Overal beginnen planten weer te groeien en ook op veel scholen gaan leerlingen weer naar buiten om te ontdekken wat er leeft in de natuur. Voor scholen die leerlingen actief willen laten leren over natuur, voeding en biodiversiteit, is schooltuinieren een krachtige en praktische manier die bijdraagt aan de brede ontwikkeling van het kind.
Met de Modelinterventie Schooltuinieren, ontwikkeld door onder andere Vereniging GDO, krijgen leerlingen uit groep 5 tot en met 8 de kans om zelf te ervaren hoe voedsel groeit. Door zelf te zaaien, verzorgen en te oogsten ontdekken leerlingen waar hun eten vandaan komt en ontwikkelen ze gezonde eetgewoonten en respect voor de natuur.
De interventie is in november 2024 erkend als ‘Goed onderbouwd’ door de Erkenningscommissie Jeugdgezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering. Daarmee behoort het programma tot één van de erkende interventies die scholen kunnen inzetten om gezondheid en positieve ontwikkeling bij leerlingen te stimuleren. Zo kunnen scholen die werken aan het thema Milieu en Natuur deze interventie bijvoorbeeld inzetten als erkende Gezonde School-activiteit binnen de Gezonde School-aanpak.
Leren door te doen in de schooltuin
Binnen een schooltuinprogramma krijgen leerlingen, groep 5 tot en met 8, een eigen tuintje of werken ze samen in kleine groepjes. Daar zaaien ze verschillende gewassen, verzorgen ze de planten en volgen ze het groeiproces gedurende het seizoen. Gedurende minimaal drie maanden komt de klas 10 tot 12 keer naar de schooltuin. Tijdens deze lessen leren leerlingen onder andere:
- hoe groenten groeien
- hoe ze planten moeten verzorgen
- welke dieren en insecten in de tuin leven
- hoe voedsel van de grond uiteindelijk op hun bord belandt
De leerlingen verbouwen minstens zes verschillende gewassen. Tussendoor proeven ze wat ze hebben geteeld en aan het einde van het seizoen maken ze samen een gerecht van hun oogst. Door deze praktische aanpak wordt leren tastbaar. Leerlingen ervaren niet alleen hoe groenten groeien, maar ontwikkelen ook meer nieuwsgierigheid naar de natuur om hen heen.
“Op de Van Hasseltschool zien we dat kinderen het heerlijk vinden om voor planten te zorgen. In onze moestuin zaaien, verzorgen en oogsten de leerlingen regelmatig zelf. Doordat zij dit proces van dichtbij meemaken, ervaren ze hoe iets groeit en wat daarvoor nodig is. We merken dat leerlingen hierdoor verantwoordelijkheid ontwikkelen, goed samenwerken en steeds nieuwsgieriger worden naar de natuur om hen heen,” aldus de Van Hasseltschool, een van de deelnemers aan de Modelinterventie Schooltuinieren.
Meer dan alleen tuinieren
Hoewel schooltuinieren op het eerste gezicht draait om planten en groenten, gaat de opbrengst veel verder dan dat. De lessen dragen bij aan verschillende ontwikkelingsdoelen. Leerlingen:
- ontwikkelen gezondere voedingsgewoonten doordat ze zelf geteelde groenten proeven
- krijgen meer respect voor natuur en biodiversiteit
- leren samenwerken en communiceren
- ontwikkelen vaardigheden zoals probleemoplossend denken en verantwoordelijkheid nemen
Er kan zelfs een stukje rekenen en taal aan te pas komen. Juist doordat leerlingen zelf verantwoordelijk zijn voor hun stukje tuin, voelen ze zich betrokken bij wat er groeit.
Wat betekent schooltuinieren voor een school?
Voor scholen is het belangrijk om te weten wat deelname praktisch betekent. Een schooltuinprogramma vraagt een duidelijke, maar goed te overziene tijdsinvestering. Een klas bezoekt gedurende een groeiseizoen 10 tot 12 keer een schooltuin, meestal verspreid over minimaal drie maanden. De lessen vinden plaats onder schooltijd en maken onderdeel uit van het lesprogramma.
De schooltuin kan zich op verschillende plekken bevinden, bijvoorbeeld op het schoolplein, in de buurt van de school of op een schooltuincomplex of andere externe locatie. Wanneer de tuin zich niet direct bij de school bevindt, wordt een afstand van maximaal twee kilometer aanbevolen. Zo kunnen leerlingen er lopend of met de fiets naartoe.
Geen schooltuin in de buurt? Er zijn meer mogelijkheden dan je denkt
Niet elke school heeft direct toegang tot een schooltuin. Vooral in stedelijke gebieden lijkt ruimte soms een beperking. Toch zijn er vaak meer mogelijkheden dan gedacht. Volgens Thijs van der Meulen, duurzaamheidsadviseur en vertegenwoordiger van Vereniging GDO binnen de Alliantie Schooltuinen, hoeft het ontbreken van een schooltuin geen belemmering te zijn: “Het gaat er vooral om dat leerlingen actief bezig zijn met voedsel. Misschien is de impact anders, maar ook met voedselprojecten, zoals smaaklessen, kun je veel bereiken.”
Sommige scholen starten met moestuinbakken op het schoolplein of werken samen met volkstuinverenigingen, stadsboerderijen of buurtmoestuinen. Ook lokale organisaties voor natuur- en duurzaamheidseducatie of gemeenten kunnen ondersteunen bij locatie, materialen of begeleiding. “Begin klein en maak het behapbaar,” adviseert Thijs. “Je hoeft niet meteen het perfecte programma neer te zetten. Geef jezelf en de school de ruimte om te groeien.”
Aan de slag met schooltuinieren
Steeds meer scholen ontdekken dat schooltuinieren een inspirerende manier is om natuur, gezondheid en onderwijs met elkaar te verbinden. Door leerlingen actief buiten te laten leren, ontstaat er ruimte voor verwondering, ontdekking en samenwerking. Tegelijkertijd zijn leerlingen letterlijk in beweging, wat bijdraagt aan hun concentratie, welzijn en leerplezier.
Voor scholen die willen starten met een schooltuinprogramma zijn er verschillende mogelijkheden. Bestaande programma’s kunnen worden getoetst door Vereniging GDO en officieel erkend worden onder de Modelinterventie Schooltuinieren. Zo wordt niet alleen gewerkt aan natuur- en milieueducatie, maar ook aan gezonde gewoonten en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen.
Ga zelf aan de slag met milieu en natuur

Willemijn de Vries is adviseur educatie bij Vereniging GDO, kennispartner van Gezonde School voor het thema Milieu & Natuur. Zij bezoekt regelmatig scholen voor audits en adviseert scholen over hoe je met het thema Milieu & Natuur aan de slag kunt gaan. Heb je voor Willemijn een vraag? Stuur dan je mail naar w.devries@vereniginggdo.nl

