdwijnen in de drukte van het dagelijkse programma? 

Wat haar ook bijbleef, was de nuchtere manier waarop Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem vertelden over zoeken, uitproberen en leren. De pilot maakte duidelijk dat een nieuwe rol niet in één keer vastligt. Het vraagt om aftasten: wat hebben scholen nodig, waar ligt de meerwaarde van een NDE-organisatie en welke positie neem je dan in als professional? 

Voor Suzanne bevestigde de sessie dat ontwikkeling niet alleen inhoudelijk is, maar ook organisatorisch. Het gaat niet alleen om andere activiteiten bedenken, maar om tijd vrijmaken, keuzes expliciet maken en intern bespreken wat een nieuwe rol vraagt van medewerkers. Juist dat maakte de sessie bruikbaar voor haar eigen werk: het gaf taal aan een verandering die bij Weizigt al voelbaar is, maar nog verder vorm moet krijgen. 

Wil je meer weten over deze pilot? We hebben samen met Utrecht Natuurlijk en Natuurcentrum Arnhem een handreiking gemaakt. In deze handreiking hebben we praktijkervaringen, inzichten en concrete tips gebundeld. Bekijk hem hier.  

Betekenis voor de NDE-sector 

Het verhaal van Suzanne raakt aan een bredere beweging in de NDE-sector. Veel centra herkennen de spanning tussen het bestaande aanbod en de veranderende praktijk van scholen. Klassieke lessen en materialen hebben nog steeds waarde, maar de omstandigheden zijn veranderd. Scholen hebben minder ruimte, meer verplichtingen en praktische drempels, zoals vervoer. Voor een locatie als Weizigt is dat extra relevant: het terrein is juist een sterke leeromgeving, maar niet elke school kan er gemakkelijk komen. 

Daarmee staat de sector voor een dubbele opdracht. Aan de ene kant blijft de kracht van NDE heel concreet: kinderen naar buiten brengen, werken met echte materialen, leren op een plek waar natuur, dieren, water en bodem tastbaar zijn. Aan de andere kant vraagt de huidige tijd om andere vormen van samenwerking. Niet alleen een les aanbieden, maar ook meedenken met scholen, verbinding leggen met thema’s als afval, vergroening en duurzaamheid, en helpen om die thema’s een plek te geven in de schoolpraktijk. 

Suzanne ziet dat veel NDE-organisaties hierin zoekende zijn. Juist daarom vindt zij begeleide uitwisseling waardevol. Niet alleen praten met collega’s uit het veld, maar samen werken met modellen, casussen en gerichte vragen. Dat helpt om voorbij het uitwisselen van zorgen te komen en daadwerkelijk richting te geven aan ontwikkeling. 

Daarbij klinkt ook een bredere oproep door: de sector mag zichtbaarder en zelfbewuster worden. Volgens Suzanne is NDE van oudsher bescheiden. Mensen in het werkveld zijn vaak sterk vanuit inhoud, verwondering en betrokkenheid, maar minder gewend om stevig te laten zien welke maatschappelijke waarde hun werk heeft. Terwijl juist natuur, duurzaamheid en onze leefomgeving raken aan de basis van het bestaan. 

Voor Weizigt betekent dit voorlopig: scherp kiezen, schoolcontacten versterken, ruimte maken voor nieuwe rollen en tegelijk behouden wat werkt. Voor de NDE-sector als geheel laat het zien dat ontwikkeling niet begint met grote woorden, maar met eerlijke vragen: wat bouwen we op, wat bouwen we af en hoe blijven we van waarde voor scholen, kinderen en de samenleving? 

Nieuwe inschrijvingen

In september 2026 starten we een nieuwe ronde van dit leertraject. Heb je hier interesse in? Stuur een mail naar Simone: s.kleinhout@vereniginggdo.nl

Heb je interesse in het leertraject? Meld je dan aan via dit formulier

Website gerealiseerd door Daily Creative Agency